Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beoordeeling, die om billijk te wezen ook altijd waardeering moet zijn, nooit worden vergeten. Eene kerk, die geene behoefte had om tot helderheid te komen van haar geloof, de wetenschap schuwde en sectarisch in zichzelve zich opsloot; en eene Theologie, die om het leven der gemeente zich niet bekommerde, in plaats van het te beschrijven het ontleedde en onderwierp aan eene buiten haar voorwerp staande critiek, waren hem een gruwel, ja die beide".1)

Met de meeste beslistheid koos hij tegen de theologie van D e la Saussaye positie. Maar hij laat in heel deze brochure den kalmen betoogtrant niet varen. Hij blijft zakelijk. Zijn pen trilt niet van verontwaardiging. Hij heeft er geen behoefte aan zijn lezers dringend te waarschuwen. Het gevaar, dat de Ethische richting oplevert, laat hij meer uit zijn woorden afleiden, dan dat hij het uitdrukkelijk uitspreekt. Geen oogenblik loopt hij warm.

Dat nu hinderde Kuyper. Had deze vroeger reeds als zijn meening te kennen gegeven, dat B a v i n c k nog eenigszins onder de bekoring van Schleiermacher stond, nu vond hij, dat B a v i n c k het bij een humane en teedere kritiek op de Ethische theologie niet had mogen laten. Voor B a v i n c k s brochure heeft hij overvloedigen lof. In een „Heraut"-artikel heet het: „Van dit belangrijk stuk zal nu de algemeene opinie spoedig genoeg moeten rondvertellen, hoe uitnemend het is. Er is tijd aan dit referaat besteed. Bijna al De la Saussayes schriften zijn bestudeerd en geëxcerpeerd. De leidende godgeleerde gedachte(n) uit die schriften zijn met zorg saamgelezen, ordelijk gerangschikt en in keurigen stijl uiteengezet. Bijna overal laat Dr. Bavinck den overledene spreken in zijn eigen uitdrukkingen. Kortom, de weergeving van De la Saussayes gedachte is zoo objectief mogelijk. Maar wat nog belangrijker is, na deze bondige, onberispelijke uiteenzetting volgt een korte critiek, die we om haar uitnemendheid liefst geheel afschreven".2) En na het slot te hebben geciteerd teekent Kuyper aan: „Dat is ons geheel uit het hart, en we danken God den Heere, dat Hij ons in Dr. Bavinck weer een

1) BI. 84, 85.

2) Heraut Jg. 1884, No. 354 (5 Oct.).

Sluiten