is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17 Ja, indien ik ook tot een drankoffer geofferd worde over de offerande en bediening uws geloofs, zoo verblijde ik mij, en verblijde mij met u allen.

2 Kor. 7 : 4.

18 En om datzelfde verblijdt gij u ook, en verblijdt ook ulieden met mij.

De zending van Timótheüs en Èpafroditus.

19 En ik hoop in den Heere Jezus Timótheüs haast tot u te zenden, opdat ik ook welgemoed moge zijn, als ik uwe zaken zal verstaan hebben.

Hand. 16 : 1. Rom. 16 : 21.1 Thess. 3 : 2.

20 Want ik heb niemand, die even alzoo gemoed is, dewelke oprechtelijk uwe zaken zal bezorgen.

21 Want zij zoeken allen het hunne, niet hetgeen van Christus Jezus is.

1 Kor. 10 : 24. 13 : 5.

22 En gij weet zijne beproeving, dat hij, als een kind zijnen vader, met mij gediend heeft in het Evangelie.

23 Ik hoop dan wel dezen van stonde aan te zenden, zoo haast als ik in mijne zaken zal voorzien hebben;

24 Doch ik vertrouw in den Heere, dat ik ook zelf haast tot u komen zal.

25 Maar ik heb noodig geacht tot u te zenden Èpafroditus, mijnen broeder, en medearbeider en medestrijder, en uwen afgezondene, en bedienaar mijner nooddruft;

26 Dewijl hij zeer begeerig was naar u allen, en zeer beangst was, omdat gij gehoord hadt, dat hij krank was.

27 En hij is ook krank geweest tot nabij den dood; maar God heeft Zich zijner ontfermd; en niet alleen zijner, maar ook mijner, opdat ik niet droefheid op droefheid zou hebben.

28 Zoo heb ik dan hem te spoediger gezonden, opdat gij, hem ziende, wederom u zoudt verblijden, en ik te min zou droevig zijn.

29 Ontvangt hem dan in den Heere, met alle blijdschap, en houdt dezulken in waarde.

1 Kor. 9 : 14. Gal. 6 : 6. 1 Thess. 5 : 12.

1 Tim. 5 : 17. Hebr. 13 : 17.

30 Want om het werk van Christus was hij tot nabij den dood gekomen, zijn leven niet achtende, opdat hij het gebrek uwer bediening aan mij vervullen zou.

Waarschuwing tegen valsche leeraars. t 1 Voorts, mijne broeders! verblijdt u in den Heere. Dezelfde dingen aan u te schrijven, is mij niet verdrietig, en het is u zeker.

Filipp. 4 : 4. Jakob. 1 : 2. 1 Petr. 4 : 13.

2 Ziet op de honden, ziet op de kwade arbeiders, ziet op de versnijding.

Jes. 56 : 10.

17 En indien ik zelfs geofferd werd bij het offer en de bediening van uw geloof, zoo verblijd ik mij, en verblijd mij met u allen;

2 Tim. 4 : 6.

18 en om datzelfde moet gij u ook verblijden, en zult u met mij verblijden.

De zending van Timótheüs en Èpafroditus.

19 Maar ik hoop in den Heere Jezus Timótheüs welhaast tot u te zenden, opdat ik ook welgemoed moge zijn, als ik verneem hoe het met u staat.

Hand. 16 : 1—3.

20 Want ik heb niemand die, zoo gelijk van zin met mij zijnde, zoo hartelijk voor u zorgt;

21 want zij zoeken allen het hunne, niet hetgeen van Christus Jezus is.

22 En gij kent zijne beproefdheid; want als een kind zijnen vader, zoo heeft hij met mij gediend in het Evangelie.

1 Tim. 1 : 2.

23 Dezen nu hoop ik terstond te zenden, zoodra ik van den afloop mijner zaken iets zal vernomen hebben;

24 doch ik vertrouw in den Heer, dat ik ook zelf spoedig komen zal.

Fil. l : 25.

25 Maar ik heb noodig geacht den broeder Èpafroditus tot u te zenden, die mijn helper en medestrijder, en uw afgezondene en dienaar mijner nooddruft is,

Fil. 4 :18.

26 dewijl hij naar u allen verlangen had, en zeer bekommerd was, omdat gij gehoord hadt, dat hij krank was.

27 En hij is ook doodkrank geweest; maar God heeft zich over hem ontfermd, en niet alleen over hem, maar ook over mij, opdat ik niet de eene treurigheid op de andere zou hebben.

28 Ik heb hem dan des te spoediger gezonden, opdat, wanneer gij hem ziet, gij weder verblijd zoudt worden en ik ook minder treurigheid zou hebben.

29 Zoo neemt hem dan aan in den Heer met alle vreugde, en houdt dezulken in waarde;

1 Thess. 5 :12.

30 want om het werk van Christus was hij den dood nabij gekomen, toen hij zijn leven gering achtte, om aan te vullen wat aan uw dienstbetoon jegens mij nog ontbrak.

Niet roemen op uiterlijke voorrechten. 1 Voorts, mijne broeders, verheugt u in den Heer! Dat ik u altijd hetzelfde schrijf verdriet mij niet, en maakt u des te gewisser.

Fil. 1 : 25. 2 : 18. 4 : 4.

2 Ziet toe op de honden, ziet toe op de kwade arbeiders, ziet toe op de besnijdenis.

17 Maar al wordt ook bij de offerande en den altaardienst van uw geloof mijn bloed geplengd, ik verheug mij daarbij, ja, verheug mij met u allen.

18 Weest ook gij hierover blijde, verheugt u met mij.

Zending van Timótheüs en Èpafroditus. 19 In vertrouwen op den Heer Jezus hoop ik Timótheüs spoedig tot u te zenden om zelf ook bemoedigd te worden wanneer ik berichten over u krijg.

20 Want ik heb niemand die het met u zoo goed meent en zoo trouw uw belangen zal behartigen als hij.

21 Allen toch denken aan zichzelf en niet aan de zaak van Christus Jezus.

22 Zijn betrouwbaarheid kent gij; gij weet dat hij mij, als een kind zijn vader, geholpen heeft bij de prediking van Christus.

23 Hem dan hoop ik te zenden zoodra ik zie hoe het met mij zal afloopen.

24 En ik vertrouw op den Heer dat ik ook zelf spoedig komen zal.

25 Ook hield ik het voor noodig Èpafroditus, mijn broeder, medewerker en medestrijder, uw bode, die in mijn nooddruft voorzien heeft, tot u te zenden;

26 want hij verlangde zeer naar u allen en was zeer in onrust, omdat gij hebt gehoord dat hij ziek was.

27 En hij is ook ziek geweest, den dood nabij; maar God heeft zich over hem ontfermd, en niet alleen over hem, maar ook over mij: dat ik niet smart op smart zou hebben.

28 Daarom heb ik te meer spoed gemaakt om hem te zenden, opdat gij de vreugd van het weerzien moogt hebben en ik van de zorg bevrijd worde.

29 Ontvangt hem dan in den Heer met ongemengde vreugd en houdt zulke mannen in eer;

30 want om het werk van Christus heeft hij tot den rand van het graf zijn leven in de waagschaal gesteld, ten einde aan te vullen wat nog aan uw dienstbetoon voor mij ontbrak.

1 Voorts, broeders, verblijdt u in den Heer. U nog eens hetzelfde te schrijven is mij niet lastig, u schaadt het niet.

Waarschuwing tegen de Judaïsten. 2 Let op de honden, let op de slechte werklieden, let op de wegsnijdenis.