Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesteld door een koor, dat allerlei schoone liederen ten gehoore bracht".1)

Veel zag men B a v i n c k overigens op het concilie niet. Wel maakte hij den vierden dag de excursie naar den Niagara-waterval mee, door het comité voorbereid. Maar 's avonds verliet hij reeds Toronto en begon nu op z'n Amerikaansch een interessant deel van Amerika „af te doen". Om daarvan een staaltje te geven, neem ik uit zijn „Dagboek" over, wat op 28 September al zoo

door hem werd beleefd. Uit New-York „naar New-Brunswick

College gezien. Dan naar 't Seminarie Eerst de Library gezien,

die zeer goed is. De bibliothekaris was zeer vriendelijk. We zagen vele boeken. (Er bestaat fransche vertaling van den Talmud door Moise Schwab. Paris è Timprimerie nationale 1881) Chapel gezien. Prof. Lansing bezocht.... om 1 uur naar den trein. Toen naar Princeton. Naar Prof. B. Warfield. Met hem de gebouwen gezien en een bezoek gebracht bij Patton en Mc. Cosh. 't Seminarie heeft 200, 't college 1100 studenten, 't Is alles gegeven. Bij Warfield gesupperd. Om 7 uur weer op trein naar Philadelphia, waar we 8.13 aankwamen". In de straten van 4 steden de voet gezet, aan 4 professoren een bezoek gebracht, 2 seminaries en 2 colleges bezocht plus een bibliotheek. En dat alles op één dag ! 't Kan schikken! Washington deed hij den volgenden dag aan. Te NewYork hoorde hij den beroemden De Witt Talmage preeken.

Van uit New-York aanvaardden Bavinck en Wielenga den 5den October de terugreis, welke het in voorspoed van de heenreis won. Weer ging het over Liverpool. Den 16den October kwamen zij in het vaderland aan.

En nu Bavincks indruk van Amerika?

„Als men op reis gaat met de gedachte, dat het nergens zoo goed is als in eigen kring en in eigen kerk en dezen maatstaf aanlegt aan al wat men elders ziet en hoort, dan doet men beter thuis te blijven en lid te worden van de „society of mutual admiration". Reizen is daarom zoo nuttig, wijl het onzen gezichtskring niet alleen verruimt, maar ook de genegenheden van ons hart zoo uitbreidt, en zooveel ons kennen, waardeeren en liefhebben doet".

1) a. Art. bl. 913 v.

Sluiten