is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. Herman Bavinck

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijks". Hij had behoefte aan waardeering en schonk ook gaarne waardeering. Hij voelde het uitnemend: kritiek baart kritiek. En daarom maande de irenische natuur van den Graafschapper hem tot voorzichtigheid. Als hij in het openbaar eens een scherpen uitval deed, geschiedde dit in de opwelling van het oogenblik, maar als hij dien te voren berekenen moest, onthield hij er zich van, tenzij dan dat anderen hem dien als het ware suggereerden.

Soms beschouwde hij deze eigenschap als een gebrek in zichzelf. Snouck Hurgronje was eens in een polemiek gewikkeld en Bavinck schreef hem: „Ge zijt waarlijk druk bezig, dunkt me, om eene massa phrases en gangbare meeningen den dood te verklaren, en valt zonder sparen en meedoogenloos aan. Maar amice, als ik eens iets zeggen mag, ge zijt in uwe polemiek tamelijk scherp, soms naar mijn gevoel al te scherp. Eén voorbeeld (Beteekenis v. d. Islam bl. 28, noot): Prof. de Louter is verblind door onkunde of onwil. Ik ken Prof. d. L. niet. Misschien wordt dit dilemma door zijn persoon gerechtvaardigd. Maar anders, is er waarlijk geen derde? Gebiedt de ridderlijkheid niet, althans vooreerst nog zulk een derde aan te nemen. Dergelijke uitdrukkingen troffen mij meer. Misschien heb ik ze alle verkeerd opgevat en maken ze op mij, die buiten den strijd sta, een anderen indruk dan op hem die in 't gewoel van 't slagveld zich bevindt; en beschouw dan deze opmerking als niet geschreven. Maar anders zou ik zeggen, een minder forsche toon kon ook". Doch in een der volgende brieven heeft hij reeds berouw over deze opmerking. Hij dankt zijn vriend voor de toezending van zijn kritiek op Van den Berg en laat dan volgen: „Beide stukken heb ik met belangstelling gelezen; t meerendeel kon ik goed volgen, en verscheiden punten interesseerden mij zeer. 't Speet me onder 't lezen meer en meer, dat ik u vroeger eens een opmerking maakte over de scherpte uwer kritiek. Nu ik beter inzie, hoe het met uwe tegenstanders gesteld is en hoe schier alle ernst van onderzoek hun ontbreekt, nu kan ik uwe scherpe polemiek goed billijken en verzoek ik u, die vroegere opmerking me niet euvel te duiden". Maar nu komt het merkwaardigste. Dr. J. H. Gunning J r. had naar aanleiding van B a v i n c k s studie over De la Saussaye een brochure in het licht gegeven. Bavinck stelt zijn vriend, als hij in Arabië