is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor u in de gebeden, opdat gij staan moogt volmaakt en volkomen in al den wil van God.

Kol. 1 : 7. Filem. vs. 23.

13 Want ik geef hem getuigenis, dat hij grooten ijver heeft over u en degenen, die in Laodicéa zijn, en degenen, die in Hier&polis zijn.

14 U groet Lukas, de medicijnmeester, de geliefde, en Demas.

2 Tim. 4 : 11. 2 Tim. 4 : 10.

15 Groet de broeders, die in Laodicéa zijn, en Nymfas, en de Gemeente, die in zijn huis is.

16 En wanneer deze zendbrief van u zal gelezen zijn, maakt, dat hij ook in de gemeente der Laodicensen gelezen worde, en dat ook gij dien leest, die uit Laodicéa geschreven is .

17 En zegt aan Archippus: Zie op de bediening, die gij aangenomen hebt in den Heere, dat gij die vervult.

18 De groetenis met mijne hand, van Paulus. Gedenkt mijner banden. De genade zij met u. Amen.

2 Thess. 3 : 17. Hebr. 13 : 3.

strijdt in de gebeden, opdat gij vast moogt staan, volkomen, en vervuld met al den wil Gods.

Col. l: 7.

13 Want ik geef hem getuigenis, dat hij om uwentwil veel moeite heeft, en voor degenen, die te Laodicéa en die te Hiërapolis zijn.

14 U groet Lukas, de geneesmeester, de geliefde, en Demas.

Fil. 2 : 3.

15 Groet de broeders te Laodicéa, en Nymfas, en de gemeente in zijn huis.

16 En wanneer deze brief bij u gelezen is, zoo maakt, dat hij ook in de gemeente te Laodicéa gelezen worde, en dat gij ook dien uit Laodicéa leest.

17 En zegt aan Archippus: Zie op het ambt hetwelk gij ontvangen hebt in den Heer, dat gij het volbrengt. Fil. 2.

18 De groetenis van mij, Paulus, eigenhandig. Gedenkt aan mijne banden. De genade zij met u! Amen.

gebeden strijdt, biddend dat gij als volmaakte en volkomen mannen moogt vaststaan in alwat God wil.

13 Want ik getuig van hem dat hij zich veel moeite getroost voor u, voor de Christenen te Laodicéa en te Hiërapolis.

14 U groet mijn vriend Lucas, de geneesheer, en Demas.

15 Groet de broeders te Laodicéa, en Nymfe met de gemeente die in haar huis samenkomt.

16 Wanneer deze brief bij u is voorgelezen, zorgt dan dat hij ook in de gemeente der Laodicenzen voorgelezen wordt, en dat gij den brief uit Laodicéa te lezen krijgt.

17 Zegt aan Archippus: Zorg dat gij het ambt hetwelk gij in den dienst des Heeren op u genomen hebt goed vervult.

18 De eigenhandige groet van mij, Paulus. Denkt aan mijn boeien. De genade zij met u.

DE EERSTE BRIEF VAN DEN APOSTEL PAULUS AAN DE THESSALONICENSEN

Opschrift en groet. | 1 Paulus, en Silv&nus, en Timótheüs, aan de Gemeente der Thessalonicensen, welke is in God den Vader, en den Heere Jezus Christus: genade zij u «n vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.

Rom. 1 : 7. Efez. 1 : 2. l Petr. 1 : 2.

2 Wij danken God altijd over u allen, uwer gedachtig zijnde in onze gebeden; Efez. ï: 16.

Filipp. 1 : 3. Kol. 1 : 3. 2 Thess. 1 : 3.

Dankzegging voor de gemeente.

3 Zonder ophouden gedenkende het werk uws geloofs, en den arbeid der liefde, en de verdraagzaamheid der hoop op onzen Heere Jezus Christus, voor onzen God en Vader;

Joh. 6 : 29.

4 Wetende, geliefde broeders! uwe verkiezing van God;

5 Want ons Evangelie is onder u niet alleen in woorden geweest, maar ook in kracht, en in den Heiligen Geest, en in vele verzekerdheid; gelijk gij weet, ihoedanigen wij onder u geweest zijn om uwentwil.

1 Kor. 2 : 4. 4 : 20. 1 Thess. 2 : 1.

6 En gij zijt onze navolgers geworden, en des Heeren, het Woord aangenomen hebbende in vele verdrukking, met blijdschap des Heiligen Geestes; i Kor. 4 :16. n : ï.

Filipp. 3 : 17. 2 Thess. 3 : 9.

7 Alzoo dat gij voorbeelden geworden zijt al den geloovigen in Macedónië en Achclje.

8 Want van u is het Woord des Heeren luidbaar geworden niet alleen in Macedónië en Achéje; maar ook in alle plaatsen is uw geloof, dat gij op God hebt, uitgegaan, zoodat wij niet van noode hebben, iets daarvan te spreken.

9 Want zijzelven verkondigen van ons, hoedanigen ingang wij tot u hebben, en hoe gij tot God

DE EERSTE BRIEF VAN PAULUS AAN DE THESSALONIKERS.

Schrijver en adres.

1 Paulus en Silvanus en Timótheüs aan de s-emeente te Thes-

salonika, in God, den Vader, en den Heere Jezus Christus: Genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus! Hand. 17 : 1—9.

Dankzegging voor de gemeente. 2 Wij danken God altijd voor u allen, en gedenken aan u in ons gebed;

3 en zonder ophouden gedenken wij uw werk des geloofs, en uwen arbeid der liefde, en uwe standvastigheid der hoop op onzen Heere Jezus Christus, voor onzen God en Vader;

4 want, van God geliefde broeders, wij weten, dat gij uitverkoren zijt.

5 Immers, ons Evangelie is bij u niet geweest alleen in woorden, maar ook in kracht en in den Heiligen Geest en in volle verzekerdheid, gelijk gij weet hoe wij onder u geweest zijn om uwentwil.

1 Cor. 4 : 20.

6 En gij zijt onze navolgers geworden en des Heeren, daar gij het woord onder vele droefenissen hebt aangenomen, met vreugde in den Heiligen Geest,

7 zoodat gij geworden zijt een voorbeeld voor alle geloovigen in Macedonië en Achaje.

8 Want van u is het woord des Heeren niet alleen in Macedonië en Achaje ruchtbaar geworden, maar in alle plaatsen is de roep van uw geloof in God uitgegaan, zoodat wij niet noodig hebben iets er van te zeggen;

9 want zijzelve verkondigen van u, wat ingang wij bij u gehad hebben, en hoe gij van de afgoden

DE EERSTE BRIEF VAN PAULUS AAN DE THESSALONICENZEN.

Begroeting en dankzegging. 1 Paulus, Silvanus en Timotheüs aan de gemeente te Thessalonica, de gemeente van God den Vader en den Heer Jezus Christus: genade en vrede zij uw deel.

2 Wij danken God over u allen telkens wanneer wij in onze gebeden melding van u maken.

3 Steeds toch gedenken wij voor onzen God en Vader uw geloof sarbeid, uw liefdewerk en uw volharding in de hoop op onzen Heer Jezus Christus;

4 want, van God geliefde broeders, wij weten dat gij uitverkorenen zijt.

5 Onze Christusprediking toch is niet tot u gekomen alleen met woorden, maar ook met krachtsbetoon en met Heiligen Geest en groote beslistheid. Gij weet zelf wel, hoe wij onder u om uwentwil zijn opgetreden.

6 Ook zijt gijzelf onze navolgers en die van den Heer geworden door het woord aan te nemen onder velerlei verdrukking met door den Heiligen Geest gewekte vreugd;

7 zoodat gij een voorbeeld zijt geworden voor al de geloovigen in Macedonië en Achaje.

8 Want van u uit heeft het woord des Heeren weerklonken, en dat niet alleen in Macedonië en Achaje; neen, in elke plaats is uw geloof in God bekend geworden, zoodat wij niet noodig hadden er iets van te zeggen.

9 Want zelf verhalen de menschen van ons, hoe wij bij u gekomen zijn, en hoe gij u van de