Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der afgescheidenen. Een klein ziertje meer bescheidenheid ware op sommige bladzijden van Ds. ten Hoor's geschrift niet misplaatst geweest, en kon over het algemeen ons, afgescheidenen, geen kwaad".1) En na de verantwoording van Ds. t e n Hoor repliceert hij: „Maar als men met Ds. ten Hoor de Afscheiding absoluut maakt, raakt men niet alleen steeds verder van elkaar, maar de vereeniging wordt onmogelijk. Durft Ds. ten Hoor daarvoor de verantwoordelijkheid op zich nemen ? Durft hij zeggen, wat uit zijn praemissen volgt: geen vereeniging dan door tot ons over te komen ! Ik kan het haast niet gelooven. Ik kan niet gelooven, dat de Christ. Geref. Kerk straks, als het er op aan komt, zulk een eisch aan de Doleerenden zal durven stellen. Maar, indien het zoo zijn mocht, dan wensch ik vooraf alle verantwoordelijkheid voor een dergelijk besluit van mij af te werpen; ik wensch ook in dit opzicht vrij in mijn conscientie te staan".2)

Hieruit bemerkt men, welk een hoog-spanning zijn verzet tegen wat hij het valsche separatisme noemt, bereikt heeft. Hij voelde het wel, hoe het misschien op het punt van springen stond. Want hij was er allerminst zeker van, dat hij de meerderheid In zijn kerk achter zich had. Integendeel vond hij vele gezaghebbende mannen tegenover zich. Dat stemde hem eenigszins bitter. Niet zonder sarcasme zegt hij in het slot van dat artikel: „En hiermede beëindig ik dit twistgeschrijf. Het spijt mij, dat ik aan Ds. ten Hoor de aangename illusie ontnemen moest, dat hij mr afdoende weerlegd had. Het spijt mij om de kamprechters, die dien lauwer zoo gul en zoo gauw hem om de slapen wonden".3)

Zoo was er dan in eigen kring veel, waaraan hij voortdurend aanstoot nam.

Kwam dit voor een deel misschien daaruit voort, dat zijn sympathieën meer uitgingen naar de Gereformeerde beweging, welke er in Bavincks studentenjaren in de Hervormde Kerk gaande was en in den eersten tijd van zijn professoraat zich steeds krachtiger

1) Bazuin, Jg. 1890, No. 48 (28 Nov.).

2) Jg. 1891, No. 18 (1 Mei).

3) Bazuin Jg. 1891, No. 18 (1 Mei.)

Sluiten