Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oppert de idee om de pastorie van tapijten, karpetten en gordijnen te voorzien en die den heer Bavinck ten gebruike af te staan. Dat vindt bijval. De broeders beginnen te rekenen. „Men gaat over om plusminus een begrooting te maken van drie tapijten in drie kamers alsmede voor glas- en overgordijnen, welke som ongeveer ƒ400.— zal bedragen. De kerkeraad besluit eindelijk deze som daarvoor af te staan en den beroepen candidaat Bavinck op de bovengestelde voorwaarden in het begeleidend schrijven hiermede in kennis te stellen". Nog wordt er een commissie benoemd, bestaande uit de broeders Tuinstra en Hofstra, om den heer Bavinck op Vrijdag 15 October te bezoeken en hun wordt de opdracht meegegeven, „dat mocht ZEerw. er bepaald op gesteld zijn dezen winter in zijn ouderlijke woning te blijven en zijn aannemen of bedanken daarmede (daarvan) afhankelijk stelt, hem de vrijheid te verleenen zijn komst alhier tot aanstaande voorjaar uit te stellen". Bavinck had daarover, toen hij te Franekei preekte, vermoedelijk iets losgelaten en de kerkeraad was er zoo opgesteld hem als predikant te bezitten, dat hij er gaarne eenige maanden van herderloosheid voor over had. Op 2 November zond hij bericht van aanneming. En weer is daar een brief aan Snouck Hurgronje om ons in te lichten, hoe Bavinck er onder gesteld was. „Zooals ge gelezen hebt, heb ik het beroep naar Franeker aangenomen. Het is daar eene tamelijk groote en voor een onervaren kandidaat vrij lastige gemeente. Huiverend, om de practijk in te gaan, had ik gaarne bedankt; maar ik meende me niet langer te mogen terugtrekken en plicht op te offeren aan lust. De intrede is voorloopig bepaald op Zondag 6 Maart 1881. Ik heb dus nog een poosje tijd, om me op een en ander voor te bereiden".

De datum van bevestiging en intrede werd echter nog een week verschoven. Deze hadden eerst den 13den Maart plaats. Zijn vader bevestigde hem 's morgens met een leerrede over Jesaja 52: 7 „Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenen, die het goede boodschapt, die den vrede doet hooren; die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet hooren; desgenen, die tot Sion zegt: uw God is Koning!" 's Avonds verbond de zoon zich aan de gemeente met een predikatie over 1 Thess. 2: 4 „Maar

Sluiten