is toegevoegd aan uw favorieten.

Dr. Herman Bavinck

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe hij onder het afscheid gestemd was, vertrouwt hij zelfs aan zijn „Dagboek" niet toe. Bavinck, die naar Graafschappersaard sterk aan het verleden was gehecht, had moed noodig om het laatste touw op den wal te werpen. Maar hij had zich geoefend in zelfbedwang. Aan zijn huis op den Vloeddijk waren nog niet zooveel herinneringen verbonden. Hij woonde er eerst sinds April 1901 (sedert zijn huwelijk tot op dien datum had hij zijn huis aan de IJsselkade gehad). Doch hij was van lieverlede met heel Kampen en inzonderheid met de Th. School saamgegroeid. Wel had hij dikwijls verlangd dit stadje voor een grootere plaats te verwisselen, maar toen eenmaal die wensch in vervulling ging, leefde er, zoo werd mij verzekerd, in zijn hart de vraag: zullen mijn vrouw en ik te Amsterdam wel kunnen wennen ?

Ook van de Bazuin-lezers had hij afscheid genomen. Curatoren hadden hem verzocht zijn redacteurschap nog tot hun eerste vergadering in het nieuwe jaar te blijven waarnemen. Maar hij gevoelde het minder gewenschte daarvan. En daarom ging hij heen. „Ook dit scheiden" — zoo besluit hij zijn artikel — „doet mij leed. Want in weerwil van de verdrietelijkheden, die er vooral in den laatsten tijd aan verbonden waren, was de werkzaamheid aan dit weekblad mij langzamerhand lief geworden. Ik hoop daarom ook, dat zich binnen niet al te langen tijd eene andere gelegenheid zal voordoen, om in het openbaar over de vragen van den dag mijne meening te zeggen. Aan de lezers van De Bazuin, die mij met al mijn zwakheden lankmoediglijk verdragen hebben, breng ik bij dezen mijn hartelijken dank. Voorzoover zij, na de verdachtmaking, waaraan ik in de laatste maanden werd blootgesteld, nog aan mijne eerlijkheid en goede trouw, aan mijne liefde tot de kerken der scheiding en tot de door haar gestichte School, blijven gelooven, roep ik hun niet alleen een hartelijk : vaartwel, maar ook een blijmoedig : tot weerziens toe. Post tenebras lux 1 Na de duisternis van den nacht gaat, in natuur en in genade, het licht der zon hoopvol en moedgevend aan de kimmmen op l"1)

Hoe tragisch klinkt dat: voorzoover zij, na de verdachtmaking nog aan mijne eerlijkheid en goede trouw blijven gelooven ! Niettemin

') Jg. 1902, no. 54 (26 Dec.).