Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beide bieden een belangrijke bijdrage tot de kennis van zijn filosofische gedachten. Hierbij verdient het opmerking, dat hij zijn onderwerpen buiten het terrein der theologie zocht, hoezeer ook de theoloog in hem zich niet verloochenen kon. Zoo staat het ook met „Geleerdheid en Wetenschap", de rede, waarmee hij in 1905 de colleges opende.1) Ook hierin waarschuwt hij weder tegen het positivisme, dat op wetenschappelijk gebied zich de opperheerschappij had toegeëigend. Hij geeft er deze schildering van: „alles moet nieuw opgetrokken worden, op de basis der moderne cultuur; school er wetenschap, huwelijk en gezin, staat en maatschappij, godsdienst en moraal. Aan hervormers is dan ook geen gebrek; de een weet het nog beter dan de ander. Conservatief wil niemand wezen: radicaal, democratisch, modern, up to date te zijn is het ideaal, waar ieder en alles naar jaagt." Doch — en ziehier zijn kritiek — „Allen zijn echter in het afbreken sterker dan in het opbouwen ; zoolang het om het eerste te doen is, is er samenwerking; als het tweede aan de orde komt, loopen de meeningen, de richtingen, de partijen verre uiteen. Op den grondslag van het relativisme en solipsisme is geen duurzame verbintenis mogelijk."2) Gelukkig valt er volgens hem weer een terugkeer naar verleden en traditie waar te nemen. Wij hebben een schat van waarheid uit het verleden meegekregen. „En wij danken er God voor, dat de Vrije Universiteit in dezen radicalen en revolutionairen tijd in den goeden zin des woords conservatief wil zijn, een conservatorium van de waarheid, die naar de godzaligheid is." Wij hebben mannen noodig, die „neen durven zeggen, als schier heel de wereld ja zegt. En zulke mannen worden niet in de gehoorzalen van den twijfel, maar in de scholen van het geloof gekweekt."3) En juist omdat de Vrije Universiteit een conservatorium wil zijn, moet zij ook een observatorium en een laboratorium wezen." „Niet het weinige, maar het ontzaglijk

vele, dat er te doen is, brengt ons in verlegenheid Overal staan

wij voor bergen van problemen, wier oplossing niet alleen voor de wetenschap, maar ook voor het leven van d§ grootste beteekenis is Alleen de ernstige en getrouwe toepassing van de leuze :

') Höveker en Wormser, Amsterdam.

2) BI. 19.

») BI. 24, 25.

Sluiten