is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. Herman Bavinck

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

besteeg, ging hij met den rug naar het heerlijke Vierwoudstedenmeer zitten. De vrees voor duizelingen, waarvan hij ook anders spoedig last had, had hem aangegrepen. Van het schitterende, verrukkelijke spoorreisje van Flüelen naar Göschenen zegt hij: ,,'t Was een schrikkelijke tocht door tunnels, over afgronden, altijd stijgend en klimmend". En men kan zich voorstellen, wat angsten hij zal hebben uitgestaan, toen hij met zijn gezelschap een rijtoer maakte van Interlaken uit naar Grindelwald, over Zweilütschinen en Lauterbrunnen en vandaar weer naar Interlaken terug met een „altijd slapenden en dronken koetsier". Bergtochten te voet heeft hij niet gemaakt. Trouwens, ook uit zijn later leven blijkt, dat het Alpinisme op hem geen vat had. Hij was geen minnaar van het hooggebergte. De alpenstok werd door zijn hand nooit geestdriftig omklemd. Over Bern, Wiesbaden, Keulen werd Kampen weer bereikt. B a v i n c k was volgens zijn aanteekeningen „dankbaar en voldaan".

In de drie volgende jaren, 1888, '89 en '90, werd door hem geen buitenlandsche reis ondernomen. Waarom niet ? Had de nacht in Luzern een schrikbeeld in zijn ziel geworpen ? In geen geval mag de oorzaak daarin gezocht, dat zijn studie en werkkring het hem niet veroorloofden. Want in deze jaren zat hij veel tusschen de wielen. Hij doorkruiste het land met preeken en vooral met lezingen. Dikwijls verbond hij aan een spreekbeurt een bezoek aan kennissen, een rijtoer of dergelijke ontspanning. Tegenover zijn vriend Snouck Hurgronje kwam hij er open voor uit, dat hij thans meer vrijen tijd te zijner beschikking had. Aangaande een eventueel lidmaatschap van het Koninklijk Nederlandsch Indisch Instituut, waaromtrent Dr. S n o u c k Hurgronje hem gepolst had, schrijft hij: „Als gij mij voordragen kunt niet om mij een vriendschapsbewijs te leveren, maar met de gedachte, dat ik naar de mate mijner kracht in mijn kring eenig nut kan stichten en de belangstelling in onze koloniën kan wekken of versterken — dan verklaar ik mij zeer gaarne bereid, om bij eventueele benoeming de aan het lidmaatschap verbonden verplichtingen op mij te nemen en zooveel mogelijk te vervullen. Voor een paar jaar zou ik dit niet hebben kunnen of mogen beloven. Ik had hier handen vol werks. Voor iets anders dan mijn