Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoons van God; opdat gij weet, dat gij het eeuwige leven hebt, en opdat gij gelooft in den Naam des Zoons van God. joh. 20 : 31.

De kracht des gebeds.

14 En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot Hem hebben, dat zoo wij iets bidden naar Zijnen wil, Hij ons verhoort.

Jer. 29 : 12. Matt. 7 : 8. 21 : 22. Mark. 11 : 24. Luk. 11 : 9. Joh. 14 : 13. 15 : 7. 16 : 24. Jakob. 1 : 5. 1 Joh. 3 : 22.

15 En indien wij weten, dat Hij ons verhoort, wat wij ook bidden, zoo weten wij, dat wij de beden verkrijgen, die wij van Hem gebeden hebben.

16 Indien iemand zijnen broeder ziet zondigen eene zonde niet tot den dood, die zal God bidden en Hij zal hem het leven geven, dengenen, zeg ik, die zondigen niet tot den dood; Er is eene zonde tot den dood; voor dezelve zonde zeg ik niet, dat hij zal bidden.

Num. 15 : 30. 1 Sam. 2 : 25. Matt. 12 : 31.

Mark. 3 : 29. Luk. 12 : 10. Hebr. 6 : 4. 10 : 26. 2 Petr. 2 : 20.

17 Alle ongerechtigheid is zonde; en er is zonde niet tot den dood.

1 Joh. 3 : 4.

18 Wij v/eten, dat een iegelijk, die uit God geboren is, niet zondigt; maar die uit God geboren is, bewaart zichzelven, en de booze vat hem niet. 1 Joh. 3 : 9.

19 Wij weten, dat wij uit God zijn, en dat de geheele wereld ligt in het booze.

20 Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, dat wij den Waarachtige kennen; en wij zijn in den Waarachtige, namelijk in Zijnen Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven.

Luk. 24 : 45. Jes. 9 : 5. 44 : 6. 54 : 5. Joh. 20 : 28. Eom. 9 : 5. 1 Tim. 3 : 16.

21 Kinderkens! bewaart uzelven van de afgoden. Amen.

Gods, opdat gij weet, dat gij het eeuwige leven hebt.

14 En dit is de vrijmoedigheid, die wij tot hem hebben, dat, indien wij iets bidden naar zijnen wil, hij ons verhoort.

Joh. 14 : 13.

15 En indien wij weten, dat hij ons verhoort in hetgeen wij bidden, zoo weten wij, dat wij de beden verkrijgen, die wij van hem gebeden hebben.

16 Indien iemand zijnen broeder ziet zondigen eene zonde niet ten dood, zoo zal hij bidden, en hij zal het leven geven dengenen, die zondigen niet ten dood. Er is eene zonde ten dood; voor deze zeg ik niet, dat iemand bidden zal.

Matth. 12 : 31, 32. Hebr. 6 : 4—6.

17 Alle ondeugd is zonde, en er is zonde niet ten dood.

Slotwoord.

18 Wij weten, dat ieder, die van God geboren is, niet zondigt; maar wie van God geboren is, die bewaart zichzelven, en de booze zal hem niet aantasten.

19 Wij weten, dat wij van God zijn, en de geheele wereld in het booze ligt;

20 maar wij weten, dat de Zoon Gods gekomen is, en ons een inzicht heeft gegeven, dat wij den Waarachtige kennen; en wij zijn in den Waarachtige, in zijnen Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God en het eeuwige leven.

Joh. 17 : 3.

21 Kinderen, wacht u voor de afgoden! Amen.

ge leven hebt, gij die gelooft in den naam van den Zoon Gods.

14 En hierin bestaat de vrijmoedigheid die wij tegenover Hem hebben, dat, indien wij iets vragen volgens zijn wil, Hij naar ons hoort;

15 en indien wij weten dat Hij, wat wij Hem ook vragen, naar ons hoort, dan weten wij dat wij hetgeen wij van Hem afgebeden hebben ook verkrijgen.

16 Indien iemand zijn broeder een zonde ziet begaan die geen doodzonde is, dan moet hij Hem het leven van den broeder vragen, en Hij zal het schenken — wel te verstaan, als zij geen doodzonde begaan hebben. Er is een doodzonde, en daarvoor zeg ik niet dat men bidden zal.

17 Wel is elke ongerechtigheid een zonde, maar er is er een die geen doodzonde is.

18 Wij weten dat ieder die uit God geboren is niet zondigt, maar wie uit God is geboren houdt aan Hem vast, en de Booze heeft geen vat op hem.

19 Wij weten dat wij uit God zijn en de geheele wereld in het booze ligt.

20 Ook weten wij dat de Zoon Gods gekomen is en ons het doorzicht gegeven heeft om den Waarachtige te kennen. En wij zijn in den Waarachtige, in zijn Zoon, Jezus Christus. Dat is de waarachtige God en het eeuwige leven.

21 Kinderen, wacht u voor de afgoden.

DE TWEEDE BRIEF VAN DEN APOSTEL JOHANNES.

Opschrift en groet. | 1 De ouderling aan de uitverkorene vrouwe en aan hare kinderen, die ik in waarheid liefheb, en niet alleen ik, maar ook allen, die de waarheid gekend hebben;

2 Om der waarheid wil, die in ons blijft, en met ons zal zijn in der eeuwigheid;

3 Genade, barmhartigheid, vrede zij met ulieden van God den Vader, en van den Heere Jezus Christus, den Zoon des Vaders, in waarheid en liefde.

De broederlijke liefde.

4 Ik ben zeer verblijd geweest, dat ik van uwe kinderen gevonden heb, die in de waarheid wandelen, gelijk wij een gebod ontvangen hebben van den Vader.

5 En nu bid ik u, uitverkorene vrouwe! niet als u schrijvende een nieuw gebod, maar hetgeen

DE TWEEDE BRIEF VAN JOHANNES.

Aanhef en groet.

1 De oudste aan de uitverkoren vrouw en aan hare kinderen, die ik in waarheid liefheb, en niet alleen ik, maar ook allen, die de waarheid kennen,

2 om der waarheid wil, die in ons blijft en bij ons zal zijn in eeuwigheid:

3 Genade, barmhartigheid, vrede zij met u van God, den Vader, en van den Heere Jezus Christus, den Zoon des Vaders, in de waarheid en in de liefde!

De wandel in de waarheid en liefde.

4 Ik ben zeer verblijd, dat ik onder uwe kinderen gevonden heb, die in de waarheid wandelen, gelijk wij een gebod van den Vader ontvangen hebben.

5 En nu bid ik u, vrouw, niet als schreef ik u een nieuw gebod, maar hetgeen wij gehad hebben

DE TWEEDE BRIEF VAN JOHANNES.

Wandelen in de waarheid en de liefde.

1 De Oudste aan de uitverkoren Vrouwe en haar kinderen, die ik in de waarheid liefheb, en ik niet alleen, maar allen die met de waarheid kennis gemaakt hebben,

2 om der waarheid wil, die in ons blijft en tot in eeuwigheid bij ons zal zijn.

3 Genade zal ons deel zijn, barmhartigheid, vrede van God, den Vader, en van Jezus Christus, den Zoon des Vaders, in waarheid en liefde.

4 Het heeft mij zeer verblijd bevonden te hebben dat eenige uwer kinderen in de waarheid verkeeren overeenkomstig het gebod dat wij van den Vader ontvangen hebben.

5 En nu bid ik u, Vrouwe, niet alsof ik u een nieuw gebod schrijf — het is een dat wij van den aan-

Sluiten