is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. Herman Bavinck

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan het adres van S c h o 11 e n — en de invloed van de Stoicijnsche philosofie daarin niet te miskennen is1).

Voor Zwing li's eenzijdigheden sluit hij het oog niet. Zijn anthropologie (leer van den mensch) heeft meer overeenkomst met Plato en Seneca, dan met Paulus2). Zijn absolute tegenstelling van goed en kwaad heeft hij niet alleen aan de Schrift, maar ook aan de Stoa ontleend.3) De zonde als schuld treedt bij hem op den achtergrond. Daarom heeft de val bij hem niet die ontzaglijke beteekenis als bij C a I v ij n.4) Bij Z w i n g 1 i treedt het religieuse voor het ethische op den achtergrond, vandaar dat hij een gunstiger oordeel over de deugden der heidenen kon uitspreken dan C a 1 v ij n.B) Aan sommige heidenen kent hij de zaligheid toe.6) Het religieus belang van zijn leer der verkiezing springt niet zoo duidelijk in het oog als bij C a 1 v ij n. Zij wordt door hem zóó deterministisch ontwikkeld en streng volgehouden, dat zij haar zedelijk karakter dreigt te verliezen.7) Hij maakt God tot auteur van de zonde, hoewel deze niet voor Hem, maar alleen voor den mensch zonde is. "Want God staat boven de wet en is van alle affecten en zonden vrij.8) Hij beschouwt het geloof niet zoozeer, gelijk het den mensch rechtvaardigt, maar als heiligende, vernieuwende kracht in het leven.9) Het begrip der toerekening, dat in de Gereformeerde theologie zulk een beteekenisvolle plaats inneemt, wordt door hem niet ontkend, maar de kracht ervan toch niet gevoeld.10) Het is hem niet om fijne begripsbepaling en logische onderscheiding bij het werk der bekeering te doen. Soms neemt hij haar slechts negatief: als de afsterving van den ouden mensch.Een onderscheid tusschen eerste en voortgaande bekeering maakt hij niet.11) Scherper dan latere

1) BI. 36.

2) BI. 13.

3) BI. 16.

♦) BI. 18.

b) BI. 29.

6) BI. 30.

7) BI. 35 v.

(?) R1

9) BI. 50.

10) BI. 55.

") BI. 65, 67, 69.