Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar vervlogen zijn de tijden 'k Zal niemand nu een baard benijden,

Daar ik ten volle ben bewust,

Dat hij meer laste geeft dan rust.

Mocht ik in mijn kindsheid haken Naar die ruig begroeide kaken,

Thans stel ik veel meer belang In een zachte meisjeswang.

Daaronder staat: Maart 1872. Zwolle. H. Bavinck.

Opnieuw een bewijs, dat hij zich heerlijk jong heeft gevoeld en in zijn puberteitsjaren niet als een onnatuurlijk oude-heeren-type rondliep. Of hij zich later nogwel eens aan poëzie heeft gewaagd, bleek mij nergens. Maar deze proeve uit zijn gymnasiastentijd is voor de kennis van den vollen Bavinck stellig niet zonder waarde.

Als hij dan straks ongetrouwd de pastorie ingaat, strookt dat volstrekt niet met zijn aard. „Zoo ooit", aldus schrijft hij aan zijn vriend Snouck Hurgronje, toen hij eenige maanden predikant was, „dan heb ik in den laatsten tijd verlangd naar eene vrouw, die mij begrijpen en aan wie ik mij gansch en al toevertrouwen kan. Dat zou èn voor mij èn voor de gemeente, die nu niet zoo vrij komt inloopen en op een afstand blijft, gewenscht wezen. Toch is het er even ver vandaan, van de kans op bevrediging van dien wensch, als vroeger. Ik doe er ook niet de minste moeite toe en ben op dat terrein geheel passief, duldend wachtend. Of het er toe komen zal weet ik niet". En een paar maanden later: „Dank voor je wensch, dat de ledige plaats in mijn huis spoedig door de vrouw mijner keuze wordt ingenomen, t Ziet er nog niet naar uit. Ik heb ook haast geen tijd, om er aan te denken of het te wenschen. Toch is het leven soms wel eenzaam en eentonig".

In Kampen terug nam hij weer zijn intrek in het ouderlijk huis. Zijn moeder zorgde voor hem als van ouds en breidde beschermend de vleugelen van haar overal in het huis tegenwoordige hulp over hem uit. Haar hart kon zich tot het: hij moet nu zichzelf maar

redden, niet opwerken.

Reeds eer citeerde ik een brief van Bavinck aan Snouck Hurgronje, waaruit bleek, dat omstreeks 1888 zijn colleges

Sluiten