is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. Herman Bavinck

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wetenschap de H. Schrift als haar kenbron van huis uit met zich mede. Hoe zuiverder zij zich uitspreekt en haar ware karakter openbaart, hoe meer zij van alle vreemde invloeden gereinigd wordt, hoe strenger zij wordt ingedacht en tot in haar diepste vezelen wordt ontleed — des te duidelijker toont zich de H. Schrift als het eenig en genoegzaam beginsel der Theologie. Ja, men zou dit met recht het postulaat, het grondaxioma der Theol. wetenschap kunnen noemen, dat juist daarom niet a priori bewezen, d.i. uit een nog dieper liggend „principium" kan afgeleid worden".1 Tegelijk ondervangt hij het bezwaar, dat men van andere zijde zal opperen n.1. dat zóó de Theologie buiten de wetenschappen wordt geplaatst, wijl de grondstellingen dezer laatste vanzelf zonder eenigen dwang, krachtens haar eigen evidentie (klaarblijkelijkheid) worden aangenomen. „En als hiertegen ingebracht wordt,, dat dit bij de Theologie juist niet het geval is, dat integendeel haar beginsel van nature niet in ons ligt, ja alle evidentie mist en eerst ten koste van strijd en worsteling met hart en verstand beide door ons wordt aangenomen, dan is mijn antwoord gereed: zie, dat juist is mede een bewijs van de waarheid van dat beginsel en van de heerlijkheid der Theologie. Want de beginselen, waaruit de andere wetenschappen worden opgebouwd, rusten in de natuur des menschen, liggen als „ideae innatae" in zijn rede of geweten, in z'n verstand of gevoel. Maar alzoo is het met deze onze wetenschap niet. Haar „principium" ligt van nature niet in ons, en kan ook door geen oefening of inspanning gekweekt worden; veeleer strijdt het met heel onze natuur. Dat beginsel wordt door ons eersterkend en in ons gelegd met het nieuwe leven der wedergeboorte, wordt ons eerst ingeplant in dat geloof, dat vrucht is van de werking des H. Geestes. En nu is dit mijn beweren, dat door dat nieuwe, geestelijke hemelsche leven — en daarmede mag en moet hier alleen worden gerekend — de aanneming van dit beginsel aller echte Theologie even spontaan en als vanzelf geschiedt, als dit plaats heeft met de zoogenaamde axioma's der andere wetenschappen."2)

*) z. w. bl. 17.

2) Bl. 19, 20. Men onthoude voor de geestelijke onwikkeling van B a v i nek