Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11 en uw eer daarin te stellen, 11 en er zelfs een eer in te stel- 11 en er een eer in te stellen rusdat gij rustig leeft, uw eigen len, om rustig te leven, u met tig te blijven en uw eigen zaken zaken behartigt en uw handwerk uw eigen zaken te bemoeien, en te behartigen en met uw handen verricht, gehjk wij het u reeds zelf de handen aan het werk te te werken, zoals wij u bevolen opgedragen hebben, slaan, zoals we u dat geboden hebben

hebben.

12 opdat gij tegenover hen, die niet tot de gemeente behooren, u welvoeglijk gedraagt en van niemand afhankelijk zijt.

De hoop van den Christen op de wederkomst des Heeren.

13 Voorts stellen wij er prijs op, broeders, dat gij niet onkundig blijft aangaande hen die ontslapen, opdat gij niet treurt gelijk de anderen, die geene hoop hebben.

14 Want zoo zeker als wij gelooven dat Jezus is gestorven en opgestaan, zoo zeker zal God ook degenen die in gemeenschap met Jezus ontslapen zijn, met hem [weder] brengen.

15 Want dit zeggen wij u met een woord des Heeren: wij die in leven blijven tot de komst des Heeren, zullen niets vóór hebben op hen die ontslapen zijn.

16 Immers op een gegeven teeken, wanneer de stem van den aartsengel en de bazuin Gods weerklinkt, zal hij, de Heer zelf, van den hemel nederdalen; en de dooden in Christus zullen het eerst opstaan;

17 vervolgens zullen wij die in leven blijven, tegelijk met hen in wolken worden opgevoerd, den Heer tegemoet in de lucht. En zoo zullen wij voor altijd met den Heer zijn.

18 Vertroost elkander dus met deze woorden.

Waakzaamheid met het oog op de wederkomst des Heeren.

1 Maar aangaande tijd en uur, broeders, hebt gij geen schriftelijke aanwijzingen noodig.

2 Want gij weet zelf te goed, dat de dag des Heeren komt als een dief in den nacht.

12 Zo toch gedraagt gij u behoorlijk voor hen, die buiten staan, en hebt gij van niemand iets nodig.

Zekerheid der verrijzenis van levenden en dpden.

13 Broeders, wij willen u niet in onwetendheid laten over hen die ontslapen zijn, opdat gij niet treurt als de anderen, die geen hoop meer bezitten.

14 Want zo wij geloven, dat Jesus gestorven is en verrezen, dan geloven wij ook, dat God hen, die in Jesus ontsliepen, zal terugvoeren met Hem.

15 Want dit zeggen wij u op 's Heren woord: Wij die leven en achter blijven tot 's Heren komst, wij zullen de ontslapenen zeer zeker niet vóór gaan.

16 Want op een teken, op het geroep van den Aartsengel en de bazuinstoot van God, zal de Heer zelf uit de hemel nederdalen, en allereerst zullen zij verrijzen, die stierven in Christus;

17 eerst dan zullen wij, die leven en achterblijven, tezamen met hen worden weggevoerd op de wolken, den Heer tegemoet in de lucht. En zó zullen wij altijd bij den Heer blijven.

18 Vertroost dus elkander met deze woorden.

Onzekerheid van de dag van Jesus' komst.

1 Maar over tijden en stonden, broeders, behoeft u niet te worden geschreven.

2 Want zelf weet gij goed, dat de Dag des Heren komt als een dief in de nacht.

12 opdat gij u behoorlijk gedraagt ten aanzien van hen, die buiten staan, zonder iets nodig te hebben.

De komst des Heren.

13 Doch wij willen u niet onkundig laten, broeders, wat betreft hen, die ontslapen, opdat gij niet bedroefd zijt, zoals de andere (mensen), die geen hoop hebben.

14 Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook zó hen, die ontslapen zijn, door Jezus wederbrengen met Hem.

15 Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval den ontslapenen voorgaan,

16 want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van den hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan;

17 daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, den Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met den Here wezen.

18 Vermaant elkander dus met deze woorden.

Waakzaamheid.

1 Maar over de tijden en gelegen- c heden, broeders, is het niet nodig, dat u geschreven wordt:

2 immers, gij weet zelf zeer goed, dat de dag des Heren zó komt, als een dief in den nacht.

3 Wanneer de menschen zeggen: er is vrede en zekerheid, — dan overvalt hen een plotseling verderf, zooals weeën de zwangere vrouw; en zij zullen zeker niet ontkomen.

3 Wanneer men zegt: ,,'Vrede en veiligheid", dan valt op hen het verderf onverwacht, zoals barensweeën op een zwangere vrouw; en ontkomen doen ze zeker niet.

3 Terwijl zij zeggen: het is (alles) vrede en rust, overkomt hun, als de weeën een zwangere vrouw, een plotseling verderf, en zij zullen geenszins ontkomen.

4 Maar gij, broeders, gij zijt niet 4 Maar gij broeders, gij verkeert 4 Maar gii broeders ziit niet in door duisternis omgeven, dat de niet in duisternis, zodat de Dag u de duisternis zodat die da^ u als overvallen;611 " Z°U klmnCn als een dief zou Verrassen. een dlef overvaHen zou: g **

5 want gij allen, gij zijt kinderen 5 Want allen zijt gij zonen van 5 want gii ziit allen zonen des des lichts en kinderen van den het licht zonen ook van de dag; lichts en^onen des dags Wij bt-

8' van nacht of duisternis zijn we horen niet aan nacht of duisternis

net niet. toe *

6 Wij behooren niet aan den nacht 6 Slapen we dus niet als de ande- 6 laten wii dan ook niet slanen noch aan de duisternis toe; laten ren, maar laat ons waken en gelijk de andeL doch wakker wij dan met slapen, zooals ande- nuchter blijven. tn nuchter ziin wakker ren doen, maar laten wij waken nucnier zijn.

en nuchter zijn.

1 ™ d.i.e slapen, slapen des 7 Want wie slapen, slapen 's 7 Want die slanen slanen des

zijn des Nachts'dronken' drblkp1 zich '?edrinken> be" nacht>: en die zich bedrinken, zijn

o j?t nacnts aronKen. drinken zich 's nachts. des nachts dronken

® wij die den dag toebehoo- 8 Maar wij moeten nuchter blij- 8 maar llten wH die den dasr

, ? . IJ nuchter zijn, be- ven, want we zijn zonen van de toebehoren nuchter ziin toegerust

^ harn?'!, de? ?el0?fs das; toegerust met het pantser methet harnas vanVelolf en

heilsve^achtfng-m6 Va" He,fde' en met llefde en met den helm van de

sverwachtmg, de helm, de hoop op de zaligheid, hoop der zaligheid;

27

Sluiten