Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men te staan. „Doch waar blijft dan de eenheid van opleiding". *) Op het onverwachtst breekt Kuyper deze serie af. Waarom? Een nieuwe brochure van B a v i n c k, getiteld „Het Recht der kerken en de Vrijheid der Wetenschap", 2) was daarvan de oorzaak. Was B a v i n c k bevreesd, dat indien hij Kuyper eerst liet uitspreken, er voor hem, eer de Generale Synode te Groningen samenkwam, geen tijd zou overblijven om te weerleggen wat niet alleen door De Heraut, maar ook door andere kerkelijke bladen tegen zijn voorstel was ingebracht? Zijn jongste brochure draagt geheel het karakter van een apologie. Zij verschijnt onder het motto, dat de stemming van den schrijver op dat oogenblik typeert: „Ende en desespereert niet". Dat hield hij vooral zichzelf in dien tijd gedurig voor. Hij ontkent dan, dat er bij hem een principieele ommekeer zou hebben plaats gegrepen. En hierin heeft hij van zijn standpunt ook eenigszins gelijk, indien men den nadruk legt op „principieel. Vroeger had hij reeds gezegd, dat de opleidingskwestie voor hem geen vraag was van beginsel, maar van praktijk." 3) Hij had er tegen getoornd, dat men van het instandhouden der kerkelijke School een principe maakte. Echter zwijgt hij over de vraag, waarom hij dan op de Synode van Middelburg het schild had opgeheven ter bescherming van het „beginsel" der vrije studie. Het onderhouden eener Theologische School wasvoor hem geen beginsel geweest, het eerbiedigen der vrije studie wel. Dat hij ten opzichte van art. 2 der Statuten van de Vereeniging voor Hooger Onderwijs veranderd was, loochent hij niet heelemaal. Wel merkt hij o.m. op, dat hij tegen de formuleering van art. 2 reeds lang bezwaar had vóór de Synode van Middelburg en dit vooral in zijn zwaarte had „gevoeld tijdens de droeve geschiedenis aan de Vrije Universiteit, in welke ik onwillekeurig betrokken werd en die op de Jaarvergadering te Leeuwarden 1896 tot een einde kwam". De verdediging van het woordeke mitsdien had hij als gevoelen der Commissie in het Rapport opgenomen, „en toen persoonlijk hoegenaamd geen roeping of verplichting gevoeld(e), om er tegen op te komen, wijl

l) Jg. 1899, no. 1118 (28 Mei).

a) Kampen, Ph. Zalsman, 1899.

•) BI. 7.

17

Sluiten