is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jaren, welke ééns mans vrouw geweest zij;

10 Getuigenis hebbende van goede werken: zoo zij kinderen opgevoed heeft, zoo zij gaarne heeft geherbergd, zoo zij der heiligen voeten heeft gewasschen, zoo zij den verdrukten genoegzame hulp gedaan heeft, zoo zij alle goed werk nagetracht heeft.

1 Petr. 4 : 9.Gen. 18 : 4. 19 : 2.

Luk. 7 : 38, 44.

11 Maar neem de jonge weduwen niet aan; want als zij weelderig geworden zijn tegen Christus, zoo willen zij huwelijken;

12 Hebbende haar oordeel, omdat zij haar eerste geloof hebben te niet gedaan.

13 En meteen ook leeren zij ledig omgaan bij de huizen; en zijn niet alleen ledig, maar ook klapachtig, en ijdele dingen doende, sprekende, hetgeen niet betaamt.

Tit. 2 : 3.

14 Ik wil dan, dat de jonge weduwen huwelijken, kinderen telen, het huis regeeren, geene oorzaak van lastering aan de wederpartij geven.

1 Kor. 7 : 9.

15 Want eenigen hebben zich aireede afgewend achter den Satan.

16 Zoo eenig geloovig man, of geloovige vrouw weduwen heeft, dat die haar genoegzame hulp doe, en dat de Gemeente niet bezwaard worde, opdat zij degenen, die waarlijk weduwen zijn, genoegzame hulp doen moge.

ééns mans vrouw geweest is,

10 en die eene getuigenis van goede werken heeft, zoo zij kinderen opgevoed heeft, zoo zij gastvrij geweest is, zoo zij der heiligen voeten gewasschen heeft, zoo zij bedrukten handreiking gedaan heeft, zoo zij alle goed werk nagejaagd heeft.

11 Maar ontsla u van de jonge weduwen; want, als zij weelderig geworden zijn tegen Christus, dan willen zij trouwen,

12 en hebben haar oordeel, omdat zij haar eerste trouw verzaakt hebben;

13 tevens leeren zij in ledigheid bij de huizen rondloopen, en zij zijn niet alleen lui, maar ook praatziek en zich met alles bemoeiende, en spreken hetgeen niet betaamt.

14 Zoo wil ik nu, dat de jonge weduwen trouwen, kinderen krijgen, het huis besturen, aan de tegenpartij geen oorzaak tot lasteren geven;

15 want sommigen hebben zich alreeds afgewend achter den satan.

16 Indien een geloovig man of eene geloovige vrouw weduwen heeft, die verzorge haar, en late de gemeente niet bezwaard worden, opdat deze haar verzorge, die waarlijk weduwen zijn.

onder de zestig jaar is; zij mag slechts eenmaal gehuwd zijn geweest,

10 en van haar moet getuigd worden dat zij rijk in goede werken is: zij moet haar kinderen goed opgevoed, gastvrijheid geoefend, de voeten der heiligen gewasschen, verdrukten bijgestaan hebben, in elk goed werk ijverig zijn geweest.

11 Maar wijs de jonge weduwen af; want als de zinlijkheid haar van Christus aftrekt, dan willen zij weer trouwen,

12 en halen zich een veroordeeling op den hals, omdat zij haar eerste trouw geringachtten.

13 En dan ook, daar zij niets te doen hebben, leeren zij huis uit huis in te gaan, niet alleen als leegloopsters, maar ook als babbelaarsters en bemoeiallen, die onbehoorlijke praatjes houden.

14 Ik wil dat de jonge vrouwen trouwen, kinderen ter wereld brengen, de huishouding waarnemen, aan den Vijand geen aanleiding geven tot kwaadspreken.

15 Want reeds zijn sommige afgedwaald, den Satan achterna.

16 Indien een geloovige vrouw weduwen in haar familie heeft, dat zij ze verzorge, en laat de gemeente er niet mee belast worden; opdat deze zorg drage voor degenen die wezenlijk weduwen zijn.

17 Dat de ouderlingen, die wel regeeren, dubbele eer waardig geacht worden, voornamelijk die arbeiden in het Woord en de leer.

Rom. 15 : 27. 1 Kor. 9 : 11. Gal. 6 : 6. Filipp. 2 : 29. 1 Thess. 5 : 12.Hebr. 13 : 17.

18 Want de Schrift zegt: Eenen dorschenden os zult gij niet muilbanden; en: De arbeider is zijn loon waardig.

Deut. 25 : 4. 1 Kor. 9 : 9. Lev. 19 : 13. Deut. 24 : 14. Matt. 10 : 10. Luk. 10 : 7.

19 Neem tegen eenen ouderling geene beschuldiging 'aan, anders dan onder twee of drie getuigen.

Deut. 19 : 15.

20 Bestraf die zondigen in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de anderen vreeze mogen hebben.

21 Ik betuig voor God, en den Heere Jezus Christus, en de uitverkorene engelen, dat gij deze dingen onderhoudt, zonder vooroordeel, niets doende naar toegenegenheid.

Rom. 1 : 9. 9 : 1. 2 Kor. 1 : 23. 11 : 31. Gal. 1 : 20. Filipp. 1 : 8. 1 Thess. 2 : 5. 5 : 27. 1 Tim. 6 : 13. Deut. 17 : 4. 19 : 18.

22 Leg niemand haastelijk de handen op, en heb geene gemeenschap aan anderer zonden; bewaar uzelven rein.

Hand. 6:6 8 : 17. 13 : 3. 19 : 6. 1 Tim. 4 : 14. 2 Tim. 1 : 6.

23 Drink niet langer water alleen, maar gebruik een weinig wijns, om uwe maag en uwe menigvuldige zwakheden.

Ps. 104 : 15.

24 Van sommige menschen zijn

17 De oudsten, die wèl besturen, achte men dubbele eer waardig, inzonderheid die arbeiden in het woord en in de leer;

18 want de Schrift zegt: „Gij zult den os, die dorscht, niet muilbanden", en: „Een arbeider is zijn loon waardig".

Deut. 25 : 4. 1 Cor. 9 : 9. Luc. 10 : 7.

19 Neem tegen een oudste geen klacht aan, zonder twee of drie getuigen.

Deut. 19 : 15.

20 Wie zondigen, bestraf die in tegenwoordigheid van allen, opdat ook de anderen vrees hebben.

21 Ik betuig voor God en den Heere Jezus Christus en de uitverkoren Engelen, dat gij dit onderhoudt zonder vooroordeel, en niets doet uit partijdigheid.

22 Leg niemand spoedig de handen op, maak u ook niet aan anderer "zonden deelachtig. Bewaar u zeiven rein.

23 Drink niet langer alleen water, maar gebruik een weinig wijn, om uwe maag, en omdat gij dikwijls ongesteld zijt.

24 Van sommige .menschen zijn

17 Oudsten die goed besturen moeten dubbele eer waardig gekeurd worden, vooral zij die arbeiden met prediking en onderricht.

18 Want de Schrift zegt: Een dorschend rund zult gij niet muilbanden — en: De arbeider is zijn loon waard.

19 Neem tegen een oudste geen aanklacht aan dan op het woord van twee of drie getuigen.

20 Berisp in aller tegenwoordigheid hen die zonde begaan; opdat ook de overigen bevreesd worden.

21 Ik bezweer u voor God, voor Christus Jezus en voor de uitverkoren engelen dat gij deze dingen onbevooroordeeld in acht neemt, zonder iets te doen uit partijdigheid voor dezen of genen.

22 Leg niet overijld iemand de handen op, en maak u niet mee verantwoordelijk voor anderer zonden. Houd u rein. —

23 Drink niet langer alleen water, maar gebruik wat wijn om uw maag en uw herhaalde ongesteldheden. —

24 Van sommige menschen zijn