Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Commissie van enquête te benoemen, die zou te onderzoeken hebben in hoeverre het onderwijs, door den hoogleeraar Jhr. Mr. A. F. de Savornin Lohman gegeven, beantwoordde aan den eisch, in art. 2 der Statuten gesteld. Een benauwende psychische atmosfeer vulde de zaal. Prof. Lohman stond er op, dat in dit stadium het voorstel zou worden aangenomen. Zoo geschiedde dan ook en wel met algemeene stemmen. In de commissie van enquête werd ook Bavinck gekozen, die met N o o r d t z ij den Universiteitsdag bijwoonde. Hij werd zelfs haar voorzitter. En de papieren, welke ik op het oogenblik voor mij heb liggen, waaronder ook zijn manuscript van het rapport, bewijzen, hoe nauwgezet hij zich van deze weemoedige taak kweet. Keer op keer werd met den tweeden voorzitter Ds. B. van Schelven en den secretaris Mr. Th. Heemskerk vergaderd. Den lsten Maart 1896 zocht Bavinck Jhr. Lohman op. De resultaten werden door hem neergelegd in een rapport, dat na wijziging 37 bladzijden druks besloeg. Materieel liep het over de volgende punten: „1. Prof. Lohman's meening aangaande het collegebezoek aan de overheids-universiteiten. 2. Het gebruik door Prof. Lohman van de termen antirevolutionair, gereformeerd en Calvinistisch. 3. Prof. Lohman's opvatting van de doodstraf. 4. Prof. Lohman's opvatting van art. 2 der Statuten en de daar genoemde Gereformeerde beginselen. 5. Prof. Lohman's methode van onderwijs, bepaaldelijk zijne opvatting van de studie der rechtswetenschap".1) Het onderzoek concentreerde zich voornamelijk op het vierde punt: art. 2 der Statuten, hoewel ook aan de andere veel aandacht werd besteed. Daaromtrent nu zet de Commissie o.m. uiteen :

„Waar art. 2 der Statuten spreekt van de „Gereformeerde beginselen" kan men intusschen niet blijven staan bij de belijdenis. Het artikel maakt tusschen „Gereformeerde beginselen" en de belijdenis onderscheid in dezen zin, dat het de belijdenisschriften als de uitdrukking van de Gereformeerde beginselen voor de Godgeleerdheid erkent. Het artikel zegt: „De Vereeniging staat voor alle onderwijs, dat in hare scholen gegeven wordt, geheel en uit-

') Rapport, bl. IV.

Sluiten