is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Zonde gansch volgroeid, zoo geeft zij het aanzijn aan den dood.

16 Laat u, geliefde broeders, niet misleiden.

17 Elke goede gave en elk volmaakt geschenk komt van boven, en daalt van den Vader neer der hemellichten, bij wien geen verandering is of schaduwe van omkeer.

18 Naar zijn wil heeft Hij het aanzijn ons gegeven door het woord der waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen zouden zijn onder zijne schepselen.

Hoorders en daders van het woord.

19 Weet dit wel, geliefde broeders: Ieder zij tot hooren snel bereid, maar om te spreken langzaam, langzaam ook tot toorn.

20 Want 's menschen toorn werkt geen goede daad voor God.

21 Daarom, verwijdert alle vuil en allen boozen uitwas, en aanvaardt zachtmoedig het u ingeplante woord, dat uw leven kan behouden.

22 En betoont u daders van het woord, en niet slechts hoorders; dan zoudt ge uzelf bedriegen.

23 Want is iemand wel een hoorder van het woord, maar niet een dader, zoo is hij aan een man gelijk, die in den spiegel zijn natuurlijk gelaat aanschouwt;

24 nauwelijks toch heeft hij zichzelf aanschouwd en is hij weder heengegaan, of hij is terstond vergeten, hoe hij is.

25 Doch wie in de volmaakte wet der vrijheid schouwt en daarbij blijft, wie niet slechts hoort om te vergeten, maar ook de daad volbrengt, die zal gelukkig zijn in dit zijn doen.

26 Zoo iemand meent een dienaar Gods te zijn, maar legt zijn tong geen breidel aan, doch bedriegt veeleer zijn eigen hart, zoo is zijn godsdienst ijdel.

27 Zuivere en onbevlekte godsdienst in het oog van God, den Vader, is: wees en weduwe te bezoeken in hun druk, en zelf zich onbesmet te houden van de wereld.

2 Want komt er iemand binnen in uw samenkomst met gouden vingerring en sierlijke kleedij, en ook een arme komt daar binnen, en zijn kleed is vuil,

3 en gij ontziet den man die sierlijk is gekleed, en zegt: zet u hier

als de zonde volgroeid is, brengt ze de dood.

16 Bedriegt u niet, mijn geliefde broeders.

17 Niet dan goede gift en volmaakte gave komt van boven, en daalt neer van den Vader deilichten, bij wien geen verandering bestaat of schaduw van wisselvalligheid.

18 Uit vrije wil heeft Hij ons door de prediking der waarheid verwekt, opdat we de eersteling zijner schepselen zouden zijn.

Gods Woord horen en het beleven.

19 Verstaat dit goed, mijn geliefde broeders! Een ieder zij vlug in het horen, maar traag in het spreken, traag in de toorn;

20 want 's mensen toorn bewerkt geen gerechtigheid Gods.

21 Legt daarom alle onreinheid af en uitwas van boosheid, maar neemt met zachtmoedigheid het woord in u op, dat op u is geënt, en dat uw zielen kan redden.

22 Weest werkers van het woord, en niet hoorders alleen; anders bedriegt gij uzelf.

23 Immers, wanneer iemand het woord aanhoort, maar er zich niet naar gedraagt, dan gelijkt hij op een man, die zijn gelaat, door de natuur hem geschonken, in een spiegel beziet;

24 want als hij toegekeken heeft en heen is gegaan, is hij aanstonds vergeten, hoe hij er uitzag.

25 Maar hij, die met volle aandacht de volmaakte wet der vrijheid beschouwt, en zich er ook naar gedraagt — geen vergeetachtig hoorder, maar een man van de daad — hij zal zalig worden door zijn werken.

Doet de werken des geloofs.

26 Zo iemand vroom meent te zijn, maar zijn tong niet beteugelt, dan bedriegt hij zichzelf, en zijn vroomheid is ijdel.

27 Reine en vlekkeloze vroomheid in de ogen van God en den Vader is deze: zorg te dragen voor wezen en weduwen in hun rampspoed, en zich onbesmet van de wereld te houden.

2 Welnu, wanneer bij uw samenkomst een man binnentreedt met gouden ringen en een prachtig gewaad, maar er ook een arme binnenkomt met onverzorgde kleding, —

3 en wanneer gij dan opziet tegen den man met het prachtig gewaad

de zonde volgroeid is, brengt zij den dood voort.

16 Dwaalt niet, mijn geliefde broeders.

17 Iedere gave, die goed, en elk geschenk, dat volmaakt is, daalt van boven neder, van den Vader der lichten, bij wien geen verandering is of zweem van ommekeer.

18 Naar zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het woord der waarheid, om in zekeren zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen.

Hoorders of daders.

19 Weet (dit) wel, mijn geliefde broeders: ieder mens moet snel zijn om te horen, langzaam om te spreken, langzaam tot toorn;

20 want de toorn van een man brengt geen gerechtigheid voor God voort.

21 Legt dus af alle vuilheid en alle openbaring van boosheid en neemt met zachtmoedigheid het in u geplante woord aan, dat uw zielen kan behouden.

22 En weest daders des woords en niet alleen hoorders: dan zoudt gij uzelf misleiden.

23 Want wie hoorder is van het woord en niet dader, die gelijkt op een man, die het gelaat, waarmede hij geboren is, in een spiegel beschouwt;

24 want hij heeft zich beschouwd, is heengegaan en heeft terstond vergeten, hoe hij er uitzag.

25 Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet, die der vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtig hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in hetgeen hij doet.

26 Indien iemand meent godsdienstig te zijn en daarbij zijn tong niet in toom houdt, maar zijn hart misleidt, diens godsdienst is waardeloos.

27 Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, den Vader, is: omzien naar wezen en weduwen in hun druk en zichzelf onbesmet van de wereld bewaren.

Geen aanzien des persoons. 1 Mijn broeders, houdt uw geloof 7 in onzen Here der heerlijkheid, Jezus Christus, vrij van aanzien des persoons.

2 Want stel, er kwam in uw vergadering een man binnen met een gouden ring aan zijn vinger en in prachtige kleding, en er kwam ook een arme binnen in schamele kleding,

3 en gij zoudt opzien tegen den man met de prachtige kleding en

De ware daad in het oordeel over rijk, en arm bij de godsdienstoefening. 1 Broeders, waar gij gelooft in Jezus Christus, onzen glorierijken Heer, past dat geloof niet toe met oogendienarij.

1 Mijn broeders, paart het aanzien van personen niet met het geloof in onzen verheerlijkten Heer Jesus Christus.