is toegevoegd aan je favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goddelooslijk gedaan hebben, en vanwege al de harde woorden, die de goddelooze zondaars tegen Hem gesproken hebben.

Matt. 12 : 36.

16 Deze zijn murmureerders, klagers over hunnen staat, wandelende naar hunne begeerlijkheden; en hun mond spreekt zeer opgeblazene dingen, verwonderende zich over de personen om des voordeels wil. 2 Petr. 2 :18.

Vermaning en dankzegging.

17 Maar geliefden! gedenkt gij der woorden, die voorzegd zijn van de apostelen van onzen Heere Jezus Christus;

18 Dat zij u gezegd hebben, dat er in den laatsten tijd spotters zullen zijn, die naar hunne goddelooze begeerlijkheden wandelen zullen. Hand. 20 : 29. 1 Tim. 4 : 1.

2 Tim. 3 : 1. 4 : 3. 2 Petr. 2 : 1. 3 : 3.

19 Deze zijn het, die zichzelven afscheiden, natuurlijke menschen, den Geest niet hebbende.

goddeloos geweest zijn, en om al het harde dat de goddelooze zondaars tegen Hem gesproken hebben".

16 Dezen zijn het, die murmureeren en over hun lot klagen, die naar hunne lusten wandelen; en hun mond spreekt opgeblazen woorden, terwijl zij de personen bewonderen om des voordeels wil.

Roeping der lezers.

17 Maar gij, geliefden, gedenkt de woorden, die te voren gezegd zijn door de apostelen van onzen Heere Jezus Christus,

18 toen zij u zeiden, dat er in den laatsten tijd spotters zullen zijn, die naar hunne goddelooze lusten wandelen.

2 Petr. 3 : 3.

19 Dezen zijn het, die scheuringen maken, zinnelijke menschen, die geen geest hebben.

1 Cor. 2 : 14. 15.

bedreven hebben en om al de ruwe woorden die de goddelooze zondaren tegen Hem hebben uitgesproken.

16 Dat zijn de murmureerders die op het noodlot schimpen, zich gedragen naar hun lusten, terwijl hun mond snorkend spreekt en zij grooten vleien om er voordeel van te hebben.

17 Maar gij, geliefden, houdt in gedachtenis wat u voorspeld is door de apostelen van onzen Heer Jezus Christus;

18 want zij zeiden u: In den laatsten tijd zullen er spotters zijn die zich gedragen naar hun eigen goddelooze lusten.

19 Dat zijn zij die scheuring veroorzaken, zinlijke menschen, die den Geest niet hebben.

20 Maar geliefden! bouwt gij 20 Maar gij, geliefden, bouwt 20 Maar gij, geliefden, bouwt uzelven op uw allerheiligst geloof, uzelve op uw allerheiligst geloof, uzelf op door uw allerheiligst gebiddende in den Heiligen Geest; biddende in den Heiligen Geest; loof, bidt in den Heiligen Geest,

21 Bewaart uzelven in de liefde Gods, verwachtende de barmhartigheid van onzen Heere Jezus Christus ten eeuwigen leven.

22 En ontfermt u wel eeniger, onderscheid makende;

23 Maar behoudt anderen door vreeze, en grijpt ze uit het vuur; en haat ook den rok, die van het vleesch bevlekt is.

24 Hem nu, Die machtig is u van struikelen te bewaren, en onstraffelijk te stellen voor Zijne heerlijkheid, in vreugde,

25 Den alleen wijzen God, onzen Zaligmaker, zij heerlijkheid en majesteit, kracht en macht, beide nu en in alle eeuwigheid. Amen.

Rom. 16 : 27. 1 Tim. 1 : 17.

21 bewaart uzelve in de liefde Gods, verwachtende de barmhartigheid van onzen Heere Jezus Christus ten eeuwigen leven.

22 En bestraft hen die twijfelen;

23 redt anderen door hen uit het vuur te rukken, ontfermt u over nog anderen met vreeze, en haat ook het van het vleesch besmette kleed.

Lofzegging.

24 Hem nu, die machtig is u voor struikelen te bewaren en voor het aangezicht zijner heerlijkheid onstraffelijk te stellen, met blijdschap,

25 den eenigen God, onzen Zaligmaker, door Jezus Christus, onzen Heer, zij eer en majesteit, kracht en macht, vóór alle eeuwen, en nu, en tot in alle eeuwigheid! Amen.

21 bewaart uzelf in de liefde Gods, de barmhartigheid van onzen Heer Jezus Christus tot het eeuwige leven verwachtend.

22 Wel moet gij hen met wie gij, omdat zij twijfelen, medelijden hebt

23 redden door hen met geweld uit het vuur te trekken, maar uw medelijden met anderen moet met vreeze gepaard gaan, daar gij zelfs het kleed dat door het vleesch bezoedeld is haat.

24 Hem die in staat is u voor struikelen te bewaren en vlekkeloos onder gejuich te plaatsen voor zijn heerlijkheid,

25 den eenigen God, onzen redder door Jezus Christus, onzen Heer, Hem zij heerlijkheid, majesteit, kracht en macht vóór alle eeuwigheid en nu en tot in alle eeuwigheid. Amen.

DE OPENBARING VAN JOHANNES.

Opschrift en groet.

I 1 De openbaring van Jezus Christus, die God hem gegeven heeft, om Zijnen dienstknechten te toonen de dingen, die haast geschieden moeten; en die Hij door Zijnen engel gezonden, en Zijnen dienstknecht Johannes te kennen gegeven heeft;

2 Dewelke het woord Gods betuigd heeft, en de getuigenis van Jezus Christus, en al wat hij gezien heeft.

3 Zalig is hij, die leest, en zijn zij, die hooren de woorden dezer profetie, en die bewaren, hetgeen in dezelve geschreven is; want de tijd is nabij.

Openb. 22 : 7. Openb. 22 :10.

DE OPENBARING VAN JOHANNES.

Opschrift.

1 Dit is de openbaring van Jezus 1 Christus, welke God hem gegeven tu heeft, om aan zijne knechten te aa toonen wat weldra geschieden wa moet; en hij heeft haar te kennen Do gegeven en gezonden door zijnen af} Engel aan zijnen knecht Johannes; doi

Jol

2 die betuigd heeft het woord 2 ] Gods, en de getuigenis van Jezus he< Christus, en al wat hij gezien gel heeft. tus

3 Zalig is hij, die leest, en zijn zij, 3 I die hooren de woorden der profe- die tie, en bewaren hetgeen daarin aai geschreven is; want de tijd is ge: nabij. wa

Openb. 22 : 7, 10.

DE OPENBARING VAN JOHANNES.

Opdracht.

1 De openbaring van Jezus Christus, hem door God gegeven om aan zijn dienstknechten te toonen wat binnenkort geschieden moet. Door zijn engel, dien hij daartoe afgezonden heeft, heeft hij haar doen toekomen aan zijn dienaar Johannes.

2 Deze heeft alwat hij gezien heeft van het woord Gods en de getuigenis aangaande Jezus Christus overgeleverd.

3 Zalig wie het voorleest, en zij die de woorden van de profetie aanhooren en hetgeen daarin opgeschreven staat ter harte nemen; want de tijd is nabij.