Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God zelf, die in het vleesch verschijnt en die als zoodanig goddelijk, d. i. scheppend, handelt.

Dit beteekent niet, dat in de incarnatie een Deus ex machina als het ware uit de lucht valt. Zijn komst is evenzeer voorbereid als zij nawerkt. Zij geschiedt in „de volheid der tijds". x) God heeft „te voren op vele wijzen en in vele deelen gesproken tot de vaderen door de profeten" eer Hij „in het laatst der dagen spreekt door den Zoon".2)

Deze sprake neemt in de incarnatie haar spraak-loozen aanvang. Zij is, zooals wij reeds aanwezen, volgens het getuigenis der kerk het critische moment in de openbaring van God. Zooals de Augsburgsche confessie het formuleert, is zij de handeling, „waardoor het Woord, dat is de Zoon van God, de menschelijke natuur heeft aangenomen in den schoot der gelukzalige maagd Maria, opdat de twee naturen, de goddelijke en de menschelijke, in de eenheid der persoon onafscheidelijk verbonden zijn, één Christus, waarachtig God en waarachtig mensch, geboren uit de maagd Maria .. . 3) Ongeveer op dezelfde wijze formuleert de Gereformeerde theoloog Zanchius: „Zij is de volkomen aanneming van de menschelijke natuur door den Zoon van God in de eenheid van zijn persoon". 4) De oude kerk is hierin éen, niet allèen met de R. Katholieke Kerk, maar ook met de kerken der Reformatie. De daad van het aannemen, de aanvaarding van het vleesch, d.i. van het mensch-zijn op zijn smalst, als wij het zoo mogen uitdrukken, is de daad der incarnatie in den eigenlijken zin. Maar in breeden zin is zij veel meer: niet alleen de mensch-w o r d i n g, maar ook het mensch-z ij n met al wat er toe behoort, niet alleen de daad zelve, maar alle haar gevolgen in het leven en het werk van den Geïncarneerde. Zoo wordt de incarnatie uitgebreid tot de geheele christologie. Cur Deus homo ? Waarom werd God mensch, is de groote vraag, die Anselmus stelt. De scholastiek, bij monde van Petrus Lombardus, behandelt onder het hoofd: „de vleesch-wording van het Woord" de persoon en het werk van Christus, benevens de theologische en de cardinale deugden. s) Thomas Aquinas beperkt het mysterie der incarnatie

>) Gal. 4 : 4.

2) Hebr. 1:1.

3) Conf. Aug. C. III.

4) Hieron. Zanchius, De incarnatione Filii Dei libri duo 1601, p. 58.

5) Petrus Lombardus, Sententiae L. III, 1. de mysterio trinitatis; 2. de rerum corporalium et spiritualium creatione et formatione; 3. de incarnatione Verbi; 4. de sacramentis.

Sluiten