Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

23 Tegen zulke dingen bestaat geen wet.

24 En zij die Christus Jezus toebehooren, hebben het vleesch gekruisigd met zijn hartstochten en begeerten.

25 Indien wij door den Geest leven, willen wij ons ook door den Geest laten leiden, en niet ijdel pralen, niet elkander uitdagen, niet elkander benijden.

Elkanders lasten en zijn eigen pak dragen.

1 Broeders, wanneer niettemin iemand op een overtreding wordt betrapt, dan moet gij, die geestelijk zijt, den zoodanige in een geest van zachtmoedigheid op het rechte pad brengen, wakend voor uzelf, dat ook gij niet in verzoeking komt.

2 Draagt elkanders lasten en vervult alzoo de wet van Christus.

3 Want wanneer iemand meent iets te zijn, terwijl hij toch niets is, bedriegt hij zichzelf.

4 En laat ieder het gehalte van zijn eigen werk toetsen, en dan zal hij zijn eenigen grond tot roemen hebben door op zichzelf te zien en niet op zijn naaste.

5 Want een ieder zal zijn eigen pak dragen.

Den leeraar doen deelen in het goede; in het goeddoen niet vertragen.

6 En laat hem die in het woord onderwezen wordt, den leeraar doen deelen in alle goede dingen.

8 Want hij die zaait voor zijn eigen vleesch, zal van het vleesch verderf maaien; doch hij die zaait voor den geest, zal van den Geest eeuwig leven maaien.

9 En laten wij nooit moede worden, te doen wat betamelijk is; want te rechter tijd zullen wij oogsten, indien wij niet verslappen.

10 Daarom dan, dewijl wij gelegenheid hebben, laten wij goed doen aan allen, maar inzonderheid aan de huisgenooten des geloofs.

Besluit.

11 Zie, met hoe groote letters ik u eigenhandig schrijf.

12 Zij die zich uiterlijk goed willen voordoen, die dwingen u om besneden te worden, alleen met de bedoeling, om geen vervolging te lijden wegens het kruis van Christus.

13 Want zelfs zij die zich laten besnijden, onderhouden zelf de wet niet. Maar zij willen, dat gij u laat besnijden, opdat zij op üw uiterlijke wetsvervulling kunnen roemen.

23 zachtmoedigheid en gematigdheid. En tegen dit alles is de Wet niet gericht. —

24 Welnu, zij die Christus toebehoren, hebben het vlees gekruisigd met zijn driften en begeerten.

25 Zo we leven door de geest, laat ons dan ook handelen naar de geest;

26 niet begerig naar ijdele glorie, elkander niet tartend, elkaar niet 'benijdend.

De plichten der naastenliefde.

1 Broeders, wanneer iemand onverhoopt een misstap heeft begaan, dan moet gij, die geestelijk zijt, hem terecht helpen in de geest van zachtmoedigheid; slaat een blik op uzelf, want ook gij kunt worden bekoord.

2 Draagt elkanders lasten; zo zult gij de Wet van Christus volbrengen.

3 Want wanneer iemand zich inbeeldt, iets te zijn, terwijl hij niets is, dan bedriegt hij zichzelf.

4 Laat iedereen zijn eigen gedrag maar eens onderzoeken; dan zal hij zich hoogstens op zichzelf kunnen beroemen, maar zeker niet door een vergelijking met anderen;

5 want iedereen gaat onder zijn eigen last gebukt.

6 Die onderwezen wordt in de leer, moet zijn leraar in al zijn goederen do«n delen.

8 wie zaait in het vlees, zal verderf oogsten uit het vlees; maar wie zaait in de geest, zal eeuwig leven oogsten uit de geest.

9 Laat ons dus niet moede worden, het goede te doen; want verslappen we niet, dan zullen we oogsten te zijner tijd.

10 Welnu dan, zolang we nog tijd hebben, laat ons wèl doen aan allen, maar het meest aan de huisgenoten des geloofs.

Laatste vermaning en groet.

11 Ziet, met wat grote letters ik u schrijf met eigen hand.

12 Zij die erg bezorgd naar het vlees willen zijn, dwingen u tot de besnijdenis, enkel en alleen, om niet vervolgd te worden terwille van Christus' kruis.

13 Want ofschoon z« besnedenen zijn, nemen ze zelf de Wet niet in acht; maar ze willen u laten besnijden, om in uw vlees te kunnen roemen.

23 Tegen zodanige mensen is de wet niet.

24 Want wie Christus Jezus toebehoren, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd.

25 Indien wij door den Geest leven, laten wij ook door den Geest het spoor houden.

26 Wij moeten niet praalziek zijn, elkander tartend, elkander benijdend.

Steunt elkander.

1 Broeders, zelfs indien iemand g op een misstap betrapt wordt, helpt gij, die geestelijk zijt, hem terecht in een geest van zachtmoedigheid, ziende op u zelf; gij mocht ook eens in verzoeking komen.

2 Verdraagt elkanders moeilijkheden; zó zult gij de wet van Christus vervullen.

3 Want indien iemand zich verbeeldt, dat hij iets is, en het niet is, dan vergist hij zich zeer.

4 Ieder moet zijn eigen werk toetsen; dan zal hij slechts voor zichzelf stof tot roem hebben en niet voor een ander.

5 Want ieder zal zijn eigen last dragen.

6 En hij, die onderricht wordt in het woord, dele van alle goed mede aan wie dat onderricht geeft.

7 Dwaalt niet, God laat niet met zich spotten. Want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten.

8 Want wie op (den akker van) zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, maar wie op (den akker van) den Geest zaait, zal uit den Geest eeuwig leven oogsten.

9 Laten wij niet moede worden goed te doen, want, wanneer het eenmaal tijd is, zullen wij oogsten, als wij maar niet verslappen.

10 Laten wij dus, zolang wij de gelegenheid hebben, doen wat goed is voor allen, maar inzonderheid voor onze geloofsgenoten.

Laatste waarschuwing en groet.

11 Ziet met hoe grote letters ik u eigenhandig schrijf!

12 Allen, die zich uiterlijk goed willen voordoen, trachten u te dwingen tot de besnijdenis, alleen om niet vervolgd te worden ter wille van het kruis van Christus [Jezus],

13 Want zij, die zich laten besnijden, houden zelf niet eens de wet, doch zij willen, dat gij u laat besnijden, opdat zij op uw vlees roem kunnen dragen.

7 Misleidt uzelf niet. God laat zich niet bespotten; want wat een mensch zaait, dat zal hij ook maaien.

God zal goed en kwaad vergelden. 7 Bedriegt u niet: God laat niet met Zich spotten. Wat de mens zaait, zal hij ook oogsten;

Sluiten