is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Nieuwe Testament in zes Nederlandse vertalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boekrol, van binnen en van buiten beschreven, verzegeld met zeven zegelen.

2 En ik zag een sterken engel, die met luide stem verkondigde: Wie is waardig, het boek te openen en zijn zegelen te verbreken?

3 En niemand in den hemel noch op de aarde, noch onder de aarde, vermocht het boek te openen of daarin te zien.

4 En ik weende zeer, omdat niemand waardig werd bevonden, het boek te openen of daarin te zien.

5 En een der oudsten sprak tot mij: Ween niet. Zie, overwonnen heeft de leeuw uit Juda's stam, de wortel Davids, om het boek en zijn zeven zegelen te openen.

een boek van binnen en buiten beschreven, met zeven zegels verzegeld.

2 Ook zag ik een machtigen engel, die uitriep met geweldige stem: Wie is waardig, te openen het boek en te verbreken zijn zegels? —

3 Maar niemand in de hemel, op de aarde of onder de aarde was bij machte, het boek te openen, of er een blik in te slaan.

4 En ik weende bitter, omdat niemand werd waardig bevonden, het boek te openen of er een blik in te slaan. —

5 Maar één van de Oudsten sprak tot mij: Ween niet; zie, de Leeuw uit Juda's stam, de Wortel van David heeft overwonnen; Hij zal dus het boek en zijn zeven zegels ontsluiten!

boekrol, beschreven van binnen en van buiten, welverzegeld met zeven zegels.

Ez. 2 : 9

2 En ik zag een sterken engel, die met luider stem uitriep: Wie is waardig de boekrol te openen en haar zegels te verbreken?

3 En niemand in den hemel, noch op de aarde, noch onder de aarde kon de boekrol openen of haar inzien.

4 En ik weende zeer, omdat niemand waardig was gebleken de boekrol te openen of die in te zien.

5 En een uit de oudsten zeide tot mij: Ween niet; zie, de leeuw uit den stam Juda, de wortel Davids. heeft overwonnen om de boekrol en haar zeven zegels te openen.

Gen. 49 : 9. Jes. 11 : 1. 10.

6 En ik zag midden in den troon, tusschen de vier wezens, en in den kring der oudsten: daar stond een Lam, als geslacht; het had zeven hoornen en zeven oogen — dit zijn de zeven geesten Gods, uitgezonden over de geheele aarde —.

7 En het kwam en nam de boekrol uit de rechterhand van Hem die op den troon zat.

8 En toen het de boekrol nam, zoo zonken de vier wezens en de vier en twintig oudsten neder voor het Lam, ieder met een citer in de hand en gouden schalen vol reukwerk — dat zijn de gebeden der geheiligden —;

9 en zij zongen een nieuw lied, en zeiden: Gij zijt waardig, het boek te nemen en zijn zegelen te openen; want gij zijt geslacht, en door uw bloed hebt gij Gode [dienstknechten] gekocht uit elken stam en taal en volk en natie;

6 En ik zag, midden tussen de troon met de vier Dieren en tussen de Oudsten, een Lam staan, alsof het geslacht was. Het had zeven horens en zeven ogen; dit zijn de zeven Geesten Gods, die over de ganse aarde worden gevonden.

7 Het Lam kwam naderbij, en ontving het boek uit de rechterhand van Hem, die op de troon was gezeten.

Drievoudige aanbidding van het Lam.

8 En toen het Lam het boek had ontvangen, wierpen de vier Dieren en de vier en twintig Oudsten zich neer voor het Lam, elk met een citer en gouden schalen vol reukwerk; en dit zijn de gebeden der heiligen.

9 En ze zongen een nieuw lied, en ze zeiden: Waardig zijt Gij, het boek te ontvangen, En zijn zegels te breken. Want Gij zijt geslacht geworden, Hebt met uw Bloed voor God gekocht: Uit alle stammen en talen, Uit alle volken en naties.

6 En ik zag in het midden van den troon en van de vier dieren en te midden der oudsten een lam staan, als geslacht, met zeven horens en zeven ogen; dit zijn de zeven Geesten Gods, uitgezonden over de gehele aarde.

7 En het kwam en heeft (de rol) aangenomen uit de rechterhand van Hem, die op den troon gezeten was.

8 En toen het de boekrol nam, wierpen de vier dieren en de vierentwintig oudsten zich vóór het Lam neder, hebbende elk een citer en gouden schalen, vol reukwerk; dit zijn de gebeden der heiligen.

9 En zij zongen een nieuw gezang, zeggende: Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt (hen) voor God gekocht met uw bloed, uit eiken stam en taal en volk en natie;

10 en gij hebt ze voor onzen God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters; en zij zullen koning zijn op aarde.

11 En ik zag, en hoorde een stem van vele engelen, rondom den troon, de wezens en de oudsten. En hun getal was tien duizenden van tienduizendtallen en duizenden van duizendtallen;

12 en zij riepen met luide stem: Het Lam dat werd geslacht, is waard te ontvangen de macht, den rijkdom en de wijsheid, de sterkte en de eer, de heerlijkheid en de lof!

13 En alle schepsel in den hemel, en op de aarde en onder de aarde en op de zee, en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem die op den troon zit en het Lam, zij lof

10 Gij hebt ze gemaakt voor onzen God Tot koningschap en priesters, En heersen zullen ze over de aarde.

11 En terwijl ik toezag, hoorde ik de stem van vele engelen, rondom de troon, rondom de Dieren en Oudsten; hun getal was tienduizend maal tienduizend en duizendmaal duizenden. En ze riepen met machtige stem:

12 Waardig is het Lam dat geslacht is, Macht te ontvangen, rijkdom en wijsheid, Kracht, ere, glorie en lof!

13 En ieder schepsel in de hemel, op de aarde en onder de aarde, op de zee en al wat daarin is, hoorde ik roepen: Hem die zetelt op de troon En aan het Lam: Zij lof en

10 en Gij hebt hen voor onzen God gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters, en zij zullen als koningen heersen op de aarde.

11 En ik zag, en ik hoorde een stem van vele engelen rondom den troon, en van de dieren en de oudsten; en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen,

12 zeggende met luider stem: Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht en den rijkdom, en de wijsheid en de sterkte, en de eer en de heerlijkheid en den lof.

13 En alle schepsel in den hemel en op de aarde en onder de aarde en op de zee en alles wat daarin is, hoorde ik zeggen: Hem, die op den troon gezeten is, en het Lam

32