Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

macht om na behoorlijke bevestiging het Evangelie te verkondigen en de Heilige Sacramenten te bedienen". Toch had zulk een bevestiging niet aanstonds plaats. Tot 1848 bleef hij candidaat, maar trok overal in de Bovengraafschap al predikend rond. Inmiddels had de overheid een politieverordening gemaakt, dat niet meer dan drie personen mochten vergaderen om godsdienstoefeningen te houden. Op grond hiervan werd S u n d a g 32 maal tot gevangenisstraf veroordeeld, soms van 8 tot 10 weken. De „ambtman" was hem niet ongenegen en zou hem gaarne hebben gespaard, indien S u n d a g wat meer de voorzichtigheid in acht had willen nemen. Maar als S u n d a g 's middags werd vrijgelaten, preekte hij 's avonds opnieuw1).

De kennismaking met dezen Sundag nu was voor den vader van onzen Bavinck beslissend. Om hemzelf nog eens het woord te geven: „Onder het bestuur en de leiding des Heeren met hen (n.1. de „Afgescheidenen") in aanraking gekomen, trof ik onder hen oprechte kinderen Gods aan, die een taal spraken, welke weerklank vond in mijn naar verlossing dorstend hart. In weerwil van allen tegenstand en trots alle verguizing, sloot ik mij bij hen aan en kreeg weldra in hun voorganger, Ds. J. B. S u n d a g, een boezemvriend, die mij een leidsman werd op den weg des levens. Nooit zal ik dien trouwen vriend mijner jonkheid vergeten. Hij was een man Gods, een bidder nog meer dan een prediker. Dagen en nachten bracht hij worstelende door in den gebede aan den troon der genade voor kerk en staat, land en volk, ja, voor de geheele wereld. Meer dan dertig malen is hij, voor korter of langer tijd, om den naam en de zaak van Jezus in de gevangenis geworpen. Dikwerf heb ik hem aldaar bezocht en hebben wij in den kerker met elkander gebeden en gezongen".2)

Intusschen zond men in 1843 van uit de Nedergraafschap een deputatie naar de Synode der „Afgescheidenen" te Amsterdam met een bede om raad en hulp. De Synode achtte het beter, dat geen predikant uit Nederland er zou heengaan, omdat die als vreem-

1) Voor verdere bijzonderheden verwijs ik naar J. Schoemaker a.w. bi. 47 v.v.

2) A.w. bl. 15.

Sluiten