Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17 Zoo is hij dan gekomen met de vreugdeboodschap van vrede, vrede voor u die verre waart en vrede voor hen die nabij waren.

18 Want door hèm hebben wij — de beide deelen — in éénen geest toegang tot den Vader.

19 Derhalve zijt gij nu geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar gij zijt medeburgers der geheiligden, en leden van Gods huisgezin;

20 als bouwsteenen aangebracht op het fundament der apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf tot hoeksteen,

21 door wien ieder bouwwerk, goed aaneensluitend, mede oprijst tot een tempel, die geheiligd is in de gemeenschap met den Heer.

22 En door uwe gemeenschap met hem dient ook gij mede als bouwstof voor een geestelijke woonstede Gods.

De goddelijke boodschap van den apostel aan de heidenen. Het evangelie door den apostel aan de gemeente verkondigd. 1 Daarom is het, dat ik, Paulus, de gevangene van Christus Jezus ter wille van u, die heidenen waart,

2 — gij hebt immers wel gehoord van het genade-ambt, dat God mij met het oog op u geschonken heeft:

3 dat mij namelijk langs den weg van openbaring het heilsgeheim is medegedeeld (zooals ik u in het kort reeds geschreven heb;

4 wanneer gij het leest, kunt gij u daarnaar een voorstelling vormen, hoe ik het heilsgeheim van Christus versta,

5 dat in vorige geslachten den menschenkinderen niet bekend was gemaakt, zooals het nü door den Geest aan zijn geheiligde apostelen en profeten geopenbaard is),

6 dit heilsgeheim: dat door de prediking van het evangelie de heidenen, in de gemeenschap met Christus Jezus, mede-erfgenamen zijn en medeleden van het ééne lichaam en mededeelgenooten aan de belofte.

7 En van dit evangelie ben ik bedienaar geworden, naar de genadegave welke God, overeenkomstig de werking zijner kracht, mij geschonken heeft.

8 Aan mij, den geringste van al de geheiligden, is deze genade geschonken, om den heidenen de vreugdeboodschap van den onnaspeurlijken rijkdom van Christus te verkondigen,

17 Hij is gekomen, om vrede te preken aan u, die verre waart, en vrede aan hen, die nabij waren gebleven.

18 Want door Hem hebben we beiden toegang tot den Vader in één Geest.

19 Dus zijt gij niet langer vreemdelingen en gasten, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods,

20 gebouwd op de grondslag der apostelen en profeten, waarvan Christus Jesus de hoeksteen is.

21 In Hem wordt heel het gebouw bijeen gehouden, en rijst het op tot een tempel, heilig in den Heer;

22 in Hem wordt ook gij opgebouwd, tezamen met de anderen, tot een woning van God in den Geest.

Paulus, de prediker dezer eenheid.

1 En dit is de reden, waarom ik, Paulus, de gevangene van Christus Jesus, voor u heidenen ben aangesteld.

2 Gij hebt immers gehoord, dat aan mij het beheer van Gods genadegaven voor u is toevertrouwd,

3 en dat aan mij door openbaring het heilsgeheim bekend is gemaakt, zoals ik dit boven in het kort heb beschreven.

4 Wanneer gij dit leest, kunt gij daaruit mijn inzicht afleiden in het Christus-geheim.

5 Nooit is het onder vroegere geslachten aan de kinderen der mensen bekend gemaakt, zoals het thans in den Geest door zijn heilige apostelen en profeten is geopenbaard:

6 dat namelijk de heidenen door het Evangelie medeërfgenamen zijn, medeleden en deelgenoten aan de Belofte in Christus Jesus.

7 Daarvan ben ik de bedienaar geworden krachtens de genadegave, die God door zijn machtige werking aan mij heeft verleend.

8 Aan mij, den geringste van alle heiligen, is deze genade geschonken: aan de heidenen de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus te verkondigen,

9 en het Bestel te doen zien van het heilsgeheim, dat van eeuwigheid verborgen was in God, den Schepper aller dingen;

17 En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren;

18 want door Hem hebben wij beiden in één Geest den toegang tot den Vader.

19 Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, doch medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods,

20 gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is.

21 In Hem wast het gehele bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel, heilig in den Here,

22 waarbij ook gij mede als bouwstenen dient voor een woonstede Gods in den Geest .

Het geheimenis van de roeping der heidenen.

1 Daarom is het, dat ik, Paulus, die terwille van Christus Jezus voor u, heidenen, in gevangenschap ben;

2 — gij hebt immers gehoord van de bediening door Gods genade mij met het oog op u gegeven:

3 dat mij door openbaring het geheimenis bekend gemaakt is, gelijk ik boven in het kort daarvan schreef.

4 Daarnaar kunt gij bij het lezen u een begrip vormen van mijn inzicht in het geheimenis van Christus,

5 dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden aan de kinderen der mensen, zoals het nu door den Geest geopenbaard is aan de heiligen, zijn apostelen en profeten:

6 (dit geheimenis), dat de heidenen medeërfgenamen zijn, medeleden en medegenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie,

7 waarvan ik een dienaar geworden ben naar de genadegave Gods, die mij geschonken is naar de werking zijner kracht.

8 Mij, verreweg den minste van alle heiligen, is deze genade te beurt gevallen, aan de heidenen den onnaspeurlijken rijkdom van Christus te verkondigen,

9 en in het licht te stellen (wat) de bediening van het geheimenis (inhoudt), dat van eeuwen her verborgen is gebleven in God, den Schepper van alle dingen,

9 en in het licht te stellen, wat de bediening inhoudt van het heilsgeheim, dat voor de beheerschers dezer eeuw verborgen is geweest in dien God, die nlles heeft geschapen.

Sluiten