Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam hem schier te ongelegen. In den „Raad van Beroep" met zijn onaangename affaires vond men hem steeds op zijn post. Hij woonde examens bij van den Schoolraad, maar ook tentamens aan een bijzondere kweekschool te Rotterdam. Met Dr. H. Visscher en den heer H. J. van W ij 1 e n bracht hij rapport uit over „De opleiding van den onderwijzer." Op het gebied van het Lager Onderwijs werkte hij niet alleen in het groot, maar ook in het klein. Ware de opsomming niet zoo lang en dor, ik zou uit het dagboek overnemen, wat hij hiervoor heeft gedaan. In 1913 werd hem een welverdiende hulde bereid, doordat te Rotterdam voor 't eerst een school naar hem werd genoemd. Later volgden er andere. En toen in 1919 de salariswet-d e Visser was aangenomen en daarmee een der laatste schreden op den weg naar financieele gelijkstelling van het Bijzondere met het Openbare Onderwijs was gezet, gaf hij aan de dankbaarheid, welke het christelijk volksdeel en ook zijn eigen hart vervulde, uiting door in de Maasstad in een dankstond voor te gaan.

Doch ook de andere takken van onderwijs konden op zijn steun en voorlichting rekenen. Door zijn medewerking kwam de Chr. H.B.S. te Amsterdam tot stand en bij de officieele ingebruikneming van het gebouw op 6 Jan. 1913 voert ook hij het woord. Ook bij de opening van de Chr. H.B.S. te Leiden is hij tegenwoordig en houdt 's avonds een rede in de St. Pieterskerk. Kort vóór zijn ziekte aanvaardt hij nog het voorzitterschap in het curatorium van het Chr. Lyceum te Hilversum. Onder zijn papieren bevond zich dan ook een stapel gegevens omtrent het Middelbaar Onderwijs. Maar niet alleen het gewone, ook het buitengewone onderwijs had zijn sympathie. Op een vergadering in 1909 te Amersfoort om te komen tot stichting van een vereeniging voor Regeerings- en Voogdijkinderen ontbreekt hij niet. Vooral het vraagstuk van de opvoeding der z.g.n. rijpere jeugd liield hem bezig. Hierover houdt hij een lezing voor de leiders der Knapenvergaderingen in 1916 te Utrecht. Met Dr. G. Ch. A a 1 d e r s , Ds. J. E. V o n k e n b e r g en den heer A. Jonkman vergadert hij in het begin van 1919 om te spreken over knapenopvoeding. Op het Congres voor opvoeding van kinderen boven den leerplichtigen leeftijd, 24 Juli 1919 te 's-Gravenhage gehouden, oreert hij over: „Geestelijke opvoeding en karakter-

Sluiten