Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wie zich herinnert, hoe B a v i n c k over Rauwenhoff dacht,1) zou daarin licht iets onoprechts kunnen zien. Vooral, omdat zich nog een ander, soortgelijk geval laat aanwijzen. Als student velde B a v i n c k een lang niet malsch oordeel over het onderwijs van den docent Helenius de Cock. Toen deze echter in 1894 door den dood aan de Theologische School ontviel, herdacht B a v i n c k hem in deze bewoordingen : „Onder de Leeraren der School nam de Cock eene eigenaardige, belangrijke plaats in. Wat hem onderscheidde en welke gave hem in het bijzonder geschonken was, is ieder bekend. De Cock was een man, die zich gaf, gelijk hij was. Hij zei, gelijk hij het meende. Van schijn, vertoon, veinzerij was hij een volkomen vijand. Oprecht en eerlijk was hij ; soms zelfs, om maar niet voor iets anders gehouden te worden dan hij werkelijk was, tot een vergeten van de les der voorzichtigheid toe. Voor wie hem nader leerde kennen, viel hij altijd mee, ook in warmte en diepte van gevoel. Zijne belangstelling, bovenal in dagen van smart en rouw, zijne hulpvaardigheid, zijn dienstbetoon, zijne toewijding zijn velen bekend; hij heeft er zich in wijden kring eene dankbare vriendschap en hartelijke toegenegenheid door verworven. Als Leeraar muntte hij uit door klaarheid van denken, scherpzinnigheid van betoog, helderheid van voorstelling. En deze stonden bij hem in dienst van eene practische, zakelijke van alle idealisme afkeerige, soms bijna aan nuchterheid grenzende opvatting der waarheid. Door deze gaven heeft hij jaren lang op zijne leerlingen en daardoor, op de Gereformeerde kerken een machtigen invloed geoefend. Zonder ook maar eenigszins te kort te doen aan de verdiensten der andere Leeraren, met wie hij in 1854 aan de School verbonden werd, mag vrij worden gezegd, dat zijn invloed op de vorming der studenten de krachtigste is geweest. Op velen hunner heeft hij den stempel van zijn geest gedrukt. Nog is het aantal groot van hen, die uit zijn gedachtenkring denken en leven. Met smart zagen wij hem daarom henengaan". 2) Natuurlijk komt het de gemakzucht het meest in het gevlei om op zulke uitingen het stempel

x) vgl. dit boek bl. 49 v.

2) De Algemeene Genade. G. Ph. Zalsman 1894, bl. 54.

Sluiten