Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nadere toelichting. Vooreerst wat het Reglement van 1869 betrof. Gelijk de Synode te Leeuwarden zich had uitgedrukt kon er uit worden afgeleid, dat zij met de Dordtsche kerkenorde als reglement toch eigenlijk één landskerk bedoelde. De Deputaten verklaarden schriftelijk, dat zij niets anders wenschten dan als een Bond van plaatselijke kerken bij de Regeering bekend te staan. Het tweede punt raakte de opleiding. Deputaten verzekerden, dat door hun kerk het beginsel van vrije studie niet wordt prijsgegeven.1) Toen had men elkander gevonden. Kuyper sprak als Praeses: „Het oogenblik waaraan we toe zijn gekomen is zoo heerlijk. Want wel is het beeld van een huwelijk ook nu weer met het oog op onze Vereeniging gebruikt, maar schooner beeld nog dan dat van het huwelijk past hier. Immers, in schoonheid staat de Bruidsvreugde nog boven die van den huwelijksdag. Dan het dorre teekenen der acte, het scheiden van veel dat zoo lief is en duizend bange vragen in de ziel; maar als de Bruidsdag ingaat niets dan bloemen die gestrooid worden en hymnen van jubelende vreugd. Zulk een dag werd ons thans geschonken". En Ds. J. van Andel, voorzitter der Deputaten antwoordde: „Wij hebben Uw stem gehoord; het was de stem eens broeders. En al zeide die stem ook „Broeders, Gij gaat te ver! Terug ! Gaat niet op de doolpaden van het reglementarisme ! Wij hebben achter ons zooveel heiligs dat medemoet!" zoo heeft God ons toch in het hart gegeven, dat wij mochten omzien; en ziet wij aanschouwden Uw aangezicht als dat eens

geliefden ouden broeders Laat dan onze twee stroomingen

ineen vloeien tot een helderen, bruischenden stroom, zij het ook met draaikolken. Niet de Kerken zullen daarin ondergaan, Jezus Christus waakt er voor; alleen onze dwaasheden en bekrompenheden. Laat die ondergaan 1" Alsnu reikten Kuyper en Van Andel elkander de broederhand. Op dit indrukwekkend moment rees uit veler mond een spontaan „Amen". De zitting werd geschorst, wijl, zoo leest men in de Acta „de behandeling van zaken van anderen aard aan de heilige stemming, die aller gemoed vervult, te zeer geweld zou aandoen".2)

Had B a v i n c k als scriba der Deputaten thans een schoonen,

x) Acta, bijlage A en B, bl. 84 v.v. 2) Acta, art. 56 en 57.

Sluiten