is toegevoegd aan uw favorieten.

De incarnatie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met wat wij reeds hebben opgemerkt over de consolidatie van wat van God uitgaat, en dat vasten vorm aanneemt in de betrekking, die tusschen God en mensch wordt gelegd. Het leidt in de richting van het N. Testament, met zijn centrale figuur als de persoonlijke, unieke verbinding van God en mensch en deze als verlossend. In den Israëlietischen godsdienst neemt de middelaars-idee een centrale plaats in en deze is van te meer belang, omdat deze godsdienst tot achtergrond heeft de schepping, d.i. eenerzijds de wezenlijke onderscheiding van God en mensch en andererzijds de nauwe betrekking tusschen beiden. Vandaar ook de duurzame beteekenis van het verbond en zijne dragers. Er is nooit sprake van oplossing in den zin van opheffing der schepping in God, maar altijd van ver-lossing in den zin van normale gebondenheid der schepping aan God. Het gaat hier om de geheele structuur van den Israëlietischen godsdienst met zijn scheppings-geloof, openbarings- en verbonds-idee, middelaars-figuur en daarmede de prae-figuratie van de incarnatie van Gods Zoon.

III. LATERE ONTWIKKELING

Is eenerzijds de Israëlietische godsdienst uitgegroeid uit een breeder milieu, hij is later ook weer in zulk een milieu ingegroeid. Het is niet mogelijk nauwkeurig de grenzen te trekken tusschen wat tot den geest van het O. Testament behoort en tot die der O. Testamentische apocryphen en de pseudepigraphische litteratuur. Men denke aan het verband tusschen Spreuken en het Boek der wijsheid; tusschen Daniël en Henoch.

Zeker is, dat het Orientalisme zijn invloed sterk heeft doen gevoelen op het latere Jodendom. Met zijn dualistische tendenties heeft het den afstand tusschen God en de wereld vergroot en daarmede ook weer de behoefte geschapen aan bemiddelende wezens of vormen. Men denke aan de beteekenis, die in het latere Jodendom wordt gehecht aan den Naam, het Woord, den Metatron of Troongenoot en de engelen. Dit is niet alleen van belang voor de wijze van voorstelling ten aanzien van God, maar ook van het geloof in God zelf. Het schijnt vreemd, dat het besef van afstand tusschen God en wereld gepaard gaat met het leggen van de verbindingen, als de Naam van God en verwante grootheden. Maar het is zóó, dat deze onderscheiding van God en wereld pleegt gepaard te gaan met de onderscheiding van het goddelijke en het on- of