Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het staat er naast zooveel wat, als niet-wetenschappelijk in den formeelen zin des woords, aan andere wetten beantwoordt en door andere categorieën wordt bepaald. Als men dus het verwijt hoort, dat deze constructie on-wetenschappelijk is, mag onmiddellijk worden gevraagd: Wat bedoelt gij met wetenschappelijk? Is alleen de positivistische of de rationalistische wetenschap wetenschap en gaat het aan wat daarbuiten valt on-wetenschappelijk te noemen? Wat niet-wetenschappelijk is in zijn wezen is daarom nog niet on-wetenschappelijk. Het kan vóór- en boven-wetenschappelijk zijn. Het kan zelfs de gegevens en richtlijnen bevatten van eene andere soort van wetenschap dan de genoemde.

Dit geldt ook ten opzichte van ons onderwerp. Indertijd heeft Albert Schweitzer de gangbare z.g. wetenschappelijke opvatting over het leven van Jezus bestreden.1) Deze ging uit van de onderstelling, dat bij de beoordeeling der bronnen moest worden ondersteld, dat de oudste daarvan met Jezus als met een mensch te doen hebben. Deze menschelijke Jezus der synoptische overlevering is dan later opgelost in of vervangen door den bovenmenschelijken, goddelijken Christus van Paulus, Johannes en de kerkleer. Grondslag en maatstaf zijn dus gegeven in het menschelijke, redelijke, waaraan dan later de nimbus van het goddelijke, mysterieuze wordt toegevoegd. Schweitzer wijst deze onderstelling af. Hij vervangt het liberale Jezus-beeld door het eschatologische. Wèl bevinden zich in het Evangelie primitieve en hoogere bestanddeelen bijeen. Maar beide kunnen oorspronkelijk zijn. Zij volgen niet chronologisch op elkaar. De Christus der Evangeliën is eene boven-menschelijke figuur. Hij wil eschatologisch worden opgevat. Hij draagt het Messias-geheim bij zich. En de ethiek, die hij predikt, is een interimsethiek in afwachting van de toekomst. Schweitzer keert niet terug tot de kerkelijke christologie. Voor hem is de geheele Christus een beeld. Maar een, dat zich niet rationalistisch laat analyseeren, zoodat de menschelijke Jezus, als historisch, kan worden losgemaakt van den goddelijken Christus als on-historisch. De kerkelijke christologie neemt de realiteit van beide „beelden", van den menschelijken historischen Jezus en den goddelijken, eschatologischen Christus, aan. Maar voor haar zijn deze twee beelden één. En dit beeld is eene werkelijkheid, historisch en supra-historisch, menschelijk en goddelijk in éénen.

x) Alb. Schweitzer, Geschichte der Leben-Jesu-Forschung, 1906, 4 Aufl. 1926.

Sluiten