is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rende, die de zonden nimmermeer kunnen wegnemen;

12 Maar Deze, een slachtoffer voor de zonden geofferd hebbende, is in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand Gods;

Ps. 110 : 1. Hand. 2 : 34. 1 Kor. 15 : 25. Efez. 1 : 20. Kol. 3 : 1. Hebr. 1 : 13.

13 Voorts verwachtende, totdat Zijne vijanden gesteld worden tot eene voetbank Zijner voeten.

14 Want met ééne offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.

15 En de Heilige Geest getuigt het ons ook;

16 Want nadat Hij te voren gezegd had: Dit is het verbond, dat Ik met hen maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijne wetten geven in hunne harten, en Ik zal die inschrijven in hunne verstanden;

Jer. 31 : 31, 32, 33, 34. Rom. 11 : 27.

Hebr. 8 : 8.

17 En hunne zonden en hunne ongerechtigheden zal Ik geenszins meer gedenken.

18 Waar nu vergeving derzelve is, daar is geene offerande meer voor de zonde.

Vermaning tot volharding in het geloof.

19 Dewijl wij dan, broeders! vrijmoedigheid hebben, om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, Joh. 10 : 9.14 : 6.

Rom. 5 : 2. Efez. 2 : 13. 3 : 12.

20 Op eenen verschen en levenden weg, welken Hij ons ingewijd heeft door het voorhangsel, dat is, door Zijn vleesch;

21 En dewijl wij hebben eenen grooten Priester over het huis Gods;

22 Zoo laat ons toegaan met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, onze harten gereinigd zijnde van het kwaad geweten en het lichaam gewasschen zijnde met rein water.

Ezec. 36 : 25.

23 Laat ons de onwankelbare belijdenis der hoop vasthouden; (want Die het beloofd heeft, is getrouw);

24 En laat ons op elkander acht nemen, tot opscherping der liefde en der goede werken;

25 En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen; en dat zooveel te meer, als gij ziet, dat de dag nadert.

26 Want zoo wij willen zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zoo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden;

Num. 15 : 30. Matt. 12 : 31. Hebr. 6 : 4. 2 Petr. 2 : 20. 1 Joh. 5 : 16.

27 Maar eene schrikkelijke verwachting des oordeels, en hitte des vuurs, dat de tegenstanders zal verslinden.

28 Als iemand de wet van Mozes heeft te niet gedaan, die sterft zonder barmhartigheid, onder twee of drie getuigen;

Num. 35 : 30. Deut. 17 : 6. 19 : 15. Matt. 18 : 16. Joh. 8 : 17. 2 Kor. 13 : 1.

die de zonden nimmermeer kunnen wegnemen;

12 maar deze, nademaal hij één offer voor de zonden geofferd heeft, zit eeuwig ter rechterhand Gods,

13 en wacht voortaan, totdat zijne vijanden tot eene voetbank zijner voeten gelegd worden.

Ps. 110 : 1. Hebr. 1 : 13.

14 Want met één offer heeft hij in eeuwigheid voleindigd degenen, die geheiligd worden.

15 En ook de Heilige Geest betuigt het ons,

16 want, nadat hij gezegd had: „Dit is het verbond, hetwelk Ik met hen maken zal na deze dagen", spreekt de Heer: „Ik zal mijne wet in hunne harten geven, en in hunnen geest zal Ik haar schrijven;

Jer. 31 : 33, 34. Hebr. 8 : 10—12.

17 en hunne zonden en hunne ongerechtigheden zal Ik niet meer gedenken".

18 Waar nu vergeving van deze is, daar is geen offer meer voor de zonde.

te dragen — die toch nooit de zonden kunnen wegnemen; 12 maar hij heeft, na éen enkel offer voor de zonden gebracht te hebben, voor altijd plaats genomen aan de rechterhand Gods,

13 verder afwachtend dat zijn vijanden zullen gelegd worden als een voetbank onder zijn voeten.

14 Want hij heeft met dat éene offer voor altijd hen die geheiligd worden tot volkomenheid gevoerd.

15 Dit getuigt ons ook de Heilige Geest;

16 want nadat Hij gezegd heeft: Dit is het verbond dat Ik nadezen hun zal beschikken, spreekt de Heer: Ik geef mijn wetten in hun hart en zal ze hun inprenten —

17 zegt Hij: aan hun zonden en ongerechtigheden zal Ik niet meer denken. —

18 Welnu, waar deze vergeven zijn wordt geen offer voor de zonden meer gebracht.

Vermaning tot standvastigheid.

19 Dewijl wij dan nu, broeders, door het bloed van Jezus vrijmoedigheid hebben tot den ingang in het heiligdom,

20 welken hij ons bereid heeft tot een nieuwen en levenden weg, door het voorhangsel, dat is: door zijn vleesch,

21 en wij een grooten priester hebben over het huis Gods,

22 zoo laat ons toetreden met een oprecht hart, in volle verzekering des geloofs, de harten gereinigd van een kwaad geweten, en het lichaam gewasschen met rein water;

Hebr. 4 : 16.

23 en laat ons vasthouden aan de belijdenis der hoop, en niet wankelen, want hij is getrouw, die het beloofd heeft;

24 en laat ons op elkander acht geven, tot opwekking der liefde en goede werken,

25 en niet nalaten onze onderlinge bijeenkomsten, gelijk sommigen plegen, maar elkander vermanen, en dat zooveel te meer, als gij ziet, dat de dag nadert.

26 Want zoo wij moedwillig zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, hebben wij voortaan geen offer meer voor de zonden;

27 maar eene verschrikkelijke verwachting van het oordeel en den vuurgloed, die de vijanden verteren zal.

28 Als iemand de Wet van Mozes breekt, dan moet hij sterven zonder barmhartigheid, op grond van twee of drie getuigen:

Num. 35 : 30. Deut. 17 : 6. 19 : 15.

Volhardt in het geloof.

19 Daar wij dus, broeders, door het bloed van Jezus de vrijmoedigheid hebben om het heiligdom binnen te treden

20 — hij heeft immers voor ons een nieuwen, levenden weg gebaand door het voorhangsel, dat is zijn vleesch, —

21 en wij in hem een grooten priester over het huis Gods hebben,

22 laat ons met een oprecht hart toetreden in volle verzekerdheid des geloofs, omdat onze harten door besprenging bevrijd zijn van een boos geweten en onze lichamen met rein water zijn gewasschen.

23 Laat ons vasthouden aan de onwankelbare belijdenis der hoop; want Hij die de belofte heeft geschonken is getrouw;

24 en laat ons op elkander achtgeven, elkander aansporend tot liefde en goede werken,

25 uw samenkomsten niet verzuimend — zooals sommigen plegen te doen — maar elkander vermanend, te meer naarmate gij ziet dat de groote dag nadert.

26 Want indien wij na tot inzicht in de waarheid gekomen te zijn moedwillig zondigen, blijft er geen offer voor de zonden over,

27 maar een vreeselijke verwachting van oordeel en van een vuurgloed die de weerspannigen zal verteren.

28 Minacht iemand de wet van Mozes, dan sterft hij zonder erbarmen op het woord van twee of drie getuigen;