is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. Herman Bavinck

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goed kunnen begrijpen, want ook ikzelf volg liet slechts zeer uit de verte. Maar toch, afgedacht van 't beloop en verloop van dat conflict, ook hier sta ik, waar het beginselen raakt, aan de zijde van Dr. Kuyper. Er kan geen vrede komen, zoolang orthodoxen ethischen en modernen in een huis moeten samenwonen. Dit is voor mij zoo duidelijk, zoo iets vanzelf sprekends, dat ik niet begrijp, hoe men vechten en strijden kan voor ,,de eenheid der Ned. Herv. Kerk", die niets is dan een huis tegen zichzelf verdeeld".

Welk een andere houding namen mannen als B r u in m e 1 k a m p en Van Velzen tegenover de doleerende broeders aan ! Telkens, wanneer een predikant door de besturen der Ned. Herv. Kerk werd geschorst, annonceerde Brummelkamp dit in „De Bazuin" onder het opschrift: het Eerediploma. Omtrent de schorsing van leeraren, ouderlingen en diakenen te Amsterdam, schrijft hij : „Wij ontveinzen het niet, dat ons hart daarbij tintelt van vreugde en dankzegging aan den Heere onzen God.... AI onze vrienden en broeders, wien de Heere alzoo het Eerediploma doet toekomen.. .. wenschen wij hiermede uit den diepsten grond des harten geluk".1) En Van Velzen sprak zich in 1887 aldus uit: „Menigmaal is mij gevraagd : zullen wij Christelijke Gereformeerden en de Doleerenden vereenigd worden ? Als ik iemand zoo hoor vragen denk ik: Ik begrijp u niet, of gij begrijpt het werk des Heeren niet.... De Christelijke Gereformeerden en Doleerenden zijn vereenigd in alles, waarin de oprecht Gereformeerden in ons land vereenigd moeten zijn. Zij zijn vereenigd door den band des geloofs, een band, waardoor de Heere zelf zijn volk vereenigt. Hij heeft hen vereenigd. En als de Heere dit gedaan heeft en doet, is de vraag: Zullen wij ons vereenigen? inderdaad, om niets meer te zeggen, voor een Christen geheel onbetamelijk".2) Weliswaar sloeg B a v i n c k niet spoedig tot enthousiasme over. Maar zijn verklaring, dat hij het kerkelijk conflict „slechts zeer uit de verte volgt", duidt er toch op, dat hij het niet eens tot warme belangstelling kon brengen. Zou dit niet voor een deel geweten

x) Jg. 1886, no. 28 (8 Juli).

2) Vgl. Ds. Js. van der Linden „Heeft de Christelijk Gereformeerde Kerk recht van bestaan ?" Js. Bootsma, 1921, 's-Gravenhage bl. 16.