Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14 Maar ik heb zonder uw goedvinden niets willen doen, opdat uwe goeddadigheid niet zou zijn als naar bedwang, maar naar vrijwilligheid.

15 Want veellicht is hij daarom voor eenen kleinen tijd van u gescheiden geweest, opdat gij hem eeuwig zoudt weder hebben.

16 Nu voortaan niet als een dienstknecht, maar meer dan een dienstknecht, namelijk een geliefden broeder, inzonderheid mij, hoeveel te meer dan u, beide in het vleesch en in den Heere.

17 Indien gij mij dan houdt voor een metgezel, zoo neem hem aan, gelijk als mij.

18 En indien hij u iets verongelijkt heeft, of schuldig is, reken dat mij toe.

19 Ik, Paulus, heb het geschreven met deze mijne hand, ik zal het betalen; opdat ik u niet zegge, dat gij ook uzelven mij daartoe schuldig zijt.

20 Ja, broeder! laat mij uwer hierin genieten in den Heere; verkwik mijne ingewanden in den Heere.

21 Ik heb aan u geschreven, vertrouwende op uw gehoorzaamheid; en ik weet, dat gij doen zult ook boven hetgeen ik zeg.

22 En bereid mij ook tegelijk eene herberg; want ik hoop, dat ik door uwe gebeden ulieden zal geschonken worden.

Hebr. 13 : 2. Filipp. 1 : 25.

Groeten en zegenbede.

23 U groeten Epafras, mijn medegevangene in Christus Jezus,

Kol. 1 : 7. 4 : 12.

24 Markus, Aristarchus, Démas, Lukas, mijne medearbeiders.

Hand. 12 : 12, 25. 15 : 37. Kol. 4 : 10. 2 Tim. 4 : 11. 1 Petr. 5 : 13. Hand. 19 : 29. 20 : 4. 27 : 2. Kol. 4 : 10. Kol. 4 : 14. 2 Tim. 4 : 10. Kol. 4 : 14. 2 Tim. 4 : 11.

25 De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met uwen geest. Amen.

DE BRIEF VAN DEN APOSTEL PAULUS AAN DE HEBREEN.

Christus overtreft de engelen. . 1 God, voortijds veelmaal en op ' velerlei wijze, tot de vaderen gesproken hebbende door de profeten, heeft in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon;

2 Welken Hii sresteld heeft tot

een erfgenaam van alles, door Welken Hij ook de wereld gemaakt heeft;

Matt. 21 : 38. Gen. 1 : 3. Ps. 33 : 6.

Joh. 1 : 3. Efez. 3 : 9. Kol. 1 : 16.

3 Dewelke, alzoo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechterhand der Majesteit in de hoogste hemelen;

2 Kor. 4 : 4. Filipp. 2 : 6. Kol. 1 : 15.

14 maar zonder uw goedvinden wilde ik niets doen, opdat uwe goedheid niet gedwongen zij, maar vrijwillig.

15 Want misschien is hij daarom voor een korten tijd van u gescheiden geweest, opdat gij hem voor eeuwig zoudt weder hebben:

16 nu niet meer als een knecht, maar meer dan een knecht, als een geliefden broeder, inzonderheid mij, hoeveel te meer dan u, beide naar het vleesch en in den Heer.

17 Indien gij nu met mij gemeenschap hebt, wil hem toch aannemen als mijzelven.

18 En indien hij u eenige schade gedaan heeft of iets schuldig is, reken dat mij toe.

19 Ik, Paulus, schrijf het met eigen hand: ik zal het betalen; om niet te zeggen, dat gij uzelven aan mij schuldig zijt.

20 Ja, broeder, gun mij, dat ik mij over u verblijde in den Heer; verkwik mijn hart in Christus!

21 Ik heb, vertrouwende op uwe gehoorzaamheid, aan u geschreven, en ik weet, dat gij meer zult doen dan ik zeg.

22 Bereid mij tevens ook huisvesting; want ik hoop, dat ik door uw gebed u zal geschonken worden.

Groeten en zegenbede.

23 U groeten Epafras, mijn medegevangene in Christus Jezus,

Col. 1:7. 4 : 12.

24 Markus, Aristarchus, Demas, Lukas, mijne medehelpers.

Col. 4 : 10,14.

25 De genade onzes Heeren Jezus Christus zij met uwen geest! Amen.

DE BRIEF AAN DE HEBREEN.

Inleiding.

1 Nadat God eertijds menigmaal en op menigerlei wijze tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door den Zoon,

2 dien Hij gesteld heeft tot een erfgenaam van alle dingen, door wien Hij ook de wereld gemaakt heeft;

2 Joh. l : 3.

3 die nademaal hij is het afschijnsel zijner heerlijkheid en het evenbeeld zijns wezens, en alle dingen draagt door zijn krachtig woord, nadat hij de reiniging van de zonden door zichzelven heeft teweeggebracht, gezeten is aan de rechterhand der majesteit in de hoogte,

Col. l : 15—17.

14 maar buiten uw medeweten wilde ik niets doen; opdat uw goed werk niet gedwongen maar vrijwillig gedaan zou worden.

15 Immers, wellicht is hij met dat doel voor een wijle van u verwijderd, dat gij hem voor eeuwig zoudt bezitten,

16 niet meer als slaaf, maar als iets hoogers, als geliefden broeder. Is hij dit reeds in hooge mate voor mij, hoe veel te meer zal hij het voor u zijn èn door uw wereldsche verhouding èn in de gemeenschap met Christus.

17 Derhalve, indien gij mij voor uw geestverwant houdt, neem hem dan op alsof ik het was.

18 Heeft hij u eenige schade berokkend, of is hij u iets schuldig, schrijf het op mijn rekening.

19 Ik, Paulus, schrijf het eigenhandig: Ik zal het betalen. Laat mij liever zeggen: Zet het op uw eigen rekening; want gij zijt mij daarenboven uzelf schuldig.

20 Ja, broeder, ik zou wel gaarne voordeel van u trekken door onze gemeenschap met den Heer. Verkwik mijn hart, zooals het onder Christenen geschieden moet.

Besluit. Groeten.

21 Rekenend op uw gehoorzaamheid schrijf ik u, wetend dat gij meer zult doen dan wat ik zeg.

22 Bereid er u tevens op voor mij gastvrijheid te verleenen. Want ik hoop door uw gebeden aan u teruggegeven te worden.

23 U groet Epafras, mijn medegevangene voor de zaak van Christus Jezus,

24 Marcus, Aristarchus, Demas en Lucas, mijn medewerkers.

25 De genade van den Heer Jezus Christus zij met uwlieder geest.

DE BRIEF AAN DE HEBREEN.

Inleiding. Christus' verhevenheid boven de engelen.

1 Nadat God oudtijds veel malen en op veel wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij, op het eind van deze dagen, tot ons gesproken door den Zoon,

2 dien Hij tot erfgenaam van alles aangesteld, door wien Hij ook de werelden gemaakt heeft.

3 Deze, het afschijnsel van Gods heerlijkheid en het afdruksel van zijn wezen, die alles draagt door zijn machtig woord, heeft de reiniging van zonden teweeggebracht en zich daarna gezet aan de rechterhand der Majesteit in den hemel,

Sluiten