is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. Herman Bavinck

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gered. Een enkele maal gebeurt het, dat de Heere Christus zelf aan de zoekende ziel zich vertoont en haar met hemelsche blijdschap vervult. Of ook wordt de geloovige, gelijk een Paulus weleer, opgetrokken in den derden hemel en door den Koning in zijne binnenkameren geleid. En dan eerst is de hoogste trap des geloofs bereikt, en heeft men een plaats verkregen onder de bevestigde, verzekerde Christenen.

Maar weinigen komen zoover. De meesten blijven tot hunne stervensure toe klagend en zuchtend voortstrompelen op den levensweg. Zij zijn een arm en ellendig volk, altijd werkzaam met het stuk der ellende, zelden of nooit roemend in de verlossing, welke in Christus Jezus is, en nimmer komende tot een blijmoedig leven der dankbaarheid. Liefst hooren zij zich toespreken als schuldig kroost van Adam, als zondaren en doemelingen, of troosten met de beloften die de Heere aan het wormken Jacobs, aan het volksken Israëls heeft toegezegd. En wijl hun zelf in hunne zielen het licht en de vroolijkheid ontbreekt, zien zij ook alles buiten zich donker en somber gekleurd. Van het aardsche leven spreken zij niet dan als een leven vol moeite en verdriet. De wereld is hun een jammerdal, een woestijn, een Mesech. Liefst trekken zij er zich geheel uit terug en sluiten in den engen kring hunner geestverwanten zich op. Huisgezin en maatschappij, wetenschap en kunst, staat en kerk worden als toch geheel bedorven en reddeloos aan ongeloof en revolutie prijsgegeven. Alleen door samenspreking of gezelschappen en door het lezen van oude schrijvers wordt het geestelijk leven gevoed. En voorts wacht men als stillen in den lande in lijdzame plichtsbetrachting de aflegging van het lichaam der zonde of de spoedige wederkomst van Christus at".1)

Nietwaar, dat is geen boekentaal, maar zuivere weergave van het leven. De knaap zal ook wel hebben opgemerkt, hoe zijn zachtmoedige vader, een man van kerngezonde mystiek, er met alle voorzichtigheid tegen inging. En eenmaal tot oordeelen bevoegd, zal hij zijn vader voorbijstreven en met kracht tegen dit pietisme waarschuwen als een voorbode van decadentie, van verval in het geestelijk leven.

!) De Zekerheid des Geloofs3. Kampen. J. H. Kok 1918. bi. 46 v.v.