is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. Herman Bavinck

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ziet geen kans het (n.1. het betoog) te ontzenuwen. Eene wetenschap die gebouwd is op den grondslag der Gereformeerde beginselen, zonder dat deze nader aangegeven en omschreven worden, rust op een zandgrond. *) Trouwens, de Gereformeerde beginselen moesten het bij hem wel vaker ontgelden. Eigenaardig doet in dat verband de uitspraak aan, dat de kerk van Godswege de roeping heeft om „de Christelijke beginselen uit te spreken niet alleen die gelden voor kerk en theologie, maar ook die, welke behooren te gelden op het breede terrein van heel het menschelijk leven." *) Kon hij zich in die dagen tegenover vrienden weieens spottend uitlaten over het gebruik van de term „kerk als organisme" en merkte hij soms ondeugend op : „dat zijn een paar heeren in Amsterdam", in „De Bazuin" neemt hij de onderscheiding van kerk als organisme en als instituut wel over, maar geeft tevens te kennen, dat hij er praktisch niet mee opereeren kan. „Bij de kerk kunnen wij in onze gedachten wel een oogenblik abstraheeren van het instituut, waarin zij voor onze oogen optreedt. Maar dat is dan niets meer dan eene abstractie, die in de werkelijkheid niet voorkomt. Historisch heeft de kerk nooit zonder eenig instituut bestaan, bestaat zij er nog nooit zonder en kan zij er ook niet zonder bestaan. Niet enkel en uitsluitend als instituut, maar toch met instituut is zij terstond

door God op aarde gesticht en tot op den huidigen dag bewaard

Geheel verkeerd is het daarom, van de kerk als organisme en de kerk als instituut een zekere tegenstelling te maken, en de eerste zelfs hoog boven de laatste te plaatsen en tegen haar uit te spelen. Het instituut is juist de organisatie, de eenige, de noodzakelijke, de onmisbare organisatie van de zoogenaamde3) kerk als organisme. Deze laatste heeft geen aanwijsbaar adres4) dan juist in het instituut. Zij komt in geen vereeniging of corporatie van menschelijk goedvinden, maar in het door God haar gegeven instituut tot openbaring."5) Wanneer hij bij een andere gelegenheid de kerken er op wijst, dat het plicht is de tweede collecte voor de School te houden,

!) Jg. 1901, no. 15 30 Aug.).

2) Jg. 1901, no. 33 (16 Aug.).

3) Ik cursiveer.

4) Deze uitdrukking had Wielenga reeds vóór hem gebezigd.

*) Jg. 1901, no. 34 (23 Aug.).