Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het gymnasium een bepaald kerkelijk cachet geven. Hier heeft men weer een van die antinomieën bij B a v i n c k, welke bij de beoordeeling van zijn persoon niet mogen vergeten. Ruim in zijn waardeering, nam hij praktisch niet zelden een veel enger standpunt in, dan men van hem verwachten zou. Dat bleek reeds te Franeker, waar hij zich als een voorstander deed kennen van een kerkelijke lagere school. Dat kwam ook nu weer uit. Kuyper maakte in De Heraut op dat gymnasium-plan aanmerking. Hierop volgde een ingezonden stuk van B a v i n c k, waarin hij verweer bood. Hij betoogde daarin o.m. : „Ofschoon enkelen nu nog zoowel als vroeger samenwerking op het gebied van 't gymnasiale onderwijs met de Hervormde broeders ernstig wenschen, is de vervulling van dien wensch feitelijk onmogelijk geworden. Om van andere bezwaren, ook in den boezem der Commissie vroeger gerezen, niet te spreken ; de sympathie der leden onzer kerk zou voor een gymnasium van gemengd karakter niet gewonnen kunnen worden. Op de laatst gehoudene Synode is duidelijk en schier eenparig uitgesproken, dat althans de Curatoren leden der Christ. Geref. kerk moesten zijn".1) Kuyper antwoordde: „Hierop zij aangeteekend : dat alzoo opportuniteit leidsvrouw was. Omdat men onder de gescheiden broeders alzoo dacht, daarom richtte men het plan alzoo in. Iets wat o.i. dan alleen een argument is, bijaldien de heeren Bavinck c.s* van oordeel waren, dat de gescheiden broeders goed dachten.... Hier schijnt dan ook de schoen te wringen. Immers, Dr. Bavinck zelf schijnt nu van oordeel, dat een gymnasium niet gereformeerd kan zijn, tenzij de curatoren leden der gescheiden kerk zijn". Voorts sprak hij van een „ongeoorloofd en zondig kerkisme". Bavinck had aan het slot van zijn stuk geprofeteerd, dat een Chr. Geref. gymnasium wel niet spoedig verrijzen zal, maar herhaalt, dat de commissie haai taak „desniettemin als eene tijdelijk noodzakelijke heeft aanvaard om van de sympathie der Chr. Geref. kerk verzekerd te zijn en in de hoop, dat de Vereeniging van een Christel. Geref. Gymn. weldra haar speciale doel kan laten samenvallen met het algemeene, hetwelk de bestaande Vereeniging voor Gymnasiaal Onderwijs op Gereformeerden

*) Heraut jg. 1885 No. 406 (2 Oct.)

Sluiten