Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13 Doch naar zijn belofte verwachten wij nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.

Opwekking, om op zijn hoede te zijn.

14 Daarom dan, geliefden, daar gij dit verwacht, moet gij u met ernst er op toeleggen, dat gij onbevlekt en onberispelijk voor Hem bevonden wordt, in vrede;

15 en ziet in de lankmoedigheid van onzen Heer uw heil, gelijk ook onze geliefde broeder Paulus, naar de hem geschonken wijsheid, u geschreven heeft.

16 En zoo doet hij in al de brieven, waar hij daarover spreekt -—waarin een en ander moeilijk is te verstaan, dat de onkundige en onvaste [lezers] verdraaien, zooals zij het ook met de andere geschriften doen, tot hun eigen verderf.

17 Gij dan, geliefden, nu gij dit vooruit weet, weest op uw hoede, opdat gij niet, medegesleept door de dwaling der tuchteloozen, uw vast standpunt verliest.

18 Wast veeleer op in genade en kennis van onzen Heer en Heiland Jezus Christus. Hem zij de eer èn

nu en toe den ctag der eeuwigneid.

13 en verwachten we uit kracht zijner belofte een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarin de gerechtigheid woont.

14 Daarom geliefden, nu gij dit alles verwacht, moet gij uw best doen, om smetteloos en onbevlekt te worden bevonden, in vrede met Hem.

15 Weet ook de lankmoedigheid

van onzen neer ais een neu te waarderen, zoals onze geliefde broeder Paulus, naar de hem geschonken wijsheid, aan u heeft geschreven,

16 en zoals hij dit ook in al de andere brieven leert, wanneer hij over deze dingen spreekt. Er komen daarin sommige duistere plaatsen voor, die onontwikkelde en onstandvastige mensen verdraaien tot hun eigen verderf, zoals ze dat ook met al de andere Schriften doen.

17 Gij dan, geliefden, nu gij het te voren weet, weest op uw hoede, opdat gij niet door de dwaling der goddelozen wordt meegesleept en uw eigen vastheid verliest.

18 Neemt liever toe in genade en

Kennis van jesus unristus, onzen Heer en Verlosser. Hem zij de glorie nu en tot de Dag der Eeuwigheid.

13 Wij verwachten echter naar zijn belofte nieuwe hemelen en eeD nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont. Jes. 65 : 17. 66 : 22.

14 Daarom, geliefden, beijvert u in deze verwachting, onbevlekt en onberispelijk te blijken voor Hem in vrede,

15 en houdt de> lankmoedigheid van onzen Here voor zaligheid, zoals ook onze geliefde broeder Paulus naar de hem gegeven wijsheid u geschreven heeft,

16 evenals in alle brieven, wanneer hij over deze dingen spreekt. Daarin is een en ander moeilijk te verstaan, wat de onkundige en onstandvastige lieden tot hun eigen verderf verdraaien, evenals trouwens de overige schriften.

Slot.

17 Geliefden, daar gij het nu van te voren weet, weest op uw hoede, dat gij niet, door de dwaling der zedelozen medegesleept, afvalt van uw eigen standvastigheid;

18 maar wast op in de genade en in de kennis van onzen Here en Heiland, Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot den dag der eeuwigheid.

DE EERSTE BRIEF VAN JOHANNES.

Inleiding.

Reden en doel van den brief.

1 Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord en met onze oogen gezien hebben, hetgeen wij aanschouwd en met onze handen getast hebben van het woord des levens,

2 — ja, het leven is geopenbaard! en wij hebben gezien en betuigen en verkondigen u het eeuwigheidsleven, dat bij den Vader was en ons is geopenbaard, —

3 hetgeen wij gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij ook u, opdat gij ook met ons gemeenschap moogt hebben. En ónze gemeenschap — zij is met den Vader en met Jezus Christus, zijnen Zoon;

4 en wij schrijven u deze dingen, opdat onze blijdschap volkomen zij.

De ware gemeenschap met God in licht, liefde en geloof. De wandel in het licht een bewijs van gemeenschap met God. 5 Én dit is de verkondiging, die wij van hem gehoord hebben en u verkondigen: God is licht, en daar is gansch geene duisternis in Hem.

6 Wanneer wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben, en wij wandelen toch in de duisternis, zoo liegen wij en doen de waarheid niet.

7 Wanneer wij echter in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is,

DE EERSTE BRIEF VAN DEN H. JOHANNES.

Proloog: Wij verkondigen, wat wij gezien en gehoord hebben.

1 Wat van de aanvang af bestond, wat wij hebben gehoord, wat wij met onze ogen hebben gezien, wat we mochten aanschouwen en onze handen mochten betasten met betrekking tot het Woord des Levens: —

2 ja waarlijk, het Leven is verschenen en wij hebben het gezien; en wij leggen getuigenis af en brengen u de boodschap van het eeuwig Leven, dat bij den Vader was en aan ons is verschenen; —

3 wat wij dan hebben gezien en gehoord, dat verkondigen wij ook aan u, opdat gij gemeenschap moogt hebben met ons: en ónze gemeenschap is met den Vader, en met Jesus Christus, zijn Zoon.

4 En we schrijven hierover, opdat onze vreugde volkomen mag worden.

5 En dit is de boodschap, die we van Hem hebben gehoord, en die we u verkondigen gaan:

Gods licht op de zonde. God is Licht; en in Hem is geen spoor van duisternis! —

6 Wanneer we nu zeggen, dat we gemeenschap hebben met Hem, ofschoon we in duisternis wandelen, dan liegen we, en betrachten we de waarheid niet.

7 Maar wanneer we wandelen in het licht, zoals Hij in het Licht

DE EERSTE BRIEF VAN JOHANNES

Het getuigenis van Johannes. 1 Hetgeen was van den beginne, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze (eigen) ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen

getast hebben van het Woord des levens

2 — het leven toch is geopenbaard en wij hebben gezien en getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij den Vader was en aan ons geopenbaard is —

3 hetgeen wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben. En ónze gemeenschap is met den Vader en ook met zijnen Zoon Jezus Christus.

4 En deze dingen schrijven wij, opdat onze blijdschap volkomen zij.

De ivandel in het licht.

5 En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen: God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.

6 Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en

in de duisternis wandelen, dan liegen wij en doen de waarheid niet;

7 maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht

Sluiten