Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaats worden de verschillende vormen, die de incarnatie-idee aanneemt, zóó geschikt, dat het juiste verband en de wezenlijke zin er van duidelijk worden. Deze critiek geldt dus de incarnatie zelve. In de tweede en voornaamste plaats trachten wij aan te toonen, dat de incarnatie zóó centraal en principieel is, dat zij alle opvattingen over de betrekking tusschen God en mensch beheerscht en beoordeelt. Dit betreft in de eerste plaats de sfeer van het Christendom zelf. In de tweede plaats ook de sferen, die ik als algemeengodsdienstig en algemeen-menschelijk reeds ter sprake bracht. Deze critiek laat dus de incarnatie gelden. Zij reikt ver, zóó ver als de betrekking tusschen God, mensch en wereld reikt. In zooverre is de incarnatie een bij uitstek critische grootheid.

VI. INDEELING

Van de methode tot de indeeling — ziehier slechts één stap. Het komt er op aan een strakke lijn te trekken en te volgen, omdat het onderwerp zóó uitgebreid is, dikwijls zelfs schijnbaar oeverloos. Wij beginnen met het in zijne verschillende geledingen, als het ware van buiten naar binnen teruggaande, te teekenen in zijne typische vormen: de algemeen-menschelijke onderstellingen; de algemeen-godsdienstige; de specifiek-christelijke. De laatste worden achtereenvolgens gezocht, als ingewikkeld in het Oude Testament, als ontplooid in het Nieuwe Testament; daarna worden zij gevolgd in hare kerkelijke vormen van ontwikkeling. De critiek, die daarop voor en na is geoefend, wordt beschreven. De tegenwoordige situatie geschetst. Daarna trachten wij het wezen der incarnatie critisch te beschrijven op eene wijze, die het karakter draagt van een samenvatting en herziening van wat verworven is en een aanwijzing van de richting, waarin dit moet worden gewend. Ten besluite wordt gevraagd naar wat de incarnatie voor ons is en waard is.

VII. BETEEKENIS

Men zou de incarnatie de ruggegraat van de belijdenis der christelijke kerk kunnen noemen. Als deze belijdenis er eene is, welke te doen heeft met de betrekking tusschen Schepper en schepping, God en mensch, met verzoening en verlossing, met openbaring en geloof, met genade en eeuwig leven, en dit alles samenvat in de verschijning van Gods Zoon in de bestaanswijze van een mensch,

Sluiten