Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te bewijzen.1) In zijn slothoofdstuk concentreert Bavinck zijn gansche kritiek op het onjuiste begrip van de immanentie Gods en van het ethische bij D e la S a u s s a y e. En tegenover het daaruit afgeleid geloofsbegrip houdt hij staande: „De H. Schrift leert ons juist schier op iedere bladzijde, dat om tot het geloof in Christus te komen, wij niet het bestaande religieuse leven hebben te ontwikkelen, maar omgekeerd, dat wij onszelven geheel en al moeten verloochenen, ons laten kruisigen en begraven met Christus en den dood moeten schrijven op geheel ons zijn en op al onze werken, óók op ons zoogenaamde religieuse en ethische leven. Zalig is daarom hij alleen, die door den H. Geest is wedergeboren en de waarheid aanneemt, niet op haar eigen, zedelijk, door ons zelf beoordeeld gezag, maar op grond van Gods getuigenis".2)

Verheimelijkt hij alzoo zijn bezwaren tegen de theologie van De la Saussaye geen oogenblik, hij verzwijgt evenmin zijn waardeering voor dezen godgeleerde. Hij vangt zijn „Beoordeeling" aldus aan : „Hierover kan geen verschil van meening bestaan, dat De la Saussaye een der uitnemendste theologen is geweest, die in de negentiende eeuw in ons vaderland hebben geleefd. In een tijd, waarin het liberalisme den boventoon voerde en in naam van de wetenschap aan Kerk en Theologie den ondergang bereidde, is De la Saussaye voor beide in de bres getreden en heeft zich de belijdenis van Christus niet geschaamd. In het bezit als weinigen van de heerlijke gave, om de teekenen der tijden te verstaan, de verschijnselen tot hunne beginselen te herleiden en deze te toetsen aan hunne verhouding tot den Christus, heeft hij in het geloof, niet omdat hij het zocht maar wijl hij moest, tegen Empirisme en Idealisme, Methodisme en Orthodoxie de wapenen aangegord ; voor de zelfstandigheid en vrijheid der kerk geijverd en de heilige rechten der theologische wetenschap met warmte bepleit. Dat was ook de roeping, hem toebetrouwd; daar lag zijne wezenlijke kracht. Aan de verzoening van Kerk en Theologie, van geloof en wetenschap heeft hij zijn leven gewijd, zijn rust en al zijne gaven ten offer gebracht. Dat mag bij eene

x) BI. 57, 58. 2) BI. 97, 98.

li

Sluiten