is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de macht der lucht, van den geest, die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid ;

1 Kor. 6 : 11. Kol. 3 : 7. Tit. 3 : 3. Joh. 12 : 31. 14 : 30. 16 : 11. Efez. 6 : 12.

3 Onder dewelke ook wij allen eertijds verkeerd hebben in de begeerlijkheden onzes vleesches, doende den wil des vleesches en der gedachten; en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen;

4 Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, door Zijne groote liefde, waarmede Hij ons liefgehad heeft,

5 Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden),

Rom. 6 : 8. 8 : 11. Kol. 3 : 1, 2. Hand. 15 : 11. Tit. 3 : 5.

6 En heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in den hemel in Christus Jezus;

7 Opdat Hij zou betoonen in de toekomende eeuwen den uitnemenden rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.

8 Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof, en dat niet uit u, het is Gods gave;

Matt. 16 : 17. Efez. 1 : 19.

9 Niet uit de werken, opdat niemand roeme.

Rom. 3 : 27. 1 Kor. 1 : 29.

10 Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen.

2 Kor. 5 : 17. Efez. 1 : 4. 4 : 24. Tit. 2 : 14.

Heidenen en Joden één in Christus.

11 Daarom gedenkt, dat gij, die eertijds heidenen waart in het vleesch, en die voorhuid genaamd werdt van degenen, die genaamd zijn besnijdenis in het vleesch, die met handen geschiedt;

12 Dat gij in dien tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geene hoop hebbende, en zonder God in de wereld.

Rom. 9 : 4.

13 Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus.

14 Want Hij is onze vrede, Die deze beiden één gemaakt heeft, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende,

Jes. 9 : 5. Micha 5 : 4.. Joh. 16 : 33. Hand. 10 : 36. Rom. 5 : 1. Kol. 1 : 20.

15 Heeft Hij de vijandschap in Zijn vleesch te niet gemaakt, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; opdat Hij die twee in Zichzelven tot eenen nieuwen mensch zou scheppen, vrede makende;

16 En opdat Hij die beiden met God in één lichaam zou verzoenen door het kruis, de vijandschap aan hetzelve gedood hebbende.

hebt naar de wijze dezer wereld, en naar den vorst, die in de lucht heerscht, den geest, die in dezen tijd zijn werk heeft in de kinderen der ongehoorzaamheid,

Col. 3 : 7.

3 onder welke wij ook allen eertijds onzen wandel gehad hebben in de lusten van ons vleesch, doende den wil des vleesches en der gedachten, en wij waren van nature kinderen des toorns, gelijk ook de anderen.

4 Maar God, die rijk is in barmhartigheid, heeft door zijne groote liefde, waarmede Hij ons heeft liefgehad, ook ons,

5 toen wij dood waren door de overtredingen, met Christus levend gemaakt — want uit genade zijt gij zalig geworden —

6 en heeft ons mede opgewekt, en mede in den hemel gezet in Christus Jezus;

7 opdat Hij zou betoonen in de toekomende tijden den uitnemenden rijkdom zijner genade, door zijne goedertierendheid over ons in Christus Jezus.

8 Want uit genade zijt gij zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is Gods gave;

Rom. 3 : 23—'28.

9 niet uit de werken, opdat niemand zich beroeme.

10 Want wij zijn zijn werk, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, die God te voren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.

11 Daarom, gedenkt daaraan, dat gij, die eertijds naar het vleesch heidenen geweest zijt, en de onbesnedenheid genaamd werdt door degenen, die genaamd zijn de besnijdenis naar het vleesch, die met de hand geschiedt —

12 dat gij te dier tijd waart zonder Christus, uitgesloten van het burgerschap van Israël, en vreemd aan de verbonden der belofte; weshalve gij geen hoop hadt, en waart zonder God in de wereld.

Rom. 9 : 4.

13 Maar nu zijt gij, die eertijds verre waart, in Christus Jezus nabij geworden door het bloed van Christus.

14 Want hij is onze vrede, die beiden heeft tot één gemaakt, en heeft afgebroken den scheidsmuur, die daartusschen was,

15 daarmede, dat hij door zijn vleesch de vijandschap wegnam, namelijk de wet, die in geboden gesteld was, opdat hij deze twee tot één nieuwen mensch in zichzelven zou scheppen, en vrede maken, col. 1 : 20. 2 :14.

16 en opdat hij beiden in één lichaam met God zou verzoenen door het kruis, de vijandschap gedood hebbende door zichzelven;

ovei eenkomstig de leefwijze van dezer wereld, naar den zin van den beheerscher van het rijk der lucht, den geest die nog altijd werkt in de zonen der ongehoorzaamheid . . .

3 Ja, wij allen leefden voorheen naar onze vleeschelijke lusten, den wil des vleesches en der zinnen doende, en waren van nature aan Gods toorn blootgesteld, evenals de overigen;

4 maar God, die rijk is in ontferming, heeft ons in de groote liefde die Hij ons toedroeg,

5 terwijl wij dood waren door de overtredingen, levend gemaakt met Christus — uit genade zijt gij behouden —

6 en heeft ons met Jezus Christus opgewekt en in den hemel een plaats gegeven, omdat wij Christus Jezus toebehooren;

7 opdat aan de toekomende geslachten de overgroote rijkdom zijner genade openbaar zou zijn in zijn goedheid jegens ons, in Christus Jezus.

8 Want uit genade zijt gij behouden door het geloof; dat hebt gij uzelf niet gegeven, het is Gods geschenk;

9 het is geen vrucht der werken; opdat niemand roeme.

10 Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen tot goede werken, door God vooruit gereedgemaakt, opdat wij daarin zouden verkeeren.

11 Denkt er dus aan dat gij, toen gij vroeger naar het uiterlijke de heidenen waart, die onbesnedenen genoemd werdt door de dusgenaamde besnijdenis — een kunstbewerking in het vleesch! —

12 dat gij toen waart zonder Christus, vervreemd van Israëls burgerschap en staande buiten het verbond der belofte, zonder hoop, zonder God in de wereld.

13 Maar thans, nu gij met Christus Jezus éen zijt geworden, zijt gij, die weleer op verren afstand st'ondt, nabijgekomen door het bloed van Christus.

14 Hij toch is onze vrede, die de beide deelen vereenigd en den scheidsmuur — de vijandschap —afgebroken heeft,

15 door zijn leven en sterven de wet der geboden en inzettingen vernietigend; opdat hij die twee door de gemeenschap met hem zou maken tot éen nieuwen mensch, vrede stichtend

16 en beide deelen in éen lichaam met God verzoenend door het kruis, de vijandschap daardoor doodend.