Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16 En hij verzamelde hen op de plaats, die in het Hebreeuws genaamd wordt Harmagedon.

17 En de zevende goot zijn schaal uit in de lucht en er kwam een luide stem uit den tempel, van den troon zeggende: Het is geschied.

18 En er kwamen bliksemstralen en stemmen en donderslagen, en er geschiedde een grote aardbeving, zo groot als er geen geweest is, sedert een mens op de aarde was: zó hevig was deze aardbeving, zó groot.

19 En de grote stad viel in drie stukken uiteen en de steden der volken stortten in. En het grote Babyion werd voor God in gedachtenis gebracht, om daaraan den beker met den wijn van de gramschap zijns toorns te geven.

20 En alle eilanden vluchtten weg en bergen werden niet (meer) gevonden.

21 En een grote hagel, een talent zwaar, viel uit den hemel op de mensen, en de mensen lasterden God vanwege de plaag van den hagel, want de plaag daarvan was zeer groot.

16 En hij verzamelde ze op de plaats, die in het Hebreeuwsch genaamd wordt Har-Magédön.

17 En de zevende goot zijn schaal uit op de lucht. En een luide stem ging van den tempel uit, van den troon, en riep: Het is geschied!

18 Toen flitsten er bliksemen met dreunende donderslagen en er had een zware aardbeving plaats, gelijk er nooit geweest was, sedert op de aarde een mensch bestond; zoo geweldig beefde de aarde.

19 En de groote stad viel in drie deelen uiteen, en de steden der volkeren stortten in. En men bracht het groote Babyion in gedachtenis bij God, om haar den beker te geven met den wijn van zijn grimmigen toorn.

20 En alle eilanden vluchtten, en bergen werden niet meer gevonden;

21 en groote hagelsteenen, als een talent zoo zwaar, vielen van den hemel op de menschen neer. En de menschen spraken lastering tegen God, vanwege deze plaag van hagel; want de plaag daarvan was boven mate zwaar.

De zeven visioenen van Babylons val. I. De ontuchtige vrouw. 1 En een der zeven engelen die de zeven schalen droegen, kwam en sprak tot mij aldus: Kom herwaarts, en ik zal u toonen het oordeel over de zeer ontuchtige vrouw, die nederzit aan een waterrijk oord.

2 Met haar bedreven de koningen der aarde ontucht, en de aardbewoners hebben zich bedronken aan den wijn van haar ontucht.

3 En in den geest voerde hij mij weg naar een woestijn. En ik zag een vrouw, gezeten op een scharlakenrood beest, dat bedekt was met godslasterlijke namen; en het had zeven koppen en tien hoornen.

4 En de vrouw was gekleed in purper en scharlaken, en getooid met gouden sieraden, met edelsteenen en met paarlen. En zij droeg een gouden beker in de hand, vol van de gruwelen en onkuischheden van haar ontucht;

5 en op haar voorhoofd stond een naam geschreven, een geheimenis: Het groote Babyion, de moeder van de ontuchtige vrouwen en van de gruwelen der aarde.

6 En ik zag de vrouw dronken van het bloed der geheiligden en van het bloed van Jezus' getuigen.

II. De uitlegging van het eerste visioen. En als ik haar zag, verbaasde ik mij zeer.

7 En de engel sprak tot mij: Waarom verbaast gij u? Ik zal u het geheimenis zeggen van de vrouw en van het beest dat haar draagt, dat de zeven koppen en de tien hoornen heeft.

16 En ze verzamelden hen op de plaats, in het hebreeuws „Harmagedon" geheten.

De zevende schaal.

Gods wraak over Babyion.

17 De zevende goot zijn schaal leeg op de lucht: Er kwam een machtige stem uit de tempel en van de troon, en ze sprak: Het is geschied!

18 Bliksemstralen, geraas en donderslagen barstten los, en een geweldige aardbeving brak uit; een aardbeving zó verschrikkelijk als er nooit is geweest, sinds er een mens op aarde woont.

19 En de grote stad scheurde in drie delen uiteen; de steden der heidenen stortten in. Het grote Babyion werd voor Gods aanschijn bedacht, om het de beker te geven van de wijn van zijn verbolgen toorn.

20 Alle eilanden vloden heen, en bergen waren niet meer.

21 Geweldige hagel, zwaar als talenten, viel uit de hemel neer op de mensen. Maar de mensen lasterden God om de plaag van de hagel; want ontzettend groot was die plaag.

Beschrijving van het bedorven Babyion.

1 Toen kwam een der zeven engelen, die de zeven schalen droegen, naderbij, en hij sprak tot mij: Kom mee; ik zal u het oordeel doen zien over de grote Ontuchtige, die aan vele wateren is gezeten,

2 met wie de koningen der aarde overspel hebben bedreven, en aan wier ontucht-wijn de bewoners der aarde zich hebben bedronken.

3 In geestvervoering bracht hij me naar een woestijn. En ik zag een Vrouw, zittend op een scharlakenrood Beest, vol van godslasterlijke namen, met zeven koppen en tien horens.

4 De Vrouw was in purper en scharlaken gekleed, met goud, edelstenen en paarlen getooid. Ze droeg in haar hand een gouden beker, vol van gruwelen en van de onreinheid harer ontucht.

5 Op haar voorhoofd stond een naam een geheim geschreven: „Het grote Baby Ion, de moeder van de ontuchtigen en van de gruwelen der aarde."

6 Dronken zag ik de Vrouw van het bloed der heiligen en van het bloed der martelaren van Jesus.

Nadere verklaring der beschrijving. Ik was vol verbazing, toen ik haar zag.

7 Maar de engel sprak tot mij: Waarom zijt ge verbaasd? Ik zal u het geheim verklaren van de Vrouw en van het Beest, dat haar draagt, met de zeven koppen en tien horens.

Het oordeel over Babyion. 1 En één van de zeven engelen, yj die de zeven schalen hadden, kwam en sprak met mij, zeggende: Kom hier, ik zal u tonen het oordeel over de grote hoer,

4 En de vrouw was gehuld in purper en scharlaken en rijk versierd met goud, edelgesteente en paarlen, en zij had in haar hand een gouden beker, vol gruwelen, en de onreinheden van haar hoererij.

5 En op haar voorhoofd was een naam geschreven, een geheimenis: het grote Babyion, moeder van de hoeren en van de gruwelen der aarde.

6 En ik zag de vrouw dronken van het bloed der heiligen en van het bloed der getuigen van Jezus. En ik verbaasde mij, toen ik haar zag, met grote verbazing.

7 En de engel zeide tot mij: Waarom verbaast gij u? Ik zal u het geheimenis van de vrouw zeggen en van het beest met de zeven koppen en tien horens, dat haar draagt.

2 die zit aan vele wateren, met wie de koningen der aarde gehoereerd hebben, en zij, die op de aarde wonen, zijn dronken geworden van den wijn harer hoererij.

3 En hij voerde mij in den geest weg naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, dat vol was van godslasterlijke namen, en het had zeven koppen en tien horens.

Sluiten