is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genade ons heeft liefgehad

17 en eeuwige vertroosting en goede hoop gegeven heeft, vertrooste uwe harten en make ze vast in alle goed werk en woord.

Vermanend gedeelte. De Christelijke levenswandel der gemeente; verzoeken en vermaningen. 1 Ten slotte, broeders, bidt voor ons, dat het woord des Heeren zijn loop hebbe en overal verheerlijkt worde, gelijk als bij u;

2 en dat wij voor de verkeerde en slechte menschen behoed worden, want niet allen komen tot geloovig vertrouwen.

3 Maar getrouw is de Heer; hij zal u sterken en u voor den booze bewaren.

4 Als Christenen vertrouwen wij van u, dat gij doet en zult doen wat wij bevelen.

5 De Heer dan leide uw hart tot de liefde jegens God en de standvastigheid van Christus.

6 Maar wij bevelen u, broeders, in den naam van Jezus Christus, onzen Heer, dat gij u terugtrekt van eiken broeder, die zijn werk verzuimt, en niet leeft naar de overlevering welke gij van ons ontvangen hebt.

7 Want zelf weet gij, hoe gij ons moet navolgen; want wij hebben onder u den arbeid niet verzuimd,

8 noch iemands brood om niet gegeten; maar met inspanning en moeite plachten wij dag en nacht te werken, om niemand uwer tot last te zijn.

9 Niet omdat wij de bevoegdheid daartoe misten, maar wij wilden onszelf voor u tot een voorbeeld ter navolging stellen.

10 Immers ook toen wij bij u waren, plachten wij u dit gebod te geven: indien iemand niet wil werken, laat hij dan ook niet eten.

11 Wij hooren namelijk dat sommigen onder u hun werk verzuimen, dat zij geen nuttigen arbeid verrichten, maar zich met onnutte dingen bezig houden.

12 Dezulken bevelen en vermanen wij krachtens onze gemeenschap met Jezus Christus, den Heer, dat zij rustig hun arbeid moeten verrichten en zoo hun eigen brood eten.

13 Maar gij, broeders, wordt niet moede, te doen wat betamelijk is.

14 Wanneer iemand echter aan ons woord in dezen brief geen gehoor geeft, teekent hem, en vermijdt den omgang met hem, opdat hij beschaamd worde;

15 beschouwt hem echter niet als een vijand, maar waarschuwt hem als een broeder.

16 Hij nu, de Heer des vredes,

geve u te allen tijde op allerlei wijze zijn vrede. De Heer zij met u allen.

liefgehad, en door zijn genade eeuwige troost en goede hoop heeft geschonken,

17 Hij trooste uw harten en make ze sterk in ieder goed werk en goed woord.

1 Verder, broeders, bidt voor ons, opdat het woord des Heren voort mag ijlen, en verheerlijkt mag worden als onder u;

2 ook dat we verlost mogen worden van onbetamelijke en slechte mensen; want niet allen bezitten het geloof. —

3 De Heer is getrouw; Hij zal u sterken, en u voor het kwade bewaren.

4 Daarenboven vertrouwen we van u in den Heer, dat gij doet, wat we bevelen, en dat gij het ook zult blijven doen.

5 En de Heer neige uw harten tot de liefde voor God en tot de verwachting van Christus.

6 Broeders, in de naam van den Heer Jesus Christus drukken we u op het hart, u terug te trekken van eiken broeder, die ongeregeld leeft, niet naar de overlevering, die gij van ons hebt ontvangen. —-

7 Zelf weet gij toch wel, hoe gij ons navolgen moet. Want we hebben onder u niet ongeregeld geleefd.

8 We hebben niemands brood om niet gegeten, maar nacht en dag gearbeid in zwoegen en slaven, om niemand van u tot last te zijn;

9 niet alsof we geen recht er op hadden, maar om onszelf aan u als voorbeeld ter navolging te stellen.

10 Bovendien, toen we bij u waren, hebben we u toch voorgehouden, dat wie niet werken wil, ook niet ete. —

11 En nu horen we toch, dat sommigen onder u een ongeregeld leven leiden, zich niet druk maken, maar wel veel drukte.

12 Hen gebieden en vermanen we in den Heer Jesus Christus, om rustig te werken en hun eigen brood te eten.

13 En gij broeders, wordt niet moede, het goede te doen.

14 Zo iemand niet luistert naar ons woord in deze brief, tekent hem aan en gaat niet met hem om, opdat hij beschaamd moge staan.

15 Toch moet gij hem niet als uw vijand beschouwen, maar als een broeder vermanen.

Paulus' zegen en groet.

16 De Heer van de vrede, Hij geve u de vrede altijd en in alles. De Heer zij met u allen!

heeft liefgehad en ons eeuwigen troost en goede hoop door zijn genade verleend heeft,

17 trooste uw harten, en make ze sterk in alle goed werk en woord.

Bidden en werken. Groet. 1 Voorts, broeders, bidt voor ons, -z dat het woord des Heren snellen voortgang hebbe en verheerlijkt worde,

2 evenals bij u, en dat wij bewaard blijven voor de wargeesten en slechte mensen: want trouw vindt men niet bij allen.

3 Maar wèl getrouw is de Here, die u sterken zal en u bewaren voor den boze.

4 En wij vertrouwen in den Here van u, dat gij, hetgeen wij (u) bevelen, [niet alleen] doet, maar ook zult doen.

5 De Here neige uw harten tot de liefde Gods en tot de volharding van Christus.

6 Maar wij bevelen u, broeders, in den naam van den Here Jezus Christus, dat gij u onttrekt aan eiken broeder, die zich ongeregeld gedraagt, in strijd met de overlevering, die gij van ons ontvangen hebt.

7 Gij weet immers zelf, hoe ons voorbeeld behoort gevolgd te worden, daar wij bij u niet van den regel afgeweken zijn,

8 noch gegeven brood bij iemand hebben gegeten; maar met moeite en inspanning werkten wij dag en nacht, om niemand van u lastig te vallen;

9 niet, dat wij er geen bevoegdheid toe hebben, maar om ons u tot een voorbeeld ter navolging te stellen.

10 Want ook toen wij bij u waren, bevalen wij u dit: Wil iemand niet werken, dan zal hij ook niet eten.

11 Wij horen namelijk, dat sommigen onder u zich ongeregeld gedragen, door geen werk te verrichten, maar bezig te zijn met wat geen werk is;

12 zulke mensen bevelen en vermanen wij in den Here Jezus Christus, dat zij rustig bij hun werk blijven en hun eigen brood eten.

13 En gij, broeders, wordt niet moede te doen wat goed is.

14 Mocht iemand zich niet storen aan wat wrj in onzen brief zeggen, tekent hem en gaat niet met hem om, opdat hij beschaamd worde;

15 houdt hem echter niet voor een vijand, doch wijst hem terecht als een broeder.

16 En Hij, de Here des vredes, geve u den vrede, voortdurend, in elk opzicht. De Here zij met u allen.