is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. Herman Bavinck

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scherpe vernuft dikwerf vonken van wijsheid en verstand. Er lag iets geniaals in de wijze, waarop Wielenga personen en zaken beschouwde en ze te teekenen wist. In deze vlugheid van geest, in deze gevatheid des oordeels, in dit intuïtieve van zijn blik lag het geheim van zijne kracht. Ieder weet ervan te spreken, die het voorrecht had, in een engeren kring met hem samen te zijn. Puntige gezegden, geestige antwoorden, korte spreuken, krachtige teekeningen, zij stroomden van zijne lippen, als hij zich tehuis gevoelde en, gelijk men dat gemeenzaam noemt, op zijn gemak en op zijn dreef was. Met een enkelen trek wist hij een persoon, een zaak, een verschijnsel te teekenen. Bijna altijd trof hij den spijker op den kop. Wielenga was een man van geest, geestrijk en geestig tevens.

Maar indien deze rijkdom van zijn geest uit wilde komen, dan moest hij zich tehuis gevoelen en zich bevinden in een besloten kring van vrienden en broeders. Eene aggressieve natuur was hij niet, al maakte hij daarvan soms den indruk. Zijne activiteit had eene aanleiding van buiten noodig. De keisteen van zijn vernuft schoot eerst vonken, als hij met het staal in aanraking kwam. En ook dan bleef voortdurend wrijving noodig, indien zijn geest de gaven wilde openbaren, die er in neergelegd waren. Het doorzettingsvermogen was niet evenredig aan de aanvalskracht. Het penetreerende van zijn verstand hield geen gelijken tred met de geniale vlugheid van zijn geest. Maar scherpte van vernuft, helderheid van bevatting, fijne onderscheiding des oordeels waren hem in bijzondere mate toebetrouwd.

Hiermede hing samen, dat hij vooral zich aangetrokken gevoelde door het recht, dat aan de dingen toekwam. Wielenga was een man des rechts. Er leefde in zijne ziel een diep rechtsbesef. Schending van recht kon hij niet uitstaan. Als niets hem uit zijne tent kon lokken, dan was het ten slotte de miskenning van het recht, die hem, tegen zijn neiging en lust, naar de wapenen deed grijpen en naar het strijdperk dreef. Hij ergerde zich tot in het diepst zijner ziel en trilde van verontwaardiging, als hij de macht boven het recht zag huldigen. En hij spaarde niemand of niets, als hij, wat naar zijne overtuiging recht was, met voeten zag treden. Recht door zee, was zijne leuze. Al wat op slinkschheid leek, in kerk