Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kennismaking met K u y p e r. Mr. L u c a s s e deelde ons daaromtrent mee : „Toen Dr. Kuyper van zijn zenuwziekte hersteld was en in Den Haag woonde, hebben Bavinck en ik hem daar eens een bezoek gebracht en Dr. Kuyper voor het eerst gesproken. Als jonge studenten waren wij in de wolken over den toen reeds zooveel besproken man, die ons in zijn studeerkamer met groote bibliotheek ontving. Wij waren vast besloten den raad, dien Dr. Kuyper ons toen gaf, op te volgen."

Of in dezen tijd ook het volgende voorval gedateerd moet worden, kon ik niet uitmaken. Het doet ook weinig ter zake. Het feit zelf echter is voor de kennis van B a v i n c k s persoonlijkheid te merkwaardig, dan dat het onvermeld zou mogen blijven. Het gebeurde op een der dispuutcolleges voor theologen, waar de theologische professoren beurtelings als voorzitter fungeerden. Ditmaal presideerde K u e n e n. Een student zou enkele hoofdstellingen van de moderne theologie verdedigen. Bavinck bereidde zich op oppositie voor. Het gevoel kwam over hem: ik moet hier toonen een zoon der Afscheiding te zijn. Hij poogde niet de stellingen één voor één om ver te werpen. Maar hij begon te getuigen. Hij bracht een trillend protest uit tegen de kerk, waar op denzelfden kansel leugen en waarheid wordt verkondigd. Hoe meer hij zich opwond, des te scherper werd hij. Totdat hij op eenmaal bemerkte, dat hij zijn gehoor ontstemde. Onmiddellijk gaf hij aan zijn oppositie een andere wending en verklaarde, dat hij niet bedoelde onaangenaam te zijn tegenover de moderne predikers hoofd voor hoofd, dat zij niet alleen schuld hadden aan dien toestand, dat die schuld evenzeer ten laste kwam van de leden zijner kerk, dat het zijn persoonlijke schuld mede was en hij eindigde in tranen. Groote consternatie ! Maar Kuenen wist met den hem aangeboren takt kalmeerend zoowel op de vergadering als op Bavinck te werken en den pijnlijken indruk grootendeels weg te nemen. Men kan dit feit natuurlijk van verschillenden kant bezien en beoordeelen. Wat Bavinck zelf betreft, hij had over zijn optreden veel berouw. Hij geloofde, dat niet de eere Gods, maar hoogmoed hem daartoe gedreven had en meende, dat hij zijn doel beter zou hebben bereikt, wanneer hij geheel zakelijk ware gebleven en gepoogd had de stellingen uit elkander te rafelen. Hij handelde, gelijk heel dikwijls

Sluiten