Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22 Zie, Ik werp haar te bed, en die met haar overspel bedrijven, in groote verdrukking, zoo zii zich niet bekeeren van hunne werken.

j

23 En hare kinderen zal Ik door den dood ombrengen; en al de Gemeenten zullen weten, dat Ik het ben, Die nieren en harten onderzoek. En Ik zal ulieden geven een iegelijk naar uwe werken.

1 Sam. 16 : 7. 1 Kron. 28 : 9. 29 : 17. Ps. 7 : 10. Jer. 11 : 20. Hand. 1 : 24. Ps. 62 : 13. Jer. 17 : 10. 32 : 19. Matt. 16 : 27. Rom. 2 : 6. 14 : 12. 2 Kor. 5 : 10. Gal. 6 : 5. Openb. 20 : 12.

24 Doch Ik zeg tot ulieden, en tot de anderen, die te Thyatire zijn, zoovelen, als er deze leer niet hebben, en die de diepten des Satans niet gekend hebben, gelijk zij zeggen: Ik zal u geenen anderen last opleggen;

25 Maar hetgeen gij hebt, houdt dat, totdat Ik zal komen.

Openb. 3 : 11.

26 En die overwint, en die Mijne werken tot het einde toe bewaart, Ik zal hem macht geven over de heidenen;

Ps. 2 : 8.

27 En hij zal ze hoeden met eenen ijzeren staf; zij zullen als pottenbakkersvaten vermorzeld worden; gelijk ook Ik van Mijnen Vader ontvangen heb.

28 En Ik zal hem de morgenster geven.

29 Die ooren heeft, die hoore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.

Vijfde brief: aan Sardis.

1 En schrijf aan den engel der Gemeente, die te Sardis is: Dit zegt, Die de zeven geesten Gods heeft, en de zeven sterren: Ik weet uwe werken, dat gij den naam hebt, dat gij leeft, en gij zijt dood. Openb. 1 : 4. Openb. 1 : 16.

2 Zijt wakende, en versterk het overige, dat sterven zou, want Ik heb uwe werken niet vol gevonden voor God.

3 Gedenk dan, hoe gij het ontvangen en gehoord hebt, en bewaar het, en bekeer u. Indien gij dan niet waakt, zoo zal ik over u komen als een dief, en gij zult niet weten, op wat ure Ik over u komen zal. Openb. 3 : 19. Matt. 24 : 43.

1 Thess. 5 : 2. 2 Petr. 3 : 10.

Openb. 16 : 15.

4 Doch gij hebt eenige weinige namen ook te Sardis, die hunne kleederen niet bevlekt hebben, en zij zullen met Mij wandelen in witte kleederen, overmits zij het waardig zijn.

5 Die overwint, die zal bekleed worden met witte kleederen; en Ik zal zijnen naam geenszins uitdoen uit het boek des levens, en Ik zal zijnen naam belijden voor Mijnen Vader en voor Zijne engelen. Ex. 32 : 32. Ps. 69 : 29. Filipp. 4 : 3.

Openb. 20 : 12. 21 : 27. Matt. 10 : 32.

Luk. 12 : 8.

6 Die ooren heeft, die hoore wat de Geest tot de Gemeenten zegt.

Zesde brief: aan Filadelfia. 7 En schrijf aan den engel der Gemeente, die in Filadelfia is: Dit

22 Zie, ik werp haar op een krankbed, en wie met haar overspel bedrijven, in groote droefenis, zoo zij geen boete doen voor hunne werken.

23 En hare kinderen zal ik den dood doen sterven, en alle gemeenten zullen gewaarworden, dat ik het ben, die nieren en harten onderzoek; en ik zal aan elk onder u geven naar uwe werken.

Ps. 7 : 10. Jer. 11 : 20.

24 Maar tot ulieden zeg ik, tot de overigen die te Thyatira zijn, zoovelen deze leer niet hebben, en de diepten des satans niet gekend hebben (gelijk zij zeggen): Ik zal geen anderen last op u werpen.

25 Doch houdt wat gij hebt, totdat ik zal komen.

Openb. 3 : 11.

26 En wie overwint en mijne werken houdt tot het einde toe, dien zal ik macht geven over de heidenen,

Ps. 2 : 8, 9.

27 en hij zal hen weiden met een ijzeren staf, en als pottebakkersvaten zal hij hen vermorzelen,

28 gelijk ook ik van mijnen Vader die macht ontvangen heb; en ik zal hem de morgenster geven.

Dan. 12 : 3.

29 Wie ooren heeft, die hoore wat de Geest tot de gemeenten zegt.

De brief aan Sardes.

1 En schrijf aan den Engel der gemeente te Sardes: Dit zegt hij, die de zeven Geesten Gods heeft en de zeven sterren: Ik weet uwe werken, dat gij den naam hebt, dat gij leeft, en gij zijt dood.

2 Word wakker, en versterk het andere, dat sterven zou; want ik heb uwe werken niet vol bevonden voor mijnen God.

3 Zoo gedenk nu, hoe gij ontvangen en gehoord hebt, en houd het, en doe boete. Indien gij niet zult waken, zal ik over u komen als een dief, en gij zult niet weten op wat uur ik over u komen zal.

Matth. 24 : 44. 1 Thess. 5 : 2.

4 Doch gij hebt eenige weinige namen te Sardes, die hunne kleederen niet bevlekt hebben; en zij zullen met mij wandelen in witte kleederen, want zij zijn het waardig.

5 Wie overwint, die zal met witte kleederen bekleed worden; en ik zal zijnen naam niet uitdelgen uit het Boek des Levens, en ik zal zijnen naam belijden voor mijnen Vader en voor zijne Engelen.

Matth. 10 : 32.

6 Wie ooren heeft, die hoore wat de Geest tot de gemeenten zegt!

De brief aan Filadelfia.

7 En schrijf aan den Engel der fpmcentp te Filadelfia ■ Dit. 7.C9rt

22 Zie, ik werp haar te bed, en hen die met haar overspel bedrijven breng ik in groote verdrukking, indien zij zich niet bekeeren van haar werken,

23 en haar kinderen zal ik dooden. Zoo zullen alle gemeenten weten dat ik het ben die nieren en harten doorzoek, en ik zal een iegelijk uwer zijn werken vergelden.

24 Maar tot u, tot de overigen in Thyatira, zoovelen zich aan die leer niet houden en de diepten van den Satan — zooals zij het noemen — niet kennen, tot u zeg ik: Ik zal u geen anderen last opleggen;

25 houdt slechts vast hetgeen gij hebt, totdat ik kom.

26 Wie overwint en mijn werken tot het einde toe inachtneemt, hem zal ik macht geven over de volken,

27 en hij zal hen weiden met een ijzeren staf, zooals aarden vaten in stukken geslagen worden — welke macht ik ook van mijn Vader ontvangen heb —

28 en ik zal hem de morgenster geven.

29 Wie een oor heeft hoore wat de Geest tot de gemeenten zegt.

Brief aan Sardes.

Gij heet te leven en zijt dood. 1 Schrijf aan den engel der gemeente te Sardes: Zoo spreekt hij die de zeven sreesten Gods en de

zeven sterren vasthoudt: Ik ken uw werken: gij heet te leven en zijt dood.

2 Word wakker en versterk het overige dat sterven gaat; want ik heb bevonden dat uw werken niet voltooid zijn voor het oog van mijn God.

3 Gedenk dan hoe gij het ontvangen en gehoord hebt, bewaar het en bekeer u. Indien gil' niet ont¬

waakt, zal ik komen als een dief, en gij weet niet te welker ure ik u overval.

4 Maar gij hebt te Sardes eenige weinige personen die hun kleeren niet verontreinigd hebben. Zij zullen in het wit gekleed met mij rondgaan, omdat zij het waard zijn.

5 Hij die overwint zal getooid worden in witte kleederen, en ik zal zijn naam niet uitwisschen uit het boek des levens; neen, ik zal zijn naam belijden voor mijn Vader en voor zijn engelen.

6 Wie een oor heeft hoore wat de Geest tot de gemeenten zegt.

Brief aan Filadelfia.

Houd wat gij liebt, opdat niemand u uw krans ontneme.

7 Schrijf aan den engel der gemeente te Filadelfia: Zoo spreekt

Sluiten