is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11 En dat gij u benaarstigt stil te zijn, en uwe eigene dingen te doen, en te werken met uwe eigene handen, gelijk wij u bevolen hebben;

2 Thess. 3 : 7, 12.

Hand. 20 : 34. Efez. 4 : 28.

12 Opdat gij eerlijk wandelt bij degenen, die buiten zijn, en geen ding van noode hebt.

Over de wederkomst van Christus.

13 Doch, broeders! ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geene hoop hebben.

Lev. 19 : 28. Deut. 14 : 1. 2 Sam. 12 : 20.

14 Want indien wij gelooven, dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzoo zal ook God degenen, die ontslapen zijn in Jezus, wederbrengen met Hem.

15 Want dat zeggen wij u door het Woord des Heeren, dat wij, die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen voorkomen degenen, die ontslapen zijn. l Kor. 15 : 22, 51.

16 Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels, en met de bazuine Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan;

Matt. 24 : 31. lKor. 15 : 52. 2 Thess. 1 : 7.

17 Daarna wij, die levend overgebleven zijn, zullen te zamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht; en alzoo zullen wij altijd met den Heere wezen.

18 Zoo dan, vertroost elkander met deze woorden.

5 1 Maar van de tijden en de gelegenheden, broeders! hebt gij niet van noode, dat men u schrijve.

2 Want gij weet zeiven zeer wel, dat de dag des Heeren alzoo zal komen, gelijk een dief in den nacht. Matt. 24 : 43. 2 Petr. 3 : 10.

Openb. 3 : 3. 16 : 15.

3 Want wanneer zij zullen zeggen: Het is vrede, en zonder gevaar, dan zal een haastig verderf hun overkomen, gelijk de barensnood eene bevruchte vrouw; en zij zullen het geenszins ontvlieden;

2 Thess. 1 : 9.

4 Maar gij, broeders! gij zijt niet in duisternis, dat u die dag als een dief zou bevangen.

Efez. 5 : 8.

5 Gij zijt allen kinderen des lichts, en kinderen des daags; wij zijn niet des nachts, noch der duisternis. Luk. 16 : 8. Efez. 5 : 8. Rom. 13 : 12.

6 Zoo laat ons dan niet slapen, gelijk als de anderen, maar laat ons waken, en nuchteren zijn.

Rom. 13 : 11,13. Efez. 5 : 14. Luk. 21 : 36. 1 Kor. 15 : 34.

7 Want die slapen, slapen des nachts, en die dronken zijn, zijn des nachts dronken;

8 Maar wij, die des daags zijn, laat ons nuchteren zijn, aangedaan hebbende het borstwapen des geloofs en der liefde, en tot eenen helm, de hoop der zaligheid. Jes. 59 : 17. Efez. 6 :14, enz.

11 en dat gij u beijvert om stil te zijn en het uwe te doen, en te arbeiden met uw eigen handen, gelijk wij u ook bevolen hebben,

2 Thess. 3 : 11, 12. Ef. 4 : 28.

12 opdat gij eerbaar wandelt voor degenen, die buiten zijn, en niemand van hen noodig hebt.

Levenden en ontslapenen bij Christus' komst.

13 En wij willen u, broeders, niet onkundig laten aangaande degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet treurig zijt gelijk de anderen, die geen hoop hebben.

Efez. 2 : 12.

14 Want zoo wij gelooven, dat Jezus gestorven en verrezen is ■—■ zoo zal God ook degenen, die ontslapen zijn in Jezus, met hem opvoeren.

1 Cor. 6 : 14.

15 Want dit zeggen wij u als een woord des Heeren, dat wij, die leven en overblijven bij de toekomst des Heeren, geen voorrecht zullen hebben boven degenen, die ontslapen zijn. i cor. 15 : 51, 52.

16 Want hij, de Heer zelf, zal met een veldgeroep, en met de stem des aartsengels en met de bazuin Gods, afkomen van den hemel, en de dooden in Christus zullen het eerst opstaan;

17 daarna zullen wij, die leven en overblijven, te zamen met hen weggerukt worden in de wolken den Heer te gemoet in de lucht, en zullen alzoo altijd bij den Heer zijn.

18 Zoo troost nu elkander met deze woorden.

De dag van des Heeren toekomst.

1 Maar van de tijden en uren, broeders, is het niet noodig u te schrijven;

2 Petr. 3 : 10. Matth. 24 : 36.

2 want gijzelve weet, dat de dag des Heeren zal komen gelijk een dief in den nacht.

3 Want als zij zullen zeggen: Het is vrede, er is geen gevaar, zoo zal het verderf hen plotseling overvallen, gelijk de smart eene zwangere vrouw, en zij zullen niet ontvlieden.

4 Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, dat u die dag gelijk een dief zou overvallen:

Efez. 5 : 8. Rom. 13 : 11—14.

5 gij zijt allen kinderen des lichts en kinderen des daags; wij zijn niet van den nacht, noch van de duisternis.

6 Zoo laat ons nu niet slapen, gelijk de anderen, maar laat ons waken en nuchter zijn.

7 Want wie slapen, die slapen des nachts, en wie dronken zijn, die zijn des nachts dronken;

8 maar wij, die van den dag zijn, moeten nuchter zijn, aangedaan met het borstwapen des geloofs en der liefde, en met den helm van de hope der zaligheid.

Jes. 59 : 17. Efez. 6 : 14—17.

11 en er uw eer in te stellen rustig te leven, uw eigen zaken te behartigen en u met uw handwerk bezig te houden, zooals wij u voorgeschreven hebben;

12 opdat uw gedrag in de oogen van hen die buiten de gemeente staan betamelijk zij en gij niemands hulp behoeft.

13 Wij willen niet, broeders, dat gij onkundig zijt betreffend het lot der ontslapenen; opdat gij niet bedroefd moogt zijn, gelijk de overigen, die geen hoop koesteren.

14 Want indien Jezus, zooals wij gelooven, is gestorven en opgestaan, dan zal God ook de in Jezus ontslapenen met hem meevoeren.

15 Want dit zeggen wij u in naam des Heeren: Wij die overblijven en de komst des Heeren beleven, wij zullen de ontslapenen niet voorgaan.

16 Want de Heer zelf zal op een bevelwoord, terwijl de stem van een aartsengel en een bazuin Gods uit den hemel weerklinken, neerdalen; dan zullen eerst zij die in Christus' gemeenschap gestorven zijn opstaan;

17 daarna zullen wij die overgebleven zijn en het beleven tegelijk met hen op wolken weggevoerd worden, den Heer in de lucht tegemoet. Zoo zullen wij altijd bij den Heer zijn.

18 Vertroost elkander dus met deze woorden.

1 Wanneer en onder welke omstandigheden dit gebeuren zal, broeders, hierover is het niet noodig u te schrijven;

2 want gij weet zeer goed dat de dag des Heeren komt als een dief in den nacht.

3 Wanneer men zegt: Vrede en geen gevaar! dan overvalt hen het verderf onverwachts als de barensweeën een zwangere vrouw, en zij ontkomen het zeker niet.

4 Maar gij, broeders, leeft niet in de duisternis, zoodat die dag u kan verrassen als een dief.

5 Want gij zijt allen zonen van het licht en zonen van den dag. Wij behooren niet aan den nacht of de duisternis toe.

6 Laat ons dus met slapen, zooals de overige menschen, maar waken en nuchter zijn.

7 Want zij die slapen slapen des nachts, en wie zich bedrinken zijn des nachts dronken;

8 maar wij die aan den dag toebehooren willen nuchter zijn, bekleed met het pantser des geloofs en der liefde, en met den helm der hoop op verlossing;