is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terd, en zijn stem als het ruischen van vele wateren.

16 En in zijn rechterhand hield hij zeven sterren, en uit zijn mond kwam een zwaard te voorschijn, tweesnijdend, scherp; en zijn gelaat was aan de zon gelijk, wanneer zij straalt in volle kracht.

17 En toen ik hem zag, viel ik aan zijn voeten neder als een doode; maar hij legde zijn rechterhand op mij, en sprak: Vrees niet!

18 ik ben de eerste en de laatste, en de levende; en ik ben gestor¬

ven, maar zie, ik leer, tot m alle eeuwigheden; en ik heb de sleutels van dood en doodenrijk.

19 Schrijf daarom hetgeen gij gezien hebt, en hetgeen is, en hetgeen geschieden zal na dezen.

20 Het geheimenis der zeven sterren die gij op mijn rechterhand gezien hebt, en der zeven gouden luchters: de zeven sterren zijn engelen der zeven gemeenten, en de zeven luchters zijn de zeven gemeenten.

De brieven aan de zeven gemeenten. De brief aan Efeze. Niettegenstaande blijvende verwachting, toch zedelijke verslapping.

1 Schrijf aan den engel der gemeente te Éfeze: Zoo spreekt hij die de zeven sterren vasthoudt in zijn rechterhand, hij die wandelt te midden der zeven gouden luchters:

2 ik ken uwe werken: zoowel uw inspanning als uw standvastig wachten; dat gij boosdoeners niet verdragen kunt, alsook dat gij op de proef hebt gesteld hen die zich apostelen noemen, zonder dat zij het zijn, en dat gij hen leugenaars hebt bevonden.

3 En gij blijft standvastig wachten en hebt den last gedragen, om mijns naams wil, en gij zijt niet moede geworden.

4 Maar ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde verlaten hebt.

5 Gedenk daarom, van welke [hoogte] gij gevallen zijt, en bekeer u en doe wederom uwe vroegere werken. Maar indien gij dat niet doet, zoo kom ik tot u; en ik zal uw luchter van zijn plaats wegnemen, indien gij u niet bekeert.

6 Doch dit hebt gij, dat gij haat de werken der Nikolaïeten, welke ook ik haat.

7 Wie een oor heeft, hoore wat de Geest tot de gemeenten spreekt. Wie overwint, hem zal ik geven, te eten van den boom des levens, die staat in Gods paradijs.

De brief aan Smyrna. Opwekking, om getrouw te zijn tot in den dood.

8 En schrijf aan den engel der gemeente te Smyrna: Zoo spreekt de eerste en de laatste, die dood was en [weder] levend is geworden:

zend koper, in de oven gegloeid; zijn stem was als het geruis van vele wateren.

16 In zijn rechterhand had Hij zeven sterren, en uit zijn mond ging een scherp tweesnijdend zwaard. Zijn aanblik was schitterend, als de zon in haar kracht.

17 Toen ik Hem zag, viel ik als dood aan zijn voeten. Maar Hij legde op mij zijn rechterhand, en Hij sprak: Vrees niet! Ik ben de Eerste en de Laatste.

18 Ik ben de Levende; Ik was dood, doch zie, Ik leef in de eeuwen der eeuwen. En Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk.

Bevel het visioen op te schrijven.

19 Schrijf nu op, wat ge gezien hebt; èn wat thans is, èn wat hierna geschieden zal.

20 Dit is het geheim der zeven sterren, die ge op mijn rechterhand hebt gezien, en van de zeven gouden luchters: De zeven sterren zijn de engelen der zeven kerken, en de zeven luchters zijn de zeven kerken zelf.

Aan de kerk van Efese. 1 Schrijf aan den engel der kerk te Éfese. Dit zesrt Hii. die de zeven

sterren houdt in zijn rechterhand, die rondgaat te midden der zeven gouden luchters:

2 Ik ken uw werken, uw zwoegen en uw geduld; en Ik weet, dat ge de bozen niet kunt verdragen. Ge hebt hen, die zich apostelen noemen — maar ze zijn het niet — op de proef gesteld, en ze leugenaars bevonden.

3 Ook bezit ge geduld, en veel hebt ge uitgestaan terwille van mijn Naam, zonder moede te worden.

4 Maar Ik heb tégen u, dat ge uw eerste liefde verloren hebt.

5 Denk er eens aan, van welke hoogte ge zijt neergestort; bekeer u, en doe de werken van weleer. Zo niet, dan kom Ik op u af; Ik zal uw luchter van zijn plaats verwijderen, zo ge u niet bekeert.

6 Dit echter hebt ge vóór, dat ge de werken der Nikolaieten haat, die ook Ik haat.

7 Wie oren heeft, die hore wat de Geest zegt tot de kerken: Wie overwint, zal Ik doen eten van de boom des levens, die staat in het Paradijs van God.

Aan de kerk van Smyrna.

8 Schrijf aan den engel der kerk te Smyrna. Dit zegt de Eerste en de Laatste, Hij die dood was en levend werd;

gloeiend gemaakt, en zijn stem was als een geluid van vele wateren. Dan. 7 : 9 en 13.10 : 6. 16 En Hij had zeven sterren in zijn rechterhand en uit zijn mond kwam een tweesnijdend scherp zwaard; en zijn aanzien was gelijk de zon schijnt in haar kracht.

17 En toen ik Hem zag, viel ik als dood voor zijn voeten; en Hij legde zijn rechterhand op mij en zeide: Vrees niet, Ik ben de eerste en de laatste,

18 en de levende, en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en ik heb de sleutels van den dood en het dodenrijk.

19 Schrijf dan hetgeen gij gezien hebt en hetgeen is en hetgeen na dezen geschieden zal.

20 Het geheimenis der zeven sterren, die gij gezien hebt in mijn rechterhand, en de zeven erouden

kandelaren: de zeven sterren zijn de engelen der zeven gemeenten, en de kandelaren zijn de zeven gemeenten.

Aan Efeze.

1 Schrijf aan den engel der ge- 7 meente te Efeze: Dit zegt Hij, die de zeven sterren in zijn rechterhand houdt, die tussen de zeven

gouden kandelaren wandelt:

2 Ik weet uw werken en inspanning en uw volharding en dat gij de kwaden niet kunt verdragen en hen op de proef gesteld hebt, die zeggen, dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat gij hen leugenaars hebt bevonden;

3 en gij hebt volharding en hebt verdragen om mijns naams wil en gij zijt niet moede geworden.

4 Maar Ik heb tegen u, dat gij uw eerste liefde verzaakt hebt.

5 Gedenk dan, van welke hoogte gij gevallen zijt en bekeer u en doe (weder) uw eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik tot u en Ik zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, indien gij u niet bekeert.

6 Doch dit hebt gij, dat gij de werken der Nicolaïeten haat, welke ook Ik haat.

7 Wie oren heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van den boom des levens, die in het paradijs Gods is.

Aan Smyrna.

8 En schrijf aan den engel der gemeente te Smyrna: Dit zegt de eerste en de laatste, die dood geweest is en levend geworden: