is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. Herman Bavinck

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ia 't ouderlijk huis van B a v i n c k vindt men bijna alle samenstellende elementen van zijn volgend leven.

De vermenging van vaderlijke en moederlijke eigenschappen in den zoon, de resultante van de invloeden, die in de vroegste periode van de rijpere jeugd op iemand inwerken, zijn zoo men hem als voorbeeld koos, op verrassende wijze te illustreeren.

Dan — alle psychologische ontleding blijve voor een ander hoofdstuk bewaard.

2. Gymnasiast.

De tijd was aangebroken, dat hij het ouderlijk huis moest verlaten, om zijn studiën voort te zetten. Het zou voor de hand hebben gelegen hem naar de Theologische School te Kampen te zenden, waar literarische en theologische opleiding nog niet waren gescheiden. Zou de eenige reden, waarom dit niet geschiedde, hierin gezocht moetenworden.dat men te Kampen gewoonlijk pas op rijperen leeftijd aankwam, wat men later zelfs reglementeerde, door als eisch van toelating te stellen, dat een leerling den zeventienjarigen leeftijd moest hebben bereikt en B a v i n c k nog geen zestien jaren oud was,toen zijn vader het noodig vond zijn verdere bekwaming aan anderen te moeten toevertrouwen ? Niet onmogelijk heeft dit motief meegesproken. Tegen de bepaling van zulk een leeftijdsgrens zal B a v i n c k, als hij straks hoogleeraar is geworden, toornen. „Op zeventienjarigen leeftijd mag een jongen hier komen. Maar wat moet hij vóór dien tijd doen, als hij 12 jaar oud is, van de lagere school komt en den weg der studie wil inslaan ? De eigen inrichting zegt: dwaal rond en word zeventien. Eer is hier de deür niet open. Kostelijke jaren gaan daarmee verloren. De Kerken weten er geen raad mee. Mag men zich dan vóór dien tijd niet voorbereiden voor het Leeraarsambt? En zoo ja, waar moet men dan heen? Wel, dergelijke jongens gaan natuurlijk naar een predikant en onderwijzer en nemen privaatles, of ze gaan naar een gymnasium en zoeken daar hun opleiding. De eigen inrichting met haar zeventien jaar bevordert de Staatsgymnasia."1) Uit den ietwat sarcastischen, striemenden toon, waarop dit gezegd wordt, mag men allicht afleiden, dat hij hier uit per-

l) Opleiding en Theologie door M. Noordzij, D. K- Wielinga, H. Bavinck en P. Biesterveld. Kampen J. H. Kok 1896. bl. 17.