Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de hand van volkomen vaardigheid, maar ook paarden van de beste afkomst, de onze geen goed span vormen. Het is niet noodig deze mythe in haar allegorische ontwikkeling te volgen. Zij drukt beurtelings in de categorieën van de psychologie, de metaphysica en de religie het conflict uit, dat tusschen hoog en laag, idee en niet-zijnde bestaat. Voor eene eigenlijke incarnatie is geen plaats. Men denke aan het beeld van den holbewoner in de Politeia en dat van den man, die de idee der rechtvaardigheid belichaamt op deze wereld en onverbiddelijk verworpen en zelfs gekruisigd wordt. Het zijn beelden, veelzeggend om hun inhoud, maar ook om hun enkel-beeld-zijn. Van Plato naar Aristoteles is een groote overgang. De laatste heeft dan ook de ideeënleer van zijn meester met klem bestreden r) en de tegenstelling idee en niet-zijnde vervangen door de nevens-stelling, die een overgang beteekent van stof en vorm. De rekening sluit geheel. Maar lateren ontdekten weder een rest, en bevonden deze grooter dan de som. Dualisme is het laatste woord der oudheid. De vraag is in den nieuweren tijd aan

de orde gebleven.

Het Christendom heeft eene solutie gevonden in het scheppingsgeloof, maar de wereld, waarmede wij te doen hebben, beantwoordt niet aan de harmonische verbinding van stof en geest, hemel en aarde, welke de schepping als zoodanig beteekent. Van daar ook hier dualisme, zij het al incidenteel, om der zonde wil, doch daarom dan ook des te heviger. En het denken van later tijd heeft zich in allerlei richtingen bewogen, veelszins los van de geloofs-onderstellingen en -verwijzingen van het Christendom, al of niet zich aansluitend bij de gegevens der antieke wereld. Zoo staat men voor allerlei mogelijkheden ten aanzien van de betrekking tusschen het subject en het object van leven en denken: monistisch en dualistisch, realistisch en idealistisch, spiritualistisch en materialistisch, statisch en dynamisch, met overwicht van theoretische en van practische motieven.

Een en ander is voor ons onderwerp van belang. Er zijn vormen van wereldbeschouwingen, die elke mogelijkheid van incarnatie uitsluiten, omdat de onderstellingen daarvoor ontbreken. Men denke aan het spiritualisme, dat enkel geest aanneemt, en dus voor eenigen overgang van geest tot iets anders geen plaats hee t. Hetzelfde geldt, in omgekeerde richting en a fortiori, van het

') Aristoteles, Metaphysica I, 9.

Sluiten