is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. Herman Bavinck

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hiermee had hij voor zichzelf de groote moeilijkheid van het ééne principe der Theologie overwonnen. Maar er drong blijkens vroegere uitlatingen nog een andere zich aan hem op n.I. de encyclopaedische kwestie, hoe de verschillende theologische vakken met elkander in organischen samenhang konden worden gezet. Ook deze kwam hij te boven en wel door de richting uit te gaan, door K u y p e r gewezen. „De naam Theologie omvat steeds meer, naarmate de Theologie zelve zich uitzet. De Theol. wetenschap blijkt daarin een organisme te zijn, dat allengs opwast en alzoo normaal zich ontwikkelt. Altijd meer legt zich uit en ontvouwt zich, wat in dien naam is begrepen. Het werd en wordt steeds duidelijker, dat tot de Leer van God in engeren zin nog veel meer behoort, dan vroeger ingezien werd en worden kon. De vakken onder dien naam gedoceerd, gaan nog steeds voort in aantal en omvang zich uit te breiden. Opmerking verdient het echter daarbij, dat de systematische Theologie het eerst en ook bij voortduur het krachtigst zich heeft ontwikkeld, totdat eerst in onze eeuw die wanverhouding is ingetreden, waarop onlangs de Hoogleeraar Kuyper met zooveel recht en nadruk wees. Van die systematische Theologie uit en om haar heen, hebben zich over een lang tijdsverloop al die vakken gegroepeerd, welke wij thans onder de exegetische, historische en practische Theologie samenvatten. Maar zij, waaruit als uit het hart de levensuitgangen zijn der overige Theologische vakken, bleef kern en middelpunt der Godgeleerde wetenschap, werd bij voorkeur beoefend en bleef nog lang in eminenten zin den naam van Theologie dragen".1) Zijn heele rede door verzet hij zich met klem tegen de secularisatie (verwereldlijking) der Theologie, welke volgens hem haar voltooiing vond in de HoogerOnderwijs-wet van 1876.2) En als hij dan ook de encyclopaedische plaats van de Theologie in het systeem der wetenschappen gaat bepalen, dan gedoogt hij niet, dat men haar verlaagt tot gewone godsdienstwetenschap, maar dan proclameert hij haar evenals

het hier gezegde omtrent de „ideae innatae", de aangeboren, of beter: de ingeboren begrippen en hoe hij hier een dualisme aanneemt tusschen de Theologie en de overige wetenschap.

z.w., bl. 22, 23.

2) z.w., bl. 24.